Ik ben in 1993 gestart met verre reizen. Dit was niet geheel de bedoeling, maar
ik had al snel het welbekende reisvirus te pakken. De eerste reis was
georganiseerde groepsreis, maar al snel had ik dat wel gezien en wilde toch wat
meer avontuur. In 2001 ben ik voor drie maanden naar Zuidoost Azie vertrokken,
volledig ongeorganiseerd. Ze hebben hier geen koopzondag, maar zijn altijd
open. Ik ben dan ook in Amsterdam, Den Haag, Den Bosch en Utrecht langsgegaan.
Ter plekke bepalen wat en waar je die dag naar toeging, deze manier van reizen
beviel zo goed dat ik dit in 2003 nog eens dunnetjes heb overgedaan in Nieuw
Zeeland en Australie. Dit was mijn tweede keer dat ik voor 3 maanden op
stap ging. Ik was eerst 6 weken in Nieuw Zeeland voordat ik naar Australie
ging. Ik besloot om in Sydney te starten om vervolgens naar Perth te reizen om
via de westkust naar Darwin (mijn eindpunt) zou reizen. Dit betekent dat je de
toeristische en drukke kant (oostkust) van Autralie vermijdt. I started
travelling in 1993. It was the first trip outside europe. It was a big wish of
my to visit China. Of course we visit all the major attractions like the
forbidden city, the chinese wall, the heavenly temple and more. In Xian we went
to the terracota army, but is wasn't that impressive. At the end we went to
Hongkong and that weas for me the most beautiful city in the world. I
have visit countries like China, Indonesia, Malaysia, South Africa, Peru,
Vietnam, Cambodia, Myanmar, New Zealand, Australia and India. The
highlights of New Zealand were Rangitito, Turangi, Waitomo with there
glowworms. another highlight was a one day hike, the Tongariro Crossing On
de fox glacier I did some iceclimbing. This was very cool (and cold).And on de
Franz Josef glacier I walked for a day. India was not my best trip. I
didn't liked the people. The highlight was a ten days trekking in the mountains
of Sikkim. We had a view on the mount Everest. Of course I visit the Taj Mahal
in Agra, but also the fort. I searched in Kanha National Park for Tigers. But I
haven't found them. I really liked Orchha and Mandu for the peace and rest.
The highlight of Peru was without any doubt the condors in the Colca Canyon.
Het was even een gepuzzel geweest hoe ik het beste vanuit Vietnam naar Cambodja
kon gaan. Uiteindelijk heb ik voor de makkelijkste en dus ook de duurste
oplossing gekozen. De waren eigenlijk twee opties op naar Cambodja te gaan. De
eerste was met een bus, maar dan moest je in Ho Chi Minh City al vast een visum
geregeld hebben. Dit kost ongeveer zo'n 5 werkdagen. Ho CHi Minh City kon me
niet echt bekoren en had geen zin om daar 5 dagen 'vast' te zitten. De
grensovergang kon met de bus soms erg lang duren, er gingen verhalen dat in het
slechtste geval je er 12 uur meebezig was om de grens over te steken. De andere
opties was vliegen, je had geen last van de slechte wegen in Cambodja en je kon
je visum op de luchthaven krijgen. Dus ik met het vliegtuig naar Phnom Penh. Op
de luchthaven moest je naar een lange tafel met zo'n 5 mensen eraan. De eerste
nam je paspoort in en geval het door aan de tweede. Deze controleerde je pas en
werd doorgegeven naar de derde persoon. Deze voerde ook weer een controle uit
enzovoort. Bij de laatste persoon kon je een aantal dollars achterlaten voor
het visum. Toen ik de tafel zag dacht ik, dit gaat lang duren. Maar met een
minuut of tien had ik mijn paspoort weer terug met een stempeltje en kon mijn
reis vervolgen. Een reis naar China stond al vele jaren
op stapel. Ik had met een vriend al redelijk uitgewerkte plannen om er naar toe
te gaan. Maar uiteindelijk ging dat niet door. Totdat ik vorige jaar met iemand
anders wat reisgidsen aan het doorbladeren was om een reis uit te zoeken binnen
Europa. Maar dit lukte niet echt totdat we maar eens buiten Europa gingen
kijken en toen viel de keuze al snel op China. Dit werd de eerste reis buiten
Europa en dat bracht toch wel wat spanning met zich mee. Je had geen idee wat
je te wachten stond en dat bleek ook al snel.
Want de eerste indruk van China viel eigenlijk behoorlijk tegen. Ik maakte
dezelfde fout die de Amerikanen maken wanneer ze naar Nederland komen. Ze
verwachten dat nog veel Nederlanders in klederdracht en op klompen lopen. Zo
verwachtte ik veel huizen te zien met de welbekende rode daken. Maar niets was
minder waar. Toen we Beijing binnenreden leek het of je in het Oostblok was
terecht gekomen. Veel grauwe betonnen hoogbouw. De steden zijn daar erg groot,
een middelgrote stad huisvest ongeveer 2 miljoen mensen.
Een ander ding wat in negatieve zin erg op viel was het eten. De Chinezen
hebben een bijzonder reputatie als het gaat om hun kookkunsten. Eén motto is
dat als wat groeit, kunnen tot iets eetbaars maken. Maar er is in mijn ogen wel
een verschil tussen eetbaar en lekker. Veelal was het eten niet echt lekker en
dat terwijl je mij altijd wakker kunt maken voor menuutje 32 of 45 met sambal.
In al die tijd heb ik geen babi pangang of fuy young hai gezien. Het verschil
tussen de Chinese keuken in Nederland en China is erg groot. In Beijing hebben
we de echte peking eend gegeten en dit was erg lekker, maar ook tevens een
uitzondering. Na 4 weken China werd de reis afgesloten in Hong Hong. Wat een
verademing (qua eten) was dat. Eindelijk kon je weer een lap vlees bestellen en
daar lekker je mes in zetten. Dat is toch wel wat anders dan de eetstokjes. We
zijn in totaal 5 dagen in Hong Kong gebleven en zijn daar behoorlijk
aangekomen. Maar toen ik thuis weer op de wegschaal stond was ik na Hong Kong
nog steeds ruim vijf kilo afgevallen. Snel maar even menuutje 32 halen bij de
Chinees op de hoek De Chinezen waren ook nog niet
gewend aan Europeanen. Overal waar je kwam werd je na gekeken en begonnen ze
vaak te giechelen. Zelfs in het centrum van Beijing was dit het geval, waar je
toch mag verwachten dat in de buurt van de Verboden Stad toch de nodige
toeristen komen. Het was bijna onmogelijk om in contact te komen met de
Chinezen,want er spraken maar bijzonder weinig Chinezen Engels. Nu mag je niet
verwachten dat je op straat iedereen kan aanspreken, maar zelfs in hotels gaf
dit de nodige problemen. Zo liet ik een keer mijn kleren wassen in een hotel.
Je moest blijkbaar afrekenen bij het kamermeisje en niet bij de receptie. Ze
moest met handgebaren duidelijk maken dat ik nu moest afrekenen geld wilde
zien. Toen dat toen mij door drong trok ik de portemonnee. Maar had natuurlijk
nooit gepast geld. Ik moest een paar gulden betalen, maar had niet kleiner dan
honderd gulden. Ze pakte het aan en liep naar de deuropening, daar wees je op
het geld en kon alleen maar just a moment zeggen en verdween. Ruim drie uur
later kwam ze terug met het wisselgeld. Waarom het zolang had geduurd hoorde ik
later pas. In China hadden ze fec’s (foreign exchange certificate) dit is
speciaal geld voor de buitenlanders. De officiële koers tussen de fec’s en het
lokale geld moet één op één zijn, maar in de praktijk ligt dat wat anders. Maar
als toerist moest je het kamermeisje in fec’s betalen. Ze bracht voor de hele
verdieping rond en inde het wasgeld. Hiermee moest de naar de receptie van het
hotel om het voor lokaal geld om te wisselen. Vervolgens kon ze dan naar de
lokale wasserette om hun te betalen. Vervolgens moest ze weer het lokale geld
bij de receptie omwisselen naar fec en deze gaf ze dan weer terug aan de gasten
op die verdieping. Als je het zo bekijkt is drie uur niet zo gek lang als je
bedenkt wat er in de tussentijd allemaal moest doen. De
reis stond ook in het teken van ziekte. Door de hoge temperaturen en te weinig
vocht werden we al snel ziek. Op dat moment hadden we niet in de gaten dat we
gewoon uitdroogde. Later toen we thuis waren las ik pas wat de symptomen waren
van uitdroging o.a. overgeven en diarree. Dat zou je in eerste instantie niet
verwachten en dat deden we toen ook niet. Maar het was een goede les voor de
andere reizen die ik nog ging maken. Maar ondanks de vele ziektedagen heb ik
niet veel van de reis gemist. Gelukkig was ik vaak op ‘reis’dagen ziek. En na
een aantal jaren vergeet je de dagen dat je ziek was en herinner je alleen de
hoogtepunten van deze reis. En dat waren er wel erg veel. Eigenlijk waren het
er teveel in een te korte periode. Na anderhalve week hadden we het
reisprogramma nodig om te uit te vogelen wat we allemaal al gezien hadden.
Het was ook erg duidelijk dat de toeristen alleen maar het
‘goede’ van China mochten zien. En om dit te kunnen controleren kreeg onze
groep gezelschap van een Chinese jongedame. Zij moest erop toezien dat we niet
alles van China te zien kregen. Daarnaast kregen we ook nog in elke plaats een
lokale gids toegewezen, die ons naar de mooiste plekjes van de stad moest
wijzen. Helaas zag je dan nogal eens dezelfde dingen, want iedere stad heeft
een mooiste tempel. En als de gids ons naar fabriekjes en winkeltjes loosde,
dan kreeg hij weer commissie. Gelukkig was onze Nederlandse reisleider (die
overigens ook Chinees sprak) daar niet altijd van gediend en lukte het hem
regelmatig om de fabriekjes en winkeltje uit het programma te krijgen. Gelukkig
vond hij het ook prima als je niet met de groep mee wilde en dat je op eigen
gelegenheid de stad wilde bezoeken of iets anders wilde gaan doen.
Na China was ik inmiddels besmet met het reisvirus en zochten weer een verre
bestemming. De keuze viel op Indonesie en we hadden het idee dat dit geen
georganiseerde reis hoefde te zijn. We waren alleen een beetje huivering voor
Sumatra, hierover hadden we gelezen dat het zelfstandig reizen hier vrij lastig
was. Dit was ook bijna het enige dat we van te voren over Indonesië hadden
gelezen. Maar om niet direct de moeilijkheden op te zoeken besloten we om een
gids in te huren alleen voor Sumatra (wat achteraf echt wel overbodig was). De
dag voor het vertrek kregen we een vervelend telefoontje van het reisbureau,
met de mededeling dat onze vlucht overboekt was en dat we met de volgende
vlucht (1 uur later) mee konden. Maar het vervelende was dat onze
oorspronkelijke vlucht een rechtstreekse vlucht was en de latere had een
tussenstop in Oostenrijk. Waardoor we pas in de loop van de avond in Singapore
zouden zijn, terwijl onze oorspronkelijke vlucht in de ochtend zou aankomen.
Hier verlies je dus gewoon een dag. We zijn de volgende dag wat vroeger dan
nodig was naar Schiphol gegaan, want we zouden andere tickets krijgen. Maar
toen we bij de Singapore Airlines balie aankwamen hadden ze een prettige
mededeling voor ons. We konden nog met de oorspronkelijke vlucht mee. Want het
vliegtuig was vanuit New York vertrokken terwijl het daar stormde en een aantal
mensen wilden toen niet mee. Hierdoor hadden ze nu plek voor ons, maar we
moesten ons wel haasten. Dus in galop naar de gate alweer de meeste mensen al
lang en breed in het vliegtuig zaten. Uiteindelijk toch nog een meevaller. Ik
denk met gemengde gevoelens terug aan de bevolking van Indonesië. Aan de
ene kant komen ze heel vriendelijk over, maar heb je het gevoel dat je ze niet
kan vertrouwen. Ze (glimmen)lachen altijd en als je een probleem hebt zeggen ze
altijd dat ze het oplossen (met dezelfde glimlach). Dit komt in onze ogen niet
echt betrouwbaar over, maar ondanks de probleempjes die we gehad hebben, bleek
altijd alles toch geregeld of opgelost te zijn. Maar vreemd genoeg neemt dat
het gevoel toch niet weg. Waarschijnlijk zegt dat meer over ons dan de
Indonesiërs. De Indonesische keuken was toch een heel stukje beter dan de
Chinese. Vaak begon je de dag met een lekkere bananen of ananas pannenkoek om
tussen de middag gebakken rijst te nemen met saté. Hier hadden we niet
zoveel problemen met het eten dan in China. Het was weer eens hoog tijd
om op vakantie te gaan, maar we hadden geen flauw idee waar we naartoe wilden
gaan. We zijn toen maar een reisburo binnen gestapt met de mededeling dat we op
vakantie wilde gaan voor een periode van 1 maand en het mocht niet teveel
kosten. Toen de dame begon over Maleisie hadden we geen idee wat we daar konden
verwachten, maar het klonk allemaal wel prima. Dus voor we het wisten hadden we
een vliegticket naar Maleisie geboekt. Ik had vanuit Bangkok een vlucht
geboekt naar Rangoon. Ik mocht geloof ik van geluk spreken dat de vlucht niet
gecanceld was, want er zaten wel geteld 16 personen in de Boeing 737. Leek me
dus een duur vluchtje. Toen ik nog eens goed rondkeek, was ik ook de enige
toerist. Om een of andere reden gaf me dat het gevoel dat het avontuur nu pas
echt begon, ook al was ik al zo'n 6 weken aan het reizen. Op de luchthavne was
het verplicht om wat dollars te wisselen over het toeristengeld. In Myanmar
hebben ze zoals vroeger in China speciaal geld voor de toeristen (facs). De
reden dat je verplicht werd op de luchthaven om dollars te wisselen, was een
truck van de militaire regering om harde valuta in de schatkist te krijgen.
Nadat ik het geld gewisseld had kon ik naar de bagageband om mijn rugzak op te
halen. Hier stond al een mannetje klaar om de toeristen op te vangen om ze een
rondtrip door Myanmar aan te smeren. Hier had ik geen trek in en ik wilde zo
snel mogelijk naar het centrum om een hotel te vinden. Toen ik de man duidelijk
had gemaakt dat ik geen interesse had in een trip begon hij over de hotels in
Rangoon. Ik zag dat hij een visite kaartje in zijn hand zat van het hotel dat
ik als eerste checken. Hij bood mij aan om me daar naartoe te brengen en als ik
in dat hotel een kamer zou nemen, zou ik niets voor de rit naar het centrum
hoeven te betalen. Dat leek me wel een aardige deal. In het ergste geval zou de
trip me 2 dollar kosten. Dit aou wel een verschrikkelijke afzetprijs zijn, maar
ik had het er wel voor over. Ik hoefde dan niet te zoeken naar de bus of ander
vervoersmiddel. Dit was mijn tweede keer dat ik voor 3 maanden op stap
ging. Eerst 6 weken in Nieuw Zeeland om daarna naar Australie te gaan. Peru
is een van de meest veelzijdige land waar ik geweest ben. Je vindt er in de
kuststreek een woestijngebied. De Andes is een ernorm ruig hoog gebergte en in
de binnenlanden heb je regenwouden. Naast de natuur vind je ook de
nodige cultuur. In Lima zie veel terug van de Spaanse overheersing. In
Cusco zie je nog veel van de Inca's terug en in de buurt van Cusco bevind
zich het wereldberoemde Machu Picchu. In de kleine dorpjes in de Andes zie
je nog veel vrouwen in de traditionele klederdracht lopen met de bekende
bolhoedjes. Bij Nasca zijn de Nascalijnen die je het beste vanuit de lucht
kan bewonderen. Dit was de eerste keer dat ik alleen op reis ging. Je
kon nu niet terugvallen op je vrienden. Ik wist niet of dit zou gaan bevallen.
Mijn grootste zorg was dat als ik ziek zou worden er niemand is die dan kan
helpen. Ik had ontslag genomen om deze drie maanden op pad te kunnen en Vietnam
was het eerste land dat ik zou bezoeken. Daarnaast wilde ik Angkor What (in
Cambodja) bezoeken en wilde ook Myanmar bewonderen. De overige tijd had ik nog
niet gepland dus dat zou ik ter plekke wel bekijken. De eerste week van deze
reis was wat onwennig. Ik miste eigenlijk wel iemand om 's avonds tegen aan te
praten. Maar na een paar avonden besloot ik mijn ervaringen maar op te
schrijven. Dit liep achteraf gezien nogal in de papieren. Uiteindelijk heb ik
hier een reisverslag van 130 pagina's aan over gehouden. De reis door
Zuid Afrika verliep niet zo als verwacht en eindigde dan ook bij de
geschillencommisie voor reizen. Voordat ik het wist had ik zoveel foto's dat
het fotoalbum eigenlijk ook een bijzionder groot reisverslagen zijn geworden.
THE TEKST UIT DE BATABASE Dit was mijn favorieten plek in Hanoi, The Old
Quarters. Een wijk waar de wegen zo smal zijn, dat er geen auto’s kunnen
rijden. Denk maar niet dat het dan een rustige wijk is, want het stikt er van
de brommers. Het belangrijkste onderdeel op een brommer is de toeter en het
lijkt erop dat je voorrang krijgt als jouw toeter meer lawaai maakt dan die van
de andere. En sommige kunnen dat goed overdrijven en hebben zelfs een
autoclaxon op hun brommer gemonteerd. Op zich niet zo erg, maar ze gebruiken
hun toeters vaak, heel erg vaak. Op deze foto zie je een redelijk brede weg in
The Old Quarters en meeste zijn een stuk smaller, waardoor ik soms in de file
stond, en te bedenken dat ik toen lopend was. Om de weg over te steken had je
een speciale techniek nodig. Zeker op de wegen buiten The Old Quarters, die
waren een stuk breder en daar reden ook auto’s (en waren net zo druk). Het was
onmogelijk om een gaatje te vinden om over te steken. Maar de oplossing was
simpel. Je begon gewoon rustig met oversteken en je liep in hetzelfde tempo de
weg over. De andere weggebruikers hielden daar keurig rekening mee en passeerde
je zowel aan de voor als achterkant. Doordat je hetzelfde tempo bleef lopen
konden zij inschatting of ze achter je langs gingen of voor je. De eerste keer
ben je toch wel een beetje angstig maar na een paar keer ga je leuk vinden. EN
kom je er achter dat dit principe heel goed werkt. Het komt ook wel door het
feit dat niemand hard rijdt en daardoor makkelijker op de andere weggebruikers
kunnen anticiperen. The Old Quarters is opgedeeld in wijken waar
allemaal dezelfde soort winkeltjes of thuisfabriekjes gevestigd zijn. Zo is er
een straat met alleen maar schoenenwinkels en vreemd genoeg ze verkopen
allemaal dezelfde schoenen. Zo is er ook een wijk met alleen maar leerbewerkers
en zoals op de foto bamboewinkels. Een groot gedeelte van de winkelwaren worden
buiten op de stoep uitgestald. Dit maakt deze wijk erg levendig en in mijn ogen
ook erg leuk. Even buiten Hanoi staat de Perfume Pagode. Volgens de
Lonely Planet een must om te zien, maar dat viel in mijn ogen wel tegen. De
route naar de pagode was wel erg mooi. De ingang van de pagode was alleen te
bereiken via een mooi riviertje. Er mochten hier geen motorboten komen, behalve
dan de monniken die waren hiervan uitgezonderd. De mensen hadden een vreemde
manier van varen. Het lijkt me niet de makkelijkste manier, maar er blijft wel
meer ruimte over in de boot om goederen te vervoeren. Je kunt hier goed
zien dat de Chinese cultuur ook een aardige invloed had op de Vietnamese. Je
zou bijna niet in de gaten hebben dat het hier om een Vietnamese tempel gaat.
De versieringen en beelden zijn een stuk drukker en de goudkleur is hier ook
nogal overheersend. Dit was de ingang tot de Perfume Pagode. De
tempel was prachtig gelegen in de bergen. Onduidelijk is voor mij waarom men
juist hier een tempel hebben gebouwd. De Chinese draken zijn
getransformeerd in een soort honden met een lelijke kop. Een grappige
mini pagode. Een pagode werd vaak gebruikt om heilige geschriften in op te
slaan. Waarschijnlijk hadden ze hier niet zoveel heilige geschriften en hadden
geen grotere nodig. De Perfume Pagode lijkt op een mengelmoes van de
culturen van de landen om hun heen. Onder het Chinese dak staat een gouden
beeld dat ook niet zou misstaan in Thailand. Dit was het uitzicht bij de
ingang van de pagode. Op het terrein van de pagode mochten geen souvenirs
verkocht worden en daarom was het hier met de stalletjes erg druk. Je moet een
weg bannen om bij de ingang te komen. Vietnam is niet echt een klein
land, maar in Hanoi lijken ze er een volkssport van te maken om zoveel mogelijk
huizen op een vierkante meter te bouwen. Zoals je kunt zien zijn ze daar
redelijk in geslaagd. Doordat de huizen hier zo dicht op het spoor staan, rijdt
de trein hier stapvoets doorheen. Nu rijden de treinen in Vietnam toch al niet
snel, maar hier waren ze erg voorzichtig. Er liep op dit stuk een man voor de
trein uit om te controleren of het veilig was. We zijn hier aangekomen
in een wat luxere omgeving van Hanoi. De wegen zijn hier veel breder en
rustiger. Het monument is hier geplaatst ter nagedachtenis van Ho Chi Minh.
Achter het monument ligt het mausoleum van Ho. In Hanoi staat het
mausoleum van Ho Chi Minh. Ho had tijdens zijn leven aangegeven dat hij niet
opgebaard wilde worden. Hij wilde niet na zijn dood geëerd (blijven) worden.
Maar helaas dachten zijn opvolgers daar heel anders over en bouwden een groot
mausoleum voor hem. Je kunt hem hier dagelijks bezichtiging, maar ik heb daar
niet zoveel mee en heb dat dus niet gedaan. Het mausoleum staat in een ruim
opgezette wijk van Hanoi, waar ook een aantal ministeries zijn gebouwd. Dat is
een groot verschil als je net uit het centrum komt waar bijna geen stukje grond
meer is te vinden, alles is daar al volgebouwd. Vlak bij het mausoleum
moest ook het huis van Ho Chi Minh staan. Hier leek me leuk omdat ook te
bezichtigen. Ik had wat problemen om het te vinden en toen ik dit gebouwtje zag
had ik het idee dat dit zijn huis moest zijn. Maar achteraf was dit niet zijn
huis maar de One Pilar Pagode. De One Pilar Pagode staat op een uiteen stuk
gehouwen rotsblok.Omdat hij zo dicht bij het mausoleum staat, komen hier ook
erg veel toeristen. Ik vond het wel een leuke pagode, maar als hij niet in de
buurt van het mausoleum had gestaan, zou ik hem niet bezocht hebben. Het
steen van de rotsen zijn niet bijzonder hard, waardoor de zee voor behoorlijke
erosie zorgt. Na verloop van tijd heeft de zee zoveel steen van deze rots
weggesleten, dat de rots zal omvallen en onder water zal verdwijnen. Dit
was nog redelijk in het begin van de boottocht, nadat het net droog was
geworden. Het zag er hier al mooi uit, maar de rotsformaties zijn hier nog vrij
groot. Hierdoor lijkt het alsof je door een bergdal vaart. Later op de tocht
werd dat een stuk minder en staken er vaker enkele bergtopjes uit het water.
Bij sommige bergjes heb je ook mooie strandjes, zoals tussen deze twee. Tijdens
het zwemmen moet je wel goed uitkijken voor enorme kwallen. Een aantal maal
kwamen we een groepje kwallen tegen en je wilde daar echt niet tussen zwemmen.
De kwallen waren gemiddeld 50 centimeter in doorsnede. In de baaien van
Halong zijn er vele mensen die op bootjes wonen. Er ontstaan zelfs kleine
dorpjes doordat men hun bootjes aan elkaar knopen. Op dit soort drijvende
dorpjes heeft men ook vaak een schooltje. De meeste van hen zijn vissers en
gaan geregeld even terug naar Halong om hun vangst te verkopen en om ook de
nodige inkopen te doen. Grotten komen regelmatig voor in de bergtopjes.
Bij onze boottocht stond dit ook op het programma. De grot die we bezocht
hebben bevond zich hoog boven in een berg, waardoor het nog redelijk zwaar was
om de ingang te bereiken. Maar je dan ook gelijk een mooi overzicht over een
van de baaien. De grot zelf was ook wel de moeite waard. In mijn ogen
lijken de meeste grotten op elkaar, maar het blijft toch vaak een indrukwekkend
iets om zo iets dergelijks te bekijken. De grot was mooi belicht was door je de
stalactieten en stalagmieten goed kon zien. Door de verschillende
spleten kwam er ook nog behoorlijk veel licht binnen, waardoor het redelijk
licht bleef in de grot. Maar je had soms ook een bijzonder mooi uitzicht.
Je had op het riviertje naar de Perfume Pagode schitterend uitzicht. Ik
heb redelijk wat rijstvelden gedurende mijn reizen gezien, maar deze rond Sapa
waren de mooiste. Op ons pad kwamen we ook deze zonnende slang tegen.
Gezien zijn schutkleur zal hij wel niet erg gevaarlijk zijn. Hij keek ons nog
even rustig aan, maar verdween erg snel toen ik de foto had gemaakt. Het geluid
van de sluiter was voldoende om hem weg te jagen. In de buurt van Sapa
wonen vele minorities. Ze wonen in de kleine dorpjes in de bergen. De meeste
komen in keer in de week naar Sapa om daar groenten en fruit te verkopen. Bijna
iedere locale loopt nog in klederdracht, dat doen ze niet zozeer voor de
toeristen. Bijna alle klederdrachten zijn hoofdzakelijk zwart gekleurd met fel
gekleurde versieringen. De kenner kan uit de versieringen opmaken uit welke
dorp ze komen. Voor mij was het min of meer één pot nat. Zoals in vele
Aziatische landen zie je ook dat de oudere kinderen voor de jongeren zorgen.
Ik heb al redelijk veel rijstvelden gezien tijdens mijn reizen, maar deze in
Sapa zijn verreweg mijn favorieten. Je had ze hier in verschillende soorten en
maten, waardoor ik er geen genoeg van kon krijgen. Misschien helpt het ook mee
dat ik er vier dagen doorheen mocht ploeteren. Een van de vele prachtige
waterbuffels. Dit zijn ijzersterke beesten en zeer goed af te richten. Als de
boer aan het ploegen is geeft hij de buffels commando’s door allerlei geluidjes
te maken. Er komt geen zweep of ander martelwerktuig aan te pas. En wanneer de
boer de buffel even niet nodig heeft, worden ze gewoon los gelaten. De buffel
blijft dan rustig in de buurt grazen. Dit was voor de eerste nacht mijn
hotel. Niet echt een 5 sterren hotel, maar wel veel leuker. Ik sliep bij de
mensen ‘thuis’. Deze mensen hebben een soort contract met de touroperators en
hebben altijd een aantal matrassen indien de touroperator met toeristen
langskomen. Omdat ze hier geen telefoons kunnen de matrassen niet gereserveerd
worden en komen dus onverwachts binnen vallen. Maar dat was geen probleem er
werd iets meer eten klaar gemaakt. Tijdens het eten vloeide de eigen gestookte
rijstewijn rijkelijk. Eén blik in de keuken van het hotel is al genoeg
om te weten dat hij niet zal voldoen aan onze hygiënische eisen. Maar daarom
smaakte het niet minder. Het enige wat ik niet echt lekker vond was de kip.
Deze was op een speciale manier bereid, maar was daardoor niet echt mals
geworden. De kip was erg donker van kleur en had de rijstewijn nodig om hem weg
te krijgen. Daardoor werd het een gezellige avond. Na het eten hebben we nog
een leuk kaartspel gedaan met eigenaar, maar om 9 uur was het de hoogste tijd
om het bed op te zoeken. Dit was de lobby van het hotel, met in de
achtergrond (achter het doek) 1 van de 2 slaapkamers voor de gasten. Na een
lange dag lopen viel ik al in slaap voordat mijn hoofd het kussen raakte. En na
een goede nachtrust werd ik de volgende dag wakker door de regen. We hebben nog
even gewacht totdat het droog zou worden. Maar na een uur was het nog steeds
niet droog en zijn toen toch maar weer op weg gegaan. Bamboe is een zeer
geliefd bouwmateriaal. Het is licht en stevig en bovenal lekker goedkoop. Ik
vrees dat dit soort huizen niet helemaal waterdicht zullen zijn, maar luchtig
is het wel. Dat is met die temperaturen wel lekker. Zoals hier te zien
is zijn niet alle huizen van bamboe gebouwd. Het (gelige) gebouw aan de
linkerkant is het lokale schooltje en daarnaast staat een klein hospitaaltje.
Met behulp van ontwikkelingshulp zijn deze wat steviger gebouwd en hebben
hiervoor stenen gebruikt. Op de weg naar het schooltje stond ook een klein
simpel winkeltje waar ze onder andere snoep verkochten. Althans iets wat daar
op leek en kon het niet laten liggen. Het smaakte niet gek. En hiermee kon ik
ook gelijk vriendjes maken met de kinderen van de ‘hotel’eigenaar Een
blik in de keuken van het hotel. Die kat heb ik ’s avonds niet meer gezien en
vraag me af wat ik gegeten heb. Vanwege het niet zo beste weer stelde de gids
voor om de volgende nacht ook hier te overnachten. De eigenaar was hierover zo
verrast dat er de twee avond een waarachtig feestmaal op tafel kwam. Samen met
de buren en familie werd er goed gesmuld, althans door hun. Ik moest toch nog
wel even wennen aan de kippenkopjes en de kippenpootjes. De kippenpootjes zijn
niet de pootje die wij kennen, dit waren de (gele) teentjes. Normaal wil toch
het een en ander wel uitproberen, maar dit gin me even iets te ver. Maar je
hebt het niet voor het uit kiezen, want het gebruik is dat de gastheer het eten
verdeeld en bepaald wat er op je bord komt. Gelukkig had hij in de gaten dat ik
er niet al teveel trek in had en gaf het niet aan mij. Hier vloeide de
rijstewijn zeer overvloedig. Ze waren blijkbaar onder de indruk van mijn
drankconsumptie, gezien de goedkeurende knikjes. Na de nodige glaasjes had ik
pas in de gaten dat ze stopten met bijschenken als het glas nog niet leeg was.
Maar dat was te laat voor de gids, die lag inmiddels al stomdronken op bed.
Dit was het laatste dorpje dat we bezochten en was tevens ook het minst
primitieve van allemaal. In het cafeetje waar we een thee stop maakten hadden
ze zelfs een karaoke apparaat. Buiten onder een afdakje stond een snookertafel
waar de kinderen van het dorp (tegen betaling) toch al een behoorlijk potje
speelden. Ook al hanteren ze een vreemde techniek, maar ik vrees dat ik het
tegen hun wel zou moeten afleggen. De kinderen waren behoorlijk agressief in
dit dorpje, er werd regelmatig een stomp uitgedeeld. We bleven hier naar mijn
zin iets te lang, maar de gids heeft ook nog een tweede taak. Hij vertelde in
de dorpjes de laatste nieuwtjes uit Sapa en was ook een soort ‘krantenjongen’.
De bergen in Halong Bay was eigenlijk iets spectaculairder en eerlijk gezegd ook
iets mooier. Dit heeft voor een groot gedeelte te maken met het feit, dat het
rond de bergen iets teveel gecultiveerd is. Aan de andere kant was het wel
relaxter dan in Halong Bay. Ik had hier een fiets gehuurd en kon in mijn eigen
tempo de omgeving verkennen. Op deze plek heb ik het mysterie van de
vreemd gevormde berg opgelost. Toen ik hier even stond te genieten van het
uitzicht, werd ik opgeschrikt door een harde explosie. Kort hierop hoorde je
stenen vallen. Ik keek op en zag dat ze bezig waren op een berg op te blazen.
Na een kwartiertje was de volgende explosie te horen. Het was duidelijk dat ze
hier wat delven, ik wat alleen niet wat. De huizen in de omgeving waren
alleen per fiets of brommer te bereiken over deze smalle paden. Eén stuurfoutje
en je ligt met je rug in het rijstveld. Maar als echte Hollander mocht ik er
geen last van hebben. Een begraafplaats kennen ze op het platteland niet
echt. Geregeld zag je in een rijstveld wat grafstenen staan. Dit was de
enige kathedraal. Het was voor mij in eerste instantie onmogelijk om een foto
te maken zonder die man. Foto’s zijn bijzonder belangrijk voor de Vietnamees.
Bij veel bezienswaardigheden en monumenten staan lokale fotograven om hele
families op de foto te zetten bij het monument. Toen deze man zag wilde hij
kostte wat het kost op de foto. Maar ik kon hem niet duidelijk maken dat ik de
foto’s hier niet kon laten ontwikkelen. Pas toen ik de een foto van hem had
gemaakt, sprong hij niet telkens over mijn lens, maar volgende wel overal. Hij
wilde nu de foto nog van mij krijgen. Toen ik weer op de fiets sprong en het
dorp verliet keek hij mij nog even verontwaardigd aan. De kathedraal
bestond niet uit een gebouw, maar er stonden ook de nodige bijgebouwen op het
terrein. Soms leek het wel of er meerdere kerkjes stonden. Ik heb even
rondgelopen, maar het kon me niet echt boeien. De weg terug naar Ninh Binh was
nog wel even grappig. Omdat ik regelmatig in Nederland op de racefiets zit ligt
mijn basis snelheid op de fiets iets hoger dan gemiddeld. Voor de lokale jeugd
was dit een uitdaging en voor ik het wist reden er een stuk of vijf jongens
achter mij aan. Dit spoorde mij ook weer aan om weer iets harder te gaan
fietsen. En zo ontstond er een klein wedstrijdje die eindige in het volgende
dorp. Daar hielden zij het voor gezien. Dit was een mooi uitzicht bij
het nationaal park. Ik was speciaal naar Ninh Binh gekomen vanwege dit park.
Maar gezien het gebrek aan foto’s was er niet zoveel te beleven. Er waren veel
vlinders en er stond ook een boom van 800 jaar in het woud. Maar dat is toch
niet goed op de foto te krijgen. En de vlinder heb ik alleen maar op film
gezet. Het fladderen krijg je ook niet goed op de foto. Het woud was op zich
niet verkeerd, maar er lag zoveel afval langs het pad dat het niet meer echt
leuk was. Op het programma naar de DMZ stond ook een bezoek aan het Ho
Chi Minh trail. Dit pas werd tijdens de oorlog gebruikt om allerlei zaken
vanuit Noord Vietnam naar het zuiden te smokkelen. Helaas hebben ze het pad nu
geasfalteerd en er was nu weinig te zien, behalve dit leuke kleine dorpje. De
Amerikanen wisten van dit pad af, maar konden het vanuit de lucht niet zien en
daarnaast liep het voor een groot gedeelte door Laos. De Amerikanen hebben met
heel veel bommen geprobeerd dit pad te vernietigen, maar dat is niet geluk.
Door deze actie is dit gedeelte van Laos echt platgegooid. In het dorpje
was meer te zien dan aan de trail. Er stonden hier een stuk of vijf van dit
soort huisjes. Dit was een redelijk modern huis met golfplaten. De andere
huizen hadden allemaal een rieten dak. Gelukkig hebben ze hier nog niet
gehoord van de bio-industrie. De beesten lopen hier allemaal vrij rond. Deze
plaats was net ten noorden van de DMZ en de Amerikanen hebben hier ook
ontelbare bombardementen uitgevoerd, waardoor de lokale bevolking gedwongen
werd om diepe tunnels te graven. De diepste tunnels liggen op 14 meter diepte.
Ze moesten wel, want de Amerikanen hadden speciale bommen ontwikkeld die zich
tot een diepte van 10 meter in de grond kon boren voordat ze ontploften. Deze
ingang hebben ze verstevigd, zodat de toeristen nu veilig een kijkje kunnen
nemen in de tunnels. Dit is het beeld in de tunnels. Deze tunnels in de
DMZ zijn een stuk ruimer dan die in het zuiden van Vietnam. De mensen hier
moesten leven in de tunnels, terwijl die in het zuiden gebruikt werden om
verrassingsaanvallen uit te voeren op de Amerikanen, comfort was daar niet zo
belangrijk. In deze tunnels had elke familie een eigen (kleine) ruimte.
Daarnaast waren er ook speciale ruimten zoals een bijeenkomstruimte,
opslagruimten en er waren ook waterputten en luchtkokers. Hierdoor konden de
mensen dagenlang in de tunnels blijven zonder dat ze naar buiten hoefden te
gaan. De eerste tunnels die men gegraven hadden bevonden zich ‘maar’ een
paar meter onder de grond. Maar doordat de Amerikanen later andere bommen
hadden ontwikkeld waren deze tunnels niet veilig meer en werden er nieuwe en
diepere tunnels gegraven. Het was dus nodig om dit het hoogteverschil te kunnen
overbruggen, vandaar dat je regelmatig een trapje op en af moest. Zoals
je hier goed kunt zien, konden de ‘kleintjes’ onder ons net is de tunnels
staan. De Vietnamezen zijn over het algemeen een stukje kleiner en voor hun
waren de tunnels hoog genoeg om niet overal hun hoofd te stoten.. Dit
was een van waterputten Zo zag een originele tunnelingang eruit. Ze zijn
niet te zien vanuit de lucht, hierdoor wierpen de Amerikanen op geluk hun
bommen af. Ik heb foto’s gezien van dit gebied na de oorlog en je kunt dat een
beetje vergelijken met de foto’s van Hiroshima na de atoombom. Van dat aanblik
werd je niet vrolijk. We zijn ook nog op een oude landingsstrip van de
Amerikanen geweest. Daar kon je goed zien wat voor rotzooi “Agent Orange” was.
Dit was een ontbladeringsmiddel en er is ook geen onkruid tegen opgewassen.
Want na al die jaren was de Landingsstrip nog steeds onkruidvrij. Dit
was de Japanse brug, het doel was deze fietstocht. Het was een aardige brug,
maar ik heb een paar uur nodig gehad om hier met de fiets te komen. Als het
alleen om deze brug was gegaan, dan was het wel wat tegen gevallen, maar de
tocht hier naartoe was alleen al meer dan de moeite waard en dan was dit een
leuk extraatje. Men had in het midden van de brug een soort zitje
gemaakt. Deze wordt regelmatig gebruikt door de dorpelingen om in de middag
even lekker in de schaduw te zitten. Ik kan me ook wel begrijpen dat men hier
wat verkoeling zoekt, want ik ben er achter gekomen dat het hier soms erg heet
kan zijn. Een mooi overzicht van een gedeelte van het complex. Gelukkig
hebben ze het niet in de originele staat teruggebracht, want dan zou het zo’n
beetje een nieuwbouwproject worden. Gezien het feit dat het grotendeels
verwoest werd tijdens de oorlog.. Men wist niet precies wat dit voor
moest stellen. Men veronderstelde dat die een soort offer altaar was of om een
soort ritueel uit te voeren. Erachter staan een steen met hoogstwaarschijnlijk
heilige teksten. Tijdens de oorlog gebruikten de Vietcong deze plek als
basis. De Amerikanen hebben als reactie daarop de zaak gebombardeerd. Met als
gevolg dat bijna alles werd verwoest. Deze kogelgaten zijn de stille getuigen
van die oorlog. Aan deze beelden is een duidelijke Indiase invloed te
herkennen. Dit kwam doordat de Champa’s handelsbetrekkingen hadden met India.
Deze tempels waren overduidelijk mijn favorieten. Er waren nog de nodige details
te bewonderen en door de overwoekerende planten gaf het een mystieke
uitstraling. Dit was een van de vele huisjes langs de rivier. Voor deze
mensen was de rivier erg belangrijk. Men gebruikte het water als drinkwater (na
een speciaal zuiveringsprincipe) en het was de grootste vervoersader. Op
de rivier kwam je alle soorten en maten boten tegen. Over het algemeen zag je
dit soort bootjes het meest, soms met een motor. Het lijkt erop dat de
kinderen hier eerst leerden zwaaien en dan pas lopen. Overal waar je kwam
stonden de kinderen te zwaaien en te schreeuwen. Ze liepen niet te bedelen of
iets dergelijks, het was allemaal spontaan. Dat was in de grote steden wel iets
anders, Daar wisten ze dat er bij de toerist wel wat te halen viel. Dit
was in mijn ogen het mooiste stuk van de Mekong trip. Het was hier prachtig en
niet te vergeten stil, geen brommers of motorbootjes. Je merkte dat aan
iedereen, er was niemand die hier hardop praatte, iedereen fluisterde. Het
water stond hier wel bijzonder laag, de kano raakte geregeld de bodem. Het
was niet altijd mogelijk om gewoon te peddelen. Vaak ging het makkelijker om je
gewoon voort te trekken aan de planten. Het was frappant om te zien hoe
verschillend de vegetatie was tijdens dit kanotochtje, van lage (water)planten
tot een regenwoud. Doordat je heel laag op het water ligt, kijk je op
een andere manier naar je omgeving. Ik heb al de verschillende wouden bezocht,
maar op deze wijze was voor mij toch wel speciaal. Alles lijkt en van die
hoogte anders uit te zien. We waren hier op de markt in en op de Mekong.
Hier werd hoofdzakelijk groenten en fruit verhandeld. De wat grotere boten
waren de ‘winkels’ en bij de betere zaken was het soms dringen met hun bootjes.
Maar hoe druk het ook was, het ging allemaal zeer gemoedelijk. Even
geestelijk voorbereiden om naar de markt te gaan. De mierenhoop was hier
compleet. De motorbootjes hebben veel ruimte nodig, omdat de schroef ver achter
de boot in het water hangt. Daardoor is het manoeuvreren vrij lastig met die
boten. Toch knap dat men elkaar nog weet te ontwijken. De winkelboten
hadden allemaal een lange stok op hun boot, met daaraan de spullen die ze
verkochten. Je kon zo makkelijk zien waar je moest zijn voor de bloemkolen of
de spruiten. Men had hier verschillende manieren ontwikkeld om een
bootje voort te stuwen. Maar zoals wij roeien kenden ze daar niet. Je zag daar
het meest dat ze gewoon peddelden, een enkele keer zag je ook dat ze met hun
voeten roeiden of zo als op deze foto. Men had hier verschillende
manieren ontwikkeld om een bootje voort te stuwen. Maar zoals wij roeien kenden
ze daar niet. Je zag daar het meest dat ze gewoon peddelden, een enkele keer
zag je ook dat ze met hun voeten roeiden of zo als op deze foto. We
hebben ook een bezoekje gebracht aan een klein dorpje, dat aan dit kleine, maar
mooie riviertje lag. We kregen hier een demonstratie hoe men hier het water uit
dit riviertje zuiverden om drinkwater van te maken. Maar na de zuivering
mochten we het niet drinken, want wij Europeanen zouden hier nog steeds ziek
van worden. De rivier was ook de vaatwasser, en wasmachine. Als je zo
naar het water kijkt, geloof je nooit dat je kleren hier schoon kunnen worden.
Vandaag stond er een tripje naar een museum over de Vietcong en de Amerikaanse
oorlog op het programma. Maar ondertussen hadden we een stop bij een
boedistische kerkdienst op het programma. De kerk was rijkelijk, maar in mijn
ogen lelijk versierd. Dit was een dusdanig toeristische attractie dat het niet
leuk meer was. We zouden hier blijven om een gedeelte van de dienst mee te
maken. De rangen en standen waren duidelijk te zien aan de hand van hun
kleding. Het was eigenlijk wel een leuk schouwspel. Bij de dienst hadden
ze ook live muziek. Dit klonk lang niet gek. Als men een beetje commercieel was
ingesteld hadden ze buiten cassettebandjes van deze groep kunnen verkopen.
Ook aan de buitenkant was dit ook niet echt mooi. De kleuren en ornamenten vond
ik niet over naar huis te schrijven. De tunnels die de Vietcong
gebruikte tijdens de oorlog waren een stuk kleiner dan die bij de DMZ. Deze
moesten zo snel mogelijk gegraven worden zodat ze hierdoor snel de Amerikanen
konden aanvallen. Het was hier ook niet mogelijk om te staan. En dit was dan
nog een van de ruime tunnels. Er waren tunnels bij waar je alleen met de
tijgerkruipgang door kon kruipen. Daarnaast waren er ook de meest gemene
valkuilen van de vietcong te bezichtigingen. Deze waren niet bedoeld om de
Amerikaanse soldaten te doden, maar om zwaar te verwonden. Dit is het
monument bij de Killing Fields ter nagedachtenis van de slachtoffers van de
Rode Khmer. Ik vond dit eigenlijk een smakeloos monument. Om het hele
terrein van de killing fields stond een hekwerk en aan de achterkant zat er ook
een poortje. Ik zag dat deze open stond en ben eens gaan kijken wat er achter
te vinden was. Er bleek een klein dorpje te liggen. Hier en daar zag je wat
koeien liggen. Net toen ik in het dorpje liet kwam er een kleine jongen achter
me aan lopen. Bij elk huis floot of riep hij wat. Ik had in het begin niets in
de gaten, maar na een 10 minuten zag ik dat er een hele kudde koeien achter de
jongen liep. Hij haalde bij ieder huis de koe(ien) op en bracht ze dan naar de
wei. Het leek wel een beetje op de rattenvanger van Hamelen. Het was nog
rede druk in de hoofdstraat van het dorpje. Vaak waren dit soort dorpjes
overdag redelijk uitgestorven, omdat men dan op de akkers werkten. Misschien
had men hier net geoogst er had men nu tijd om rond het huis een aantal dingen
te doen. Alle huizen waren op palen gebouwd en dat bleek toch wel handig
te zijn. De meeste mensen zaten op het heetst van de dag juist onder hun huis.
In de schaduw en met een klein briesje was het daar tenminste nog uit te
houden. Het monument ligt vol met schedels van de slachtoffers, deze
liggen gerangschikt op sexe en leeftijd. In mijn ogen hadden ze beter iets meer
eerbied voor de slachtoffers kunnen tonen en ze op een ‘normale’ plaats
begraven. Hiervoor had ik een bezoek gebracht aan het Tuol Sleng Museum. Dit
was daarvoor de S-21 gevangenis waar onder het regime van Pol Pot meer dan
17000 mensen gevangen hebben gezeten voordat ze werden doodgemarteld. Dit was
net een echt prettige dag, maar we mogen nooit vergeten wat hier gebeurd is en
dan moet je dit onder ogen kunnen zien. In het stadsbeeld zie je zeer
vaak de typische bouwstijl terug van de Khmer. Dit is duidelijk anders dan van
de buurlanden. Het paleis van de koning was luxe en groot te noemen. Ik
vind het altijd triest om te zien dat sommige mensen in dit soort arme landen
in zo’n enorme rijkdom kunnen leven. In een gebouw had men geen vloerbedekking,
maar tegels van zilver. Vaak zie in je de grote steden dat alles
volgebouwd is, maar dit gedeelte van Phnom Penh was ruim opgezet met ook nog
het nodige groen. Het was duidelijk dat dit toch wel één van de betere wijken
van de stad was. De meteropnemer heeft het in Cambodja redelijk
makkelijk. De elektriciteitsmeters hingen gewoon buiten aan een lantaarnpaal.
Ook kunnen de buren controleren hoeveel stroom je verbruikt. Dit is de
zuidpoort van Angkor Thom. Angkor Thom is een enorm groot complex, het is
ongeveer 10 vierkante kilometer groot. Om het hele gebied staan een muur van 8
meter. Binnen de muren staan meerdere stempels, zoals Bayon, Baphuon en zoals
bij zovele complexen The Terrace of Elephants. En omdat de olifanten destijds
zo belangrijk waren, kunnen de toeristen op de rug van een olifant de tempels
bekijken. Op de rechterkant van de brug staan 54 goden en aan de
linkerkant staan 54 demonen, die twee hele grote slang beet houden. Zoals je
hier kan zien zijn er ook genoeg lokale die zich op het complex begeven. Je
hebt ook de nodige stalletjes waar je drank en souvenirs kunt kopen. Er zijn
hiervoor strenge regels, vaak mogen de verkopers alleen aan de overkant van een
poort of tempels staan. Het is hen verboden om op de weg te komen. Ze kunnen je
dus niet letterlijk aan je arm trekken om je naar hun kraampje te slepen.
Op de poort staan 4 gargantuan gezicht van de boeddhist Avalokiteshvara die alle
vier de windrichtingen kijken. Je ziet er ook weer een aantal olifanten koppen
terug. Bayon is de op een na populairste tempel in Angkor Wat. Zowel van
in grove lijnen als in detail was dit een mooie tempel. Er waren 54 torentjes
aanwezig waarop daar weer in de vier windrichtingen het lachende gezicht van
Avalokiteshvara. Het aantal 54 moet iets speciaals zijn omdat dit aantal
meerdere keren terugkeert op dit complex. Op veel kolommen en muren is
nog te zien hoe gedetailleerd de versieringen zijn geweest. Deze dansende dames
kwam je heel veel tegen. Ik heb geen idee wat de betekenis hiervan is, ik moet
dan nog uitzoeken. (Als iemand dit weet hoor ik het graag) De paden
tussen de torentjes waren vrij smal en dat gaf iets speciaals aan deze tempel.
En met een klein beetje geduld kon je hier nog foto’s maken zonder dat je er
mensen er op hebt staan. Dit was ook een van de reden om nu naar Angkor te
gaan, nu er een Tombraider film is opgenomen. Ik verwacht dat het hier binnen
een paar jaar erg druk gaat worden. Ook gezien het feit dat men hier in de
buurt luxe hotels en een landingsbaan hebben aangelegd. Tsja wat moet ik
hier nog bij zeggen. Op de muren zij hele verhalen uitgebeeld. Op één
muur is een hele veldslag beschreven, terwijl op een andere muur het beeld van
het dagelijkse leven laat zien. Je kan je niet voorstellen hoeveel werk hierin
moet zitten om al die muren te bewerken. Dit is de Phimeanakas. Als je
net van Bayon afkomt valt deze ruïne een beetje tegen. Het mooie van alle
tempels en gebouwen in Angkor Wat is dat je overal op en in mag. Maar toen ik
onder aan deze trap stond leek het me niet echt verstandig om naar boven te
gaan. De tredes zijn erg hoog, maar heel ondiep. Je kan je voeten er niet op
zetten, op zich niet zo erg al je omhoog moet, maar je moet ook weer naar
beneden. Dit is de Terrace of Elephants en dit fungeerde als muur voor
de Royal Enclosure. Hiervan was weinig meer over. Je kon nog iets terug zien
van het zwembad en de Phimeanakas ( van de vorige) maakte er ook deel van uit.
Ook dit stuk muur maakte deelt uit van de Terrace of Elephants. Ook al zijn hier
geen olifanten te bekennen. Hoewel dit ‘alleen maar’ een stukje muur was, vond
ik dit zeer indrukwekkend. Ook dit hoorde nog steeds bij Angkor Thom.
Het is Baphuan. Je moest hier vanaf de juiste plaats je foto maken. Als je dat
niet deed kreeg je ook een grote bouwkraan op de foto. Men was hier druk bezig
het te restaureren. Het verhoogde pad naar het gebouw was bijzonder. Het hele
pad was gebouwd op palen. Vanaf de plek is het niet zo goed te zien, maar de
andere foto’s waren niet zo goed gelukt. Dit was een ietwat vreemd
tempelcomplexje, het was zwaar vervallen. Behalve het boeddha beeld dat zag er
goed verzorgd uit. Dit riviertje was de verbindingsweg tussen Inle Lake
(plaatsje) en het meer. Het was behoorlijk druk op het water, omdat het vervoer
hier in de buurt sneller over water gaat dan over land. Daarnaast was er een
soort rondtrekkende markt die rouleerde tussen vijf plaatjes die direct aan het
meer gelegen waren. Als toerist mocht je dat dus niet missen. Omdat vele mensen
met de boot naar de markt kwam, was het een probleempje om je boot ergens aan
de meren. Eigenlijk lukte dat ook niet, maar werd onze boot aan andere boten
vast gelegd en we moesten via de andere wankele bootjes naar de wal. De markt
was niet overdreven groot, maar wel gezellig druk. Men was al wel een klein
beetje voorbereid op toeristen gezien de twee kraampjes met allerlei beeldjes.
Deze verkopers hadden vandaag niet hun topdag, want ik was één van de twee
toeristen die hier rond liepen. Ik had via de eigenaar van de Pancake
Kingdom wat aanwijzing kregen over waar je in de omgeving kon wandelen. Hij
stuurde mij de bergen in en bleek een goede keus. Al vrij snel kwam ik in de
bergen een kruising tegen waarover hij niets had gezegd. Dat werd dus gokken
waar ik naartoe moest, natuurlijk neem je als eerste de verkeerde weg. Ik moest
een klein riviertje oversteken via een boomstam en even later zag ik een monnik
in de rivier zijn hoofd scheren. Ik al snel bleek dit niet de juiste weg en kon
weer terug. Even later liep ik de ‘oprijlaan’ van dit huis op. Dit leek me ook
niet zo geschikt, hoewel ik het een prachtig huis vond op een even zo mooie
locatie. Na wat kleine omzwervingen vond ik dan toch het pad dat ik moest
hebben. Ik vond dit zo’n prachtig gezicht, een eenvoudige ossenkar voor
een omgeploegde akker. Dit was het platteland in ten voeten uit. Naar
een behoorlijk stuk gelopen te hebben kwam ik in dit dorpje terecht, het was
hier uitgestorven. Er waren alleen een paar kinderen in de buurt, maar die
waren erg bang. Toen ik vlakbij het dorp was zag ik in de verte een groepje
kinderen spelen. Eén van de kinderen had mij op een gegeven moment in de gaten
en begon te gillen en rende weg en verstopte zich achter een stel struiken en
de andere kinderen volgden haar voorbeeld. Ze kwamen ook niet meer uit hun
schuilplaatsen. Aan de andere kant van het dorpje stonden wat ouder kinderen en
hier was de reactie iets minder heftig. Ze renden wel eventjes weg, maar ze
waren iets nieuwsgieriger en blijven op een 100 meter staan kijken. Ik ben toen
daar even gaan zitten in de hoop dat ze dan een stukje dichterbij zouden komen,
maar dat deden ze niet. Dit is de typische bouwstijl rond het meer. De
huizen hoog boven het water gebouwd. Dat is ook wel nodig, want ik in de
‘Pancake Kingdom’ zat, een pannenkoekenrestaurant dat je een keer moet
bezoeken, liet de eigenaar zien hoe hoog het water was gekomen tijdens een
aantal overstromingen. Ze hebben in de Pancake Kingdom de beste pannenkoeken in
het dorp Een aantal vrouwen die net van de markt terug kwamen met goed
gevulde tassen. Met de gids erbij waren de kinderen ook niet meer zo
bang en liepen niet meer weg en kon je ze op de foto krijgen. De vrouwen en
kinderen lopen altijd met een soort gele modder op hun gezicht. Men zegt dat
het de huid mooier houdt/maakt, maar om altijd met een moddergezicht rond te
lopen snap ik dan niet. Misschien krijg je dan een mooie huid, maar die verstop
je dan weer onder een laagje modder. En een tweede en wat logischere reden is
dat het de huid beschermt tegen de zon. De levenstandaard was hier niet
echt hoog te noemen. Vooral de primitieve gereedschappen vielen hierbij op.
Een paar vrouwen op weg naar de akkers. Tijdens de wandeling kwamen we
geregeld van dit soort hutjes tegen. Deze waren speciaal gebouwd voor de mensen
die naar en van de markt kwamen. Ze konden hier dan even in de schaduw
uitrusten en in de kannen zat water. Deze hutjes stonden ook vaak bij de akkers
waar de landbouwers dan even konden bijkomen. Toen we even uitrustte bij
een hutje kwam er een buffel met een klein jochie erop. Het was me al eerder
opgevallen dat die buffer goed afgericht konden worden. Wanneer een boer aan
het ploegen gaf hij met klikgeluiden commando’s aan de buffer. Dit was de
eerste keer dat ik zag dat iemand erop reed. De boeren moeten het doen
met primitieve gereedschappen. Ik denk ook niet dat in deze omstandigheden onze
luxe kruiwagens niet lang zouden overleven, met zoveel water en modder. In
dit dorpje werden we uitgenodigd om thee te komen drinken. In het huis zaten
nog een paar mensen. Deze vertrokken gelijk tijdig weer met ons, zij waren hier
met de ossenkar gekomen. Het tempo van deze ossenkarren is nogal traag te
noemen, lopen gaat sneller. Maar kort nadat we vertrokken waren bleek dat we
verkeerd gelopen waren en moesten weer een stuk terug. We kwamen deze mannen
toen weer tegen en ze boden ons een rit aan. De rit op een ossenkar is
niet echt comfortabel en met die modderwegen word je er ook niet schoner van.
Ook al rijd hij niet hard, de modderplakkaten vlogen je om de oren. Maar
ondanks alle ‘ontberingen’ was het een geweldig rit en niet te vergeten een
bijzonder vriendelijk aanbod. Men had hier een afgrijselijke stupa
staan, dat ik het niet kon laten om het op de foto te zetten. Hij was volledig
bedekt met spiegeltjes, waardoor het op zilver leek. Ik heb bewust
gekozen om tijdens mijn reis in Myanmar zo min mogelijk gebruik te maken van
overheidsdiensten. Waardoor ik zo min mogelijk geld kwijt was aan het militaire
regime. Door in goedkope hotels te slapen en te reizen via kleine
busmaatschappijtjes (die in handen zijn van particulieren) zorg ik ervoor dat
een groot gedeelte van mijn geld bij de lokale bevolking terecht komt. De trein
is in handen van de overheid en heb die een keertje gebruikt. Omdat men had
gezegd dat dit een zeer speciale belevenis moet zijn. Ik ben daarom een klein
stukje met de trein gegaan, van Inle Lake naar Kalaw, om dit dan ook mee te
maken. Deze foto’s zijn allemaal gemaakt op een station tussen Inle en Kalaw.
Ik was een beetje huiverig om mijn camera hier te gebruiken, omdat dit
officieel verboden is. Het vertrek vanuit Inle verliep niet helemaal
soepeltjes. Ze kennen hier geen stadsbussen en om van Inle naar het station te
gaan, moet je reizen met een pickup-truck. Deze vertrekt pas wanneer deze vol
is. Ik had van tevoren navraag gedaan, hoe laat ik bij de pickups moest zijn en
rond die tijd zat ik ook in de truck. Alleen het duurde een beetje langer eer
dat hij vol wasen dus vertrok. Helaas werd ik niet afgezet bij het station en
moet ook nog een stuk met een cyclodriver. Die had gelukkig in de gaten dat ik
haast moest maken om de trein te halen. Ik kwam nog op tijd op het station,
maar daar had ik weer een tegenvaller.Ik moest de trein met dollars betalen,
maar ik had het niet gepast. Omdat je in dollars betaalt krijgt het wisselgeld
ook in dollars terug, maar dat had de lokettist niet en moest op zoek naar
wisselgeld. Uiteindelijk zat ik in de trein, toen ik in de gaten had dat ik
geen drinken meer had. Dus snel even de trein uit om bij het kioskje wat
drinken te kopen, mijn rugzak in de trein achterlatend. Toen ik afrekende
hoorde ik de trein fluiten en hij begon al langzaam te rijden. Ik sprintte
terug naar de wagon, gelukkig waren de deuren nog open en kon nog net op tijd
in de trein springen. De rit was erg mooi, hij moest over de bergen en
was net sterk genoeg om de wagons te trekken. De snelheid lang soms erg laag,
lopen was dan sneller. De vering was ook erg soepel en had soms het idee dat je
in een grote schommelstoel zat. De banken waren ruim en lekker zacht. Ik moest
als toerist in de eerste klasse, hoewel ik graag in de tweede klasse wilde
zitten. Die zal ook wel een stuk minder luxe zijn. Onze eerste stop bij
een station duurde al direct erg lang. De goederenwagon moest gelost worden om
daarna weer met andere spullen geladen moest worden. Dit was allemaal handwerk
en duurde gewoon eventjes. De bedrijvigheid op het station was erg groot. Er
werd heel veel etenswaren verhandeld. In Kalaw ben ik weer aan de wandel
gegaan en heb een trekking van 2 dagen gemaakt door de bergen rond Kalaw. In de
kleine bergdorpjes waren de kinderen erg vrolijk. Net als in andere Aziatische
landen zwaaiden de kinderen altijd naar toeristen. Een vrouw bij de
waterpomp doet haar was. In dit bergdorpje leeft men in zogenaamde
longhouses. In één huis wonen 5 a 6 gezinnen op een rijtje, met heel weinig
privacy. Ieder gezin heeft maar één slaapkamertje voorde ouders. De kinderen
slapen aan de linker kant op de kleine verhoging. Ze hebben geen echte keuken,
maar hebben ipv daarvan een plekje waar ze een openvuurtje kunnen stoken om op
te koken (links van de vrouw op de foto). Een zo’n huis vormt min of meer een
commune, overdag is er altijd een vrouw in het huis aanwezig die op alle
kinderen past en het schoon houdt. Terwijl dan de andere volwassen op het land
of ergens anders aan het werk zijn. Het principe is mooi, maar toch zou ik hier
niet kunnen wonen. De keukens in de longhouses zijn in hoogte
verstelbaar. Boven de brandplaats hangt een soort rek waarop het kookgerei
ligt. Als men klaar is met koken trekken de het rek omhoog, zodat je er geen
last meer van hebt. Zo houd je de keuken ook netjes. Misschien een ideetje in
mijn huis. Dit was waarschijnlijk een wat rijkere boer dan in de andere
dorpjes. Zijn huis zag er in ieder geval een stuk steviger en luxer uit.
Dit was het uitzicht vanaf het terras. Deze boer had een aantal terrasjes
ingericht voor de wandelaars. Vanaf hier had je een mooi uitzicht op het dal.
De gids kon hier ook gebruik maken van de keuken om een lekkere lunch te
bereiden. Een maand geleden was men in Vietnam druk bezig om de rijst te
oogsten. Hier was men al weer bezig om de rijstvelden in orde te maken om de
rijst weer te kunnen planten. Ik heb de dollars betaald om Mandalay Hill
te beklimmen (dit geld gaat dus direct in de zakken van de militaire
machthebbers). Het grote voordeel was dat het op de top nog redelijk uit te
houden was. Het was verschrikkelijk heet in Mandalay en op de berg stond nog
een verkoelend briesje. Ik vond het uitzicht wel aardig, maar niet echt
spectaculair. Op de top van de berg was een tempel gebouwd. Ik weet niet
of ik dit nu een mooie tempel vond. Hij was bekleed met spiegeltjes, wat er een
beetje vreemd uitziet. De vloer was wel mooi betegeld en dat maakt weer een
hoop goed. De trap naar de top van de berg is een geliefde plek voor verliefde
koppeltjes en soms moest je inderdaad even slalommen om langs hen te komen.
Rondom Mandalay zijn er veel tempels gebouwd en zijn ook allemaal prima
onderhouden. Dat kan je ook hier wel zien, de witte tempels vallen in ieder
geval goed op. De bootjes op de rivier hadden de grootst mogelijke
moeite om tegen de stroming in te zeilen. Het leek er bijna op dat ze gewoon
stil lagen. Een erg triest aanzicht, deze slopenwijk aan de oever van de
rivier. Een cyclodriver vertelde het verhaal hier achter en daar werd je als
toerist niet vrolijk van. Hier vlakbij was een soort park gebouwd met wat
attracties als een reuzenrad. Dit is speciaal gebouwd voor de toeristen en niet
voor de lokale bevolking. Maar het vervelend was dat er op die plek mensen
woonden en die kregen te horen dat ze hun huizen moesten verlaten. Zonder dat
er een compensatie tegenover stond. De mensen kregen geen andere huizen of geld
aangeboden. Een aantal van die mensen wonen nu in deze hutjes. Dit is de
oude ruïne Mingun Paya. Je kunt het op de foto niet goed zien, maar hij is
helemaal opgebouwd uit bakstenen. Dat is een aardig karweitje geweest. De
scheuren in de tempel zijn ontstaan aan een zware aardbeving. Je kunt de tempel
beklimmen en als je er boven op staat, zie je dat er ook een stuk is ingestort.
Vanaf de tempel had je uitzicht op de achterkanten van deze olifanten en de
rivier. Vlakbij Mandalay ligt het plaatsje Amarapura, dit is ook een van
de Ancient Cities. In dit plaatsje staat een groot klooster dat ik graag wilde
bekijken. Niet omdat het een mooi gebouw was, maar omdat de monniken voor de
lunch een lange rij vormen waarin ze geduldig staan te wachten op hun rijst.
Zolang de monniken in de rij staan, wordt er door hun niet gesproken. Dit
is de beroemde U-Bein’s Bridge. Deze brug is gebouwd van teakhout, behalve een
stukje in het midden van de brug, daar waren een paar palen vervangen door
betonnen palen. De lokale bevolking gebruikte de brug ook als vissteiger. Het
was een gezellige bedoeling op de brug. Aan de andere kant van de brug was nog
een leuk klein dorpje. Het was daar allemaal redelijk primitief, maar er stond
wel één huis met een karaoke apparaat. Het was ongelofelijk hoe vals die man
kon zingen en natuurlijk stond het apparaat op standje 10. (Arme buren) Zoals
je kunt zien is de brug niet de kortste. Deze brug is 1200 meter lang, daarvoor
hebben ze veel bomen moeten kappen, maar dan heb je ook wat. In de hele
stad reden veel van dit soort voertuigjes rond. Dit zijn taxi’s. Er rijden wel
bussen in de grotere steden, maar je ziet veel mensen gebruik maken van deze
taxi’s. Het voordeel van deze taxi’s is dat ze overal stoppen waar je eruit
wilt en niet bij een speciale halteplaats. Soms kom je op de vreemdste
plekken tempels tegen. Ook hier hadden ze niet de meest praktische plek
uitgezocht. Mount Poppa was een bergtop aan de rand van een gebergte, daar door
had je een schitterend uitzicht over het platteland. Van onderaan de berg leek
het erop dat dit een groot gebouw was, maar toen ik op de top was bleken het
eigenlijk meerdere kleine tempeltjes te zijn. De weg naar boven was niet altijd
even prettig, de trap zat vol met apen en sommige waren behoorlijk agressief.
Dit is een voorbeeld van een van de tempeltjes boven op mount Poppa. Op de
terugweg naar Bagan hebben we een stopje gemaakt bij een klein stalletje waar
ze toddy verkochten. Dit is een drankje van gemaakt van het sap van een toddy
palm. Wanneer het sap net getapt is bevat het nog geen alcohol. Als het even
staat vindt er een natuurlijke gisting plaats, waardoor het in de middag is
veranderd in een licht alcoholisch drankje. Als men het dan nog een dag laat
staan, dan krijg je melkachtig drankje met een licht zuur smaakje en kan het
dan in de categorie sterke drank plaatsen. Maar het drinkt erg makkelijk weg,
je hebt niet in de gaten dat er veel alcohol in zit. Bagan is in tweeën
gesplitst, het oude centrum en natuurlijk het nieuwe centrum. De overheid heeft
er voor gezorgd dat er maar één hotel in het oude centrum staat en is
natuurlijk in handen van die overheid. De meeste toeristen willen hier niet
verblijven en kiezen er dus voor om in Nyaung-U te overnachten. Omdat het New
Bagan niet zo gezellig schijnt te zijn. De foto toont een van de buitenwijkjes
van Nyaung-U. Gezien de reacties, die ik kreeg van de bewoners komen hier niet
zoveel toeristen. Even buiten het centrum stond deze mooie Shwezigon
Paya, deze heeft wel wat weg van de Shwedagon Paya in Rangoon. Boven in
de top hing er een cirkelvormig hekje waaraan verschillende kleine belletjes
hingen. Deze maken niet veel geluid en als je daar loopt heb je de belletjes
niet in de gaten. Maar als je geconcentreerd luistert dan hoor je ze pas.
Een overzicht van een aantal tempels. Waar je ook keek ,je kon niet ontsnappen
aan de tempels. Het was mogelijk om een aantal tempels te klimmen
waardoor je een mooi overzicht kon krijgen van het gebied. Op veel van
de tempels waren van dit soort tegeltjes geplakt. Deze blijken op de zwarte
markt veel geld waard te zijn en worden daarom regelmatig gestolen. Veel
plekken op de tempels waar deze tegels hoorden te zitten zijn dan ook leeg.
Een aantal tempels waren niet alleen maar één gebouw, maar was meer een klein
tempelcomplexje. Gezien de zwarte strepen op het gebouw hebben ze hier wel wat
last van luchtvervuiling Bij vele tempels stonden regelmatig van dit
soort gespleten beelden. Als je er zo voor staat ziet het er een beetje vreemd
uit, maar als je aan de zijkant van het gebouw staat is het bijzonder leuk.
De grootte van de tempels varieerden nogal sterk, van hele kleintjes tot grote.
In de meeste grote tempels kon je ook naar binnen. Veelal waren ze nagenoeg
leeg, maar deze tempel Ananda was nog gewoon in gebruik. Nu was de Ananda wel
bijzonder fraai. Gelukkig kun je op veel plekken een kaart krijgen
waarop bijna alle tempels zijn aangegeven. Deze heb je echt hard nodig, zeker
als je met de fiets erop uit trekt. Deze stond ook op de kaart, maar heb geen
flauw idee meer hoe hij heet. Als iemand het weet mag die het me mailen.
Hier had ik echt het idee dat ik zo in een film was binnen gefietst. Zo’n
uitzicht zie je alleen in de film en dan vaak is het vaak nog nep ook om het
nog mooier te maken. Het gevoel dat ik hier had is eigenlijk niet te
beschrijven, zo mooi was het hier. Dit was weer een van de vele
prachtige overzichten van het terrein. Je kunt hier gewoon niet om de tempels
heen. Als je dan bedenkt dat er hier nog veel meer hebben gestaan. Men heeft
destijds heel veel tempels gesloopt omdat men de bakstenen nodig hadden voor
een verdedingsmuur, omdat er een oorlog dreigde. Dit is weer de Ananda
tempel. Dit is een van de grotere tempels in dit gebied en ook erg opvallend.
Er waren niet zoveel witte tempels. ’s Avonds wil het nog wel eens druk
worden op een aantal tempels. Dan verzamelen de zich vele toeristen op de
tempels om van de zonsondergang te genieten. Maar ook vlak voordat de zon onder
gaat is het erg mooi. De lange schaduwen geven erg veel sfeer aan het gebied.
Naar mate het wat koeler werd begon het water in de rivier aardig te dampen.
Gelukkig kun je op veel plekken een kaart krijgen waarop bijna alle tempels zijn
aangegeven. Deze heb je echt hard nodig, zeker als je met de fiets erop uit
trekt. Deze stond ook op de kaart, maar heb geen flauw idee meer hoe hij heet.
Als iemand het weet mag die het me mailen. Voor de tempels zijn er
verschillende materialen gebruikt. Maar als men goud heeft gebruikt, dan valt
dat extra op. Dit is de Htilominlo Pahto, uit de eerste helft van de 13e
eeuw. Dit is de Shwedagon Paya. De mooiste van het land en hier geld,
alles wat hier blink is goud. Men heeft hier echt goud gebruikt. Ik vrees als
men dat in Nederland zo’n ‘gouden’ gebouw heeft, men het 24 uur per dag zou
moeten beschermen. Maar hier is dat niet nodig. Vlak voor mijn hotel
stond de Sule Paya. Deze was ’s nachts fraai verlicht. Overdag is dit de plaats
voor het zwart wisselen van geld. Het straatbeeld van Rangoon. Je vond
er veel van dit soort gebouwen. In Vietnam zag je ook van dit soort huizen,
maar daar waren ze in een zeer slechte staat. Terwijl ze hier er nog goed uit
zagen. Misschien werd dit wel opgelegd door het militaire regime, als een soort
paradepaardje. Een typisch voorbeeld van de stadsbussen. De bussen voor
de lange afstand waren veel luxer. Ik zou er niet aan moeten denken om 12 uur
in zo’n bus te moeten reizen. Voor een kort stukje is het wel leuk. Twee
vormen van openbaar vervoer. Op de voorgrond een van de vele kleine Mazda’tjes
die achterin verrassend veel mensen konden vervoeren. En op de achtergrond een
overvolle bus. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ‘de kop van
de draak’ echt zo oud is. Hier is duidelijk te zien dat hij niet al te lang
geleden is gerestaureerd. Maar op een of andere manier sprak dit mij totaal
niet aan. Dit was niet de muur, zoals ik hem voor ogen had. Dit was ook gelijk
een zeer toeristisch stukje van de muur. Ik stond net op de muur, toen hoorde
ik achter me wat trommels. Ik draaide me om en zag een groep ‘oude’ soldaten
die eraan kwamen rennen om even stil te staan op de muur. Een ‘wachtcommandant’
schreeuwde wat commando’s en na een minuutje keerde de soldaten weer om en
renden weer weg. Dit moest waarschijnlijk de wisseling van de wacht
voorstellen. Maar het was zo amateuristisch, dat het lachwekkend was. Helaas
wat het nogal heiig en kon je de muur niet heel erg ver zijn. Maar hier zo je
mooi hoe de muur ‘gewoon’ op de berg is gebouwd. Hij volgt keurig de glooiing
van de berg. Gelukkig was het op dit punt bij de muur niet echt druk en had je
soms hele stukken waar je geen mens zag. Gelukkig heb ik ook nog een
stukje originele muur gezien. En zoals je kunt zien is er niet veel van over.
Helaas mocht je hier niet naartoe. Dit had ik graag ook willen zien, dit is een
echt stukje muur en niet zo’n super strak gerestaureerd stukje. Maar als je dit
bekijkt dan geloof ik niet dat de de muur vanuit de ruimte kan zien. Dit
stukje muur heeft de tand des tijd iets beter doorstaan. Maar dit was ook weer
verboden terrein. Ik had hier graag even naar toe gelopen, maar dat was
onmogelijk met onze Chinese toezichthoudster. Dit is geen echte foto,
want het was streng verboden om foto’s te maken. De boete indien je gepakt werd
was zeer hoog en daarnaast werd je fototoestel ook in beslag genomen. Die kan
je wel terugkrijgen, maar daar ben je dan lang mee bezig en die tijd kan je
beter gebruiken. Dit is een overzicht van een de opgravingen. Er staan hier al
wel veel beelden, maar het zijn er lang geen 7000. Maar is toch zeker wel
indrukwekkend. Ook dit is geen echte foto. Maar je kunt hier goed zien
hoe zo’n beeld gemaakt is. Men beweert dat alle beelden verschillend zijn en
dat er geen een het zelfde is. Men heeft dit bereikt door een beeld op te
bouwen uit verschillende onderdelen en die te variëren. Zo werden er
verschillende rompen, hoofden, benen en armen gebakken om deze later samen te
voegen zodat er dan een uniek beeld ontstond. Een foto van het
straatbeeld van Xian. Natuurlijk zijn hier ook erg veel fietsers, maar het
meest opvallende was het verkeerslicht. Er hing een stopwatch naast om aan te
geven hoelang het verkeerslicht nog op groen zou staan. Het vertrek op
de luchthaven van Xian. Er was geen bus die ons van de gate naar het vliegtuig
bracht. Dit was het eerste vliegveld waar je naar het vliegtuig moest lopen. Nu
was dit niet een grote luchthaven en de oversteek was niet gevaarlijk. Dit was
het enig vliegtuig dat stond te wachten. Het is erg grappig om te zien
hoe de lokale bevolking foto’s maakt. Men gaat altijd in de houding staan. Ze
maken zelden een foto van alleen een bepaald object. Er moet altijd een persoon
op de foto staan. Daarnaast nemen sommige ook nog eens lang de tijd om een foto
te maken. Op het Tiananmenplein wilde ik een 360 graden foto maken. Ik had mijn
camera op een ministatief staan en begon mijn fotosessie. Op de eerste foto
(dat is deze) zie je een man in de houding staan. Ik nam de tijd om mijn
volgende foto te maken (statiefje iets verdraaien, controleren of de uitsnede
goed was en eventueel weer corrigeren en dan pas de foto maken.) Ik heb op die
manier 9 foto’s gemaakt en op de laatste foto stond die zelfde man, als op de
eerste foto nog steeds in de houding Ik had het in eerste instantie niet
in de gaten, maar hoorde over de beveiligingsituatie na de grote
studentenopstand. Om de mensen in de gaten te houden op het Tiananmen plein
heeft de Chinese overheid op vele plekken beveiligingscamera's opgehangen.
Het plein van de Hemelse Vrede was een plek waar vele families lekker bij elkaar
kwamen. Wij zouden lekker in het gras gaan zitten, maar ik vrees dat de Chinese
politie daar wel iets strenger tegen op zou treden. Het mausoleum van
Mao werd druk bezocht door de Chinezen. Op een andere foto kun je een gedeelte
van de zeer lange rij zien. Nu had in toch al weinig interesse om naar binnen
te gaan. Maar tot ik de rij zag was dat kleine beetje interesse plots helemaal
verdwenen. Naar wat ik gehoord heb ligt hij er niet echt goed bij. Ieder jaar
wordt hij weer opnieuw ‘gerestaureerd’ door de Russen. Maar ondanks al het werk
ten spijt, schijnt Mao meer te lijken op een (glimmend) wassen pop. De
lange rij mensen die geduldig staan te wachten om het mausoleum te mogen
betreden. Ze staan voor een monument ter ere van de revolutie. Wat me nogal
verbaasde was dat in de Chinezen in de verboden stad regelmatig een
demonstratie gaven van hun ellebogen techniek. En hier staan ze in een nette
rij, zonder dat daar een dranghek voor nodig was. Wat een wereldbaan
hebben deze mannen. De hele tijd een beetje stokstijf staan bij een
vlaggenmast. Ik heb niet geklokt hoelang deze mannen hier moesten staan, maar
het zal toch veel te lang zijn. Het lijkt me een beter idee om de mensen hier
neer te zetten die dit verzonnen hebben. Misschien zullen ze dan tot de
conclusie komen dat dit behoorlijk zinloos is. Zie de man rechts op de
foto en ook op het fotonummer. Hij heeft zijn pose nadat ik 10 foto's heb
gemaakt wel aangepast. Het normale straatbeeld in Beijing. Op de
achtergrond heeft men een steiger gebouwd van bamboe. Het voordeel van bamboe
is dat het licht is en toch erg sterk. Daarnaast groeit bamboe weelderig in
China en is dus ook goedkoop. Nog even een opmerking voor de mensen die beweren
dat alle Chinezen op elkaar lijken. Ik geloof dat ik die bewering met deze foto
wel weerlegd heb. De afvalbakken konden blijkbaar ook goed dienst als
pisbak. Althans ik een keertje dat een klein jongetje heel nodig zijn blaas
moest legen, maar er was geen toilet in de buurt. De moeder pakte je jongen op
zodat hij door een van de gaten in de afvalbak kon plassen. Aan de ene kant wel
netjes, maar ik heb wel medelijden met de vuilnisman. In de opera
speelden alleen maar mannen mee. Het was verboden voor de vrouwen om hier aan
deel te nemen. Maar de moeilijkheid was natuurlijk wel dat er regelmatig
vrouwenrollen vertolkt moesten worden. Dus al snel konden de heren van de opera
goed overweg met de poederdoos. De poederdoos werd ook gebruikt om de
gelaatsuitdrukking te versterken. Dit werd zo opzichtig gedaan zodat de mensen
achter in de zaal dit ook nog goed konden zien. De Peking Opera is een
prima gelegenheid om uit te gaan. Je krijgt hier de traditionele dans en muziek
voorgeschoteld. De dansen zijn soms zeer spectaculair, er werden complete
gevechten ‘nagedanst’. Natuurlijk werd er in het Chinees gezongen, maar je kon
toch nog redelijk begrijpen wat ze uitbeeldden. Deze foto is genomen op
de weg voor de verboden stad. Dit is een 8 baansweg en in het het midden stond
als afscheiding een hekje. Hier kon ik veilig mijn fotocamera opstellen om deze
nachtfoto te maken, terwijl de auto's langs me zoefden. Uiteindelijk vind ik
het mooiste dat oom agent onbewust goed heeft meegewerkt aan de foto. De
sluitertijd was erg lang, maar hij bleef al die tijd keurig stilstaan (dit had
ik niet aan hem gevraagd). Ik heb me laten vertellen dat die agenten niet echt
het verkeer regelen, maar dat het eerder andersom is. Deze heeft zeker een
uitdagende baan, om lekker bij een verkeerslicht te staan. Dit is de
poort naar de Hemelse tempel. Er waren op dit tempelcomplex geen rode dakpannen
te vinden. De daken eerste van de gebouwen op het complex waren geel. Dit was
de kleur van de keizer. Een blik van de tempel naar de ingang. De poort
die je ziet is nog niet de echte ingang, want daarvoor was nog een poort. Maar
het geeft wel een aardig beeld hoe groot het complex is. Fraaie
ornamenten. Alles was tot in de puntjes fantastisch afgewerkt. Dit komt
duidelijk uit een andere tijd dan het huidige 'made in China' tijdperk. Het
Keizerlijke Hemelgewelf is ook geheel van hout gebouwd. Hier werden de rest van
het jaar de tabletten die tijdens de ceremonie werden gebruikt, bewaard In
de ronde, 40 m hoge Qiniandian, bad de keizer voor goede oogsten. Deze tempel
is gebouwd zonder dat er ook maar één spijker aan te pas is gekomen. De blauwe
dakpannen op het drievoudige dak symboliseren de hemel. Een fraai stukje
schilderwerk. Ook hier komt de blauwe kleur weer erg vaak terug. Dit is
een leeuw op de laan der dieren. Hier stonden leeuwen, kamelen, olifanten,
paarden en mythische dieren opgesteld. De laan achter de laan der
dieren, met de 12 beelden van mensen aan beide zijde van de weg. De beelden
bestaan uit 4 generaals, 4 civiele ambtenaren en 4 gepensioneerde ministers. Er
gaat een legende over een keizer, uit de latere Qing dynastie,die de beelden
wilde verplaatsen om een wacht voor zijn eigen tombe te vormen. Maar toen een
minister een droom had dat de beelden eeuwig trouw waren aan de Ming-keizers,
vatte de keizer dit op als een waarschuwing. Indien de beelden verstoord zouden
worden, dan zou er een dodelijke wind waaien vanaf de Ming-graven naar de
hoofdstad en liet toen de beelden met rust. De heilige weg. In de verte
is de poort met de drie bogen(oke er is er maar eentje te zien op de foto) te
zien. Door de boog kan je al iets zien van het paviljoen met de schildpad.
Dit is de stenen schilpad met een grafsteen van ruim 9 meter hoog. Op de
grafsteen staat een inscriptie in de vier meeste voorkomende Chinese
talen/dialecten. Vreemd was het om te zien hoezeer deze van elkaar afwijken. Op
elke zijde van de grafsteen was de inscriptie in een ander dialect geschreven.
Het ene dialect lijkt erg op het chinees dat we kennen (met de typische Chinese
karakters en van boven naar onder geschreven), terwijl een ander dialect heel
veel om onze Europese schrijftaal lijkt. De karakters leken erg veel op de onze
en er werd ook ‘gewoon’ van links naar rechts geschreven. Dit gebouw
stond aan de andere kant van het Tiananmenplein. Dit was de oorspronkelijke
ingang van de verboden stad. Maar in de loop der jaren was er toch behoorlijk
wat gesloopt van de Verboden Stad. Nu staat dit gebouw een beetje plomp
verloren tussen ‘moderne’ gebouwen in. Op zich wel jammer want ik vond dit
gebouw mooier dan het gebouw dat nu als ingang dient. In de avond was de
ingang van de verboden stad mooi verlicht. Op het Tiananmenplein heerste in de
avonduren een gezellige drukte. Een groot aantal mensen kwam hier van de
avondrust genieten. Hele gezinnen zaten in kleine cirkeltjes op de grond te
praten of een bordspelletje (hoofdzakelijk schaken). Hoewel ik het een
doodzonde vind dat men hier een foto van Mao aan de muur hebben hangen, kon ik
het niet laten om er toch een foto van te maken. De borden naast Mao zouden wel
één of andere propaganda tekst zijn. Als je iets van het ‘standaard’ pad
afweek kon je merken dat daar iets minder onderhoud werd gepleegd. Het gras en
mos groeiden weelderig tussen de tegels. De draakjes op de rechterzijde van de
foto dienden niet alleen als versiering, maar ook als afwateringssysteem. Alle
terrassen en pleinen waren niet waterpas gelegd. Ze liepen iets bol waardoor
het water altijd naar de zijkanten van het terras of plein loopt. Bij de
terrassen kon het water dan weglopen via deze drakenkopjes naar de lagere
gelegen terrassen Dit was het gebouw waar de troon van de keizer stond.
Het is prachtig gelegen op een aantal terrassen, met een mooi uitzicht op het
plein. Dit is de achterkant van de hoofdingang. Er zijn toch nog veel
mensen op het complex aanwezig, maar het was er verrassend stil. En als je
rondliep viel het aantal mensen erg mee, behalve daar waar de deuren van de
gebouwen openstonden en dus waar je naar binnen kon kijken. Daar was het
dringen geblazen. Dit is de troon van de keizer. Hier werden de
audiënties gehouden. Ik kan me voorstellen dat deze niet al te lang duurden,
want het lijkt me niet al te comfortabel. Je mocht de gebouwen niet
betreden, wel stonden de deuren open zodat je naar binnen kon kijken. Maar hier
was het dan ook weer tijd voor het betere ellebogen werk, anders was het bijna
onmogelijk om bij de deur te komen. De gebouwen waren verrassend leeg, weinig
meubels of andere zaken. Daarentegen waren ze wel mooi beschilderd. De
symbooltjes op de daken hadden ook iets speciaals. Het waren er altijd een
oneven aantal (een even aantal schijnt ongeluk te brengen). En als je daar in
die tijd rond liep, dan moest je eerst goed naar die symbooltjes kijken om te
weten of je het gebouw wel mocht betreden. Het aantal symbooltjes gaf ook aan
welke rang je moest hebben om dat gebouw te mogen betreden. Het hoogste aantal
symbooltjes op een dak was 11 en dat betekende dat alleen de keizer het gebouw
mocht betreden. Met een beetje geluk en een beetje van het geijkt pad
afwijken, dan kon je af en toe nog een foto maken zonder mensen erop. Dit geeft
toch wel een heel ander beeld dan met alle mede toeristen erop De foto
is gemaakt in de tuinen van de verboden stad. Deze waren ook behoorlijk groot
en kon je er een lange tijd doorbrengen. Op het terrein was ook een
museum ingericht met allerlei voorwerpen en kledingstukken die uit de verboden
stad afkomstig waren. Ik heb geen idee hoeveel van de spullen authentiek zijn.
In de tweede wereldoorlog hebben de Japanners zo’n beetje alles wat maar een
beetje los zat uit de stad gestolen. Wat je hier ziet is een klok, maar dan wel
een bijzondere. Het is een water klok. Je hoefde hem daarom ook niet op te
winden, alleen eens in de zoveel tijd wat water geven. Ik heb geen idee hoe
zuinig hij liep. Tijdens de lange busrit naar Chengde kregen een lekke
band. We werden verzocht om de bus te verlaten om alvast te gaan lunchen. De
buschauffeurs kunnen hier niet vertrouwen op een wegenwacht en moest dus zelf
zijn band verwisselen. We waren hier gestrand in een klein dorpje en waren
plots de bezienswaardigheid. Het leek wel of het hele dorp was uitgelopen. Er
was blijkbaar ook een ziekenhuisje in de buurt, want er stond ook een man in de
groep die een infuus in zijn arm had. Hij stond daar met in zijn rechterhand
het infuusflesje. De wegen rond de grotere steden zijn goed, maar zodra
je daarbuiten komt werd het al snel een heel stuk minder. Dat was voor de
buschauffeur geen reden om dan langzamer te rijden. Eigenlijk had je het niet
eens in de gaten dat je op onverharde wegen reed. Behalve op een punt waarbij
een stuk weg was weggeslagen. Daar hebben we met behulp van keien het gat in de
weg opgehoogd zodat de bus er overheen kon rijden. Ik vind het altijd
weer fascinerend hoe men buiten de grote steden leeft. Ik ben over het algemeen
liever in dit soort dorpjes dan in de steden. Ik heb hier eerder het gevoel dat
je het ‘echte’ leven tegen komt. Wat me daar opvalt, is dat de mensen ondanks
de armoede toch vrolijk en gelukkig zijn. Zo komt het in ieder geval over.
In de kleinere dorpjes zijn de wegen niet best en als het dan even geregend
heeft, dan veranderd zo’n dorpje al snel in een modderpoel. Maar hoe dan ook de
verkoop moet toch doorgaan. Dit is een typisch vissersdorpje. We hebben
hier een stop gemaakt, maar omdat ik me dusdanig beroerd voelde ben ik de bus
niet uit geweest en heb vanuit de bus deze foto gemaakt. Ik ken dus niet het
verhaal bij dit dorpje. Twee marktkoopvrouwen die elkaar op de hoogte
houden van de laatste roddels, terwijl ze wachten op klanten. Er zijn
voldoende eendenfokkerijen is China. De eend is een bijzonder populair stukje
vlees. Ik vrees alleen dat de eend hier niet echt blij mee is . Eén van
de mensen uit het dorp nodigde ons uit om een kijkje te nemen in hun huis. Het
was niet echt ruim bemeten. De woonkamer diende ook als slaapkamer. Deze foto
laat het bed zien en als het matras was weggehaald, dan kon je dit namelijk ook
goed gebruiken om te zitten en eten. In de gang stond een emmer met water met
daarin een geplukte eend. Dit was niet zo zeer dat ze bang waren dat de eend
zou uit drogen, maar zo voorkomen ze dat er vliegen erbij kunnen komen. Op
de achtergrond zie je de duim staan. Dit is een ietwat vreemd rotsblokje. Het
schijnt er vrij zware wandeling te zijn om hem te bereiken. Men gelooft
(waarschijnlijk daardoor) dat als je de steen aanraakt je minimaal honderd jaar
wordt. Nu heb ik niet de behoefte om zo oud te worden, dus heb de wandeling
niet gemaakt. Die gasten uit Chengde lijken wel een beetje op Japanners.
Ze hielden ervan om een aantal Chinese bouwwerken te kopiëren. Dit is niet “de”
muur, maar het is een stukje nagebouwde muur. Deze is maar 10 kilometer lang en
de andere afmetingen zijn ook iets kleiner. Ik vrees dat deze pagode ook
een replica is. Vaak had een pagode een religieus doel. Zo werden ze gebruikt
om heilige geschriften of relikwieën op te slaan. Ik heb een keer begrepen dat
ze ook als begraafplaats konden dienen. Op het complex stonden erg veel
bomen, deze zorgden voor veel schaduw waardoor het in het paleis een beetje
koel bleef. De keizer verhuisde in de zomer naar deze plek omdat het in het
zuiden nog een stuk warmer was. Hier vond hij het nog wel om uit te houden.
Tuinen waren voor de Chinese keizers blijkbaar erg belangrijk, want ook net als
in de Verboden Stad was hier ook een grote tuin aangelegd. Met op diversen
plaatsen kleine theehuisjes. Het interieur van de gebouwen leken veel op
die van de verboden stad. Op zich niet echt vreemd gezien ze ongeveer uit
dezelfde tijd stamden. Alleen in het zomerverblijf stonden wel meer meubels
opgesteld. Een fraai overzicht op het Kunming meer. Ik keek er wel
eventjes anders tegen aan toen ik hoorde dat dit meer door mensenhanden was
uitgegraven. Ook de heuvels in de omgeving bleken ook niet echt natuurlijk te
zijn. De heuvels zijn ontstaan door de grond uit het meer kwam. En dat allemaal
voor één man. Een bootje huren en lekker dobberen is een favoriet
tijdverdrijf van de Chinezen. De Europeaanse toerist heeft meestal een strak
schema en heeft hier helaas geen tijd voor. Nu was het wel warm, maar niet echt
zonnig. Dan is het waarschijnlijk iets minder de moeite. In dit dorpje
waren ze erg druk met de rijstoogst. Langs de weg lagen grote stapels
rijstplanten en op het asfalt lagen de rijstkorrels te drogen. Maar niemand die
daar echt rekening mee hield, zowel fietsers als brommers reden over de rijst
heen. Veel kleine dorpjes zien er als deze uit, gewoon een groep huizen
langs een weg en dan heb je het hele dorp. Geen zijwegen of iets dergelijks.
Regelmatig zag je in een rijstveld wel een grafsteen, maar het leek er hier dat
dit hele veld niet meer diende als rijstveld, maar als de algemene
begraafplaats van dit dorp. Gezien het feit dat bij deze boten de was
buiten hebben hangen, zullen deze mensen wel op deze boten wonen. Niet echt
ruim, maar ze hebben nog wel een dak boven hun hoofd. In dit dorpje
stonden veel van deze baksteen fabriekjes. De bakstenen stonden op veel plekken
langs de weg hoog opgestapeld. Er was niet veel te doen in dit dorpje, weinig
mensen op straat. Ik had wel een beetje medelijden met deze arbeiders.
Het was bloedheet en zij hadden een zware taak om met de hand de vrachtwagen
vol te laden. Boten vol rijst werden uit de velden gevaren. Boten
vol rijst werden uit de velden gevaren. Door alle rijst en het vele water
zitten hier heel veel ratten. Terwijl de ouderen in de velden de rijst aan het
oogsten zijn, zijn de kinderen druk bezig om jonge ratten te vangen. De jonge
ratten zijn een waren delicatesse en de regel hoe jonger de rat des te beter
het is. En dat er genoeg ratten zaten werd al vrij snel duidelijk, toen ik een
blik wierp in een emmertje van een kind. Daar zaten een stuk of 20 kleine
ratjes in. Korte tijd later was ik een foto aan het maken toen ik iets over
mijn voet voelde rennen. Toen ik even keek wat er in vredesnaam wat het was,
bleek het een volwassen rat te zijn die de weg even overstak. Men is
hier druk bezig de rijst te oogsten. Om bijna het gehele complex ligt
nog een gracht met grasvelden. Door deze ruime opzet heb je niet in de gaten
dat het complex in het centrum van Hue staat. Alleen aan de achterkant van het
complex is het niet zo ruim meer, maar daar kom bijna niemand. Dit was
de hoofdpoort van de Forbidden Purple City. Dit beloofde heel veel, het zag er
goed gerestaureerd uit, maar achter de poort viel het een beetje tegen. Tijdens
de Frans/Amerikaanse oorlog is er heel veel van de Purple City verwoest. Men
had hier ook een aardig prijzensysteem. De lokale mensen hoefden maar een paar
centen te betalen om binnen te mogen, terwijl de toerist vijf dollar mocht
betalen. Je kunt aan de poort goed zien dat ze aardig geslaagd zijn om
een Chinees gebouw na te bouwen. Net na de hoofdpoort was de het complex
volledig gerestaureerd en zag er ook zeer mooi uit. De tuin was goed
onderhouden en je had er direct het idee dat je in China was. Maar ik herkende
hier niet echt de Verboden Stad in. Eén van de weinige
gebouwen/bouwvallen die nog overeind stonden achter de poort. Aan de ene kant
wekt zo’n fraai gerestaureerde poort de verwachting dat het verder complex ook
gerestaureerd of herbouwd is. Maar niet is minder waar. Hoewel dit een
echte bouwval is, vond ik dit een zeer fraai gebouw. Ook al moest het op
verschillende plaatsen ondersteund worden. Blijkbaar hebben ze wel een
achterstand met het restaureren en moeten op deze (snelle) manier de zaak
overeind houden. Helemaal achter op het complex ligt nog de fundamenten
van een tempel. Ik heb geen idee meer wat hier vroeger heeft gestaan. Deze
foto is gemaakt aan de achterzijde van het terrein. Hier is goed te zien dat er
nog maar zeer weinig overeind stond. En dan te bedenken dat het hier destijds
volstond met allerlei gebouwen. Dit is de hoofdpoort vanaf het complex
bezien. Ik moet zeggen dat ik de voorkant toch een stuk mooier vond. Op
weg naar de graftombes van TU DUC kwamen we langs een pagode, hoewel ze er
genoeg schijnen te hebben in Vietnam was dit de eerste die ik bezocht. Ik wist
niet dat het op het programma stond, maar het bleek dat hier een belangrijke
monnik had gewoond. Dit was een monnik die zich in de jaren 70 in de brand had
gestoken als protest (mij was onduidelijk welke). Maar het was destijds wel
wereldnieuws, de foto’s op het raam waren het bewijs ervan. Ook hadden ze hier
ook nog zijn auto staan. Deze was bijna heilig verklaard. Dit was een
wild versierde poort naar het heilige gedeelte achter de pagode. Achter
de pagode was nog een aardige tuin. Hier werd ik gevraagd om als fotograaf te
spelen. Een Vietnamese liep op mij af en vroeg of ik van haar en haar broer een
paar foto’s wilden maken. Ik was er al achter gekomen dat foto’s voor hen erg
belangrijk was en heb toen maar foto’s gemaakt. Die middag heb ik de foto’s nog
laten ontwikkelen en bij haar gebracht. Er werd een interessante avond. Ze
vroeg of ik mee uit eten wilde gaan. In eerste instantie leek me dit zo’n goed
idee, maar toen bleek dat haar broer en nog een paar mensen mee zouden gaan.
Dit leek me al beter en zijn vrij kort daarop vertrokken naar een restaurantje.
Dit was een restaurant waar de lokale bevolking at en geen toeristen kwamen.
Tijdens het eten was ook wel duidelijk waarom er geen toeristen kwamen, want ik
heb totaal geen idee wat ik daar gegeten heb. Af en toe kon ik een garnaaltje
herkennen in een soort doorzichtige pudding. En als afsluiter werd en een kopje
kokend water geserveerd. Ik dacht dat ik al goed reisde, maar vanavond bleek
dat het veel goedkoper kon, want met z’n zessen waren we net zoveel kwijt als
ik in mijn eentje had gegeten. Het vijvertje lag voor het ‘echte’ tempel
complex. Om het tempelcomplex in te komen, moest je eerst deze trap op om door
de poort naar binnen te gaan. Eigenlijk was dit een complex in een complex.
Dit was weer een van de vele, maar mooie poortjes op het comlex. Op het
complex hadden ze ook een mooi klein vijvertje gemaakt. Dit was niet zo groot
als het Kunming meer in China. Zeker het theehuis op het water was erg leuk. In
het huisje waren geen meubels meer aanwezig, dat was wel jammer om een beter
beeld te krijgen hoe de keizer hier geleefd heeft. Niet alles was in een
goede conditie. Ik vond dit ook een zeer mooi stukje. Ik zou later nog naar een
trip naar Angkor Wat (in Cambodja) maken en kon me een voorstelling maken hoe
het daar eruit moet zien. Het uitzicht vanuit de poort was erg fraai. Ik
heb hier nog even lekker gezeten en lekker te genieten. Maar helaas is de tijd
op een georganiseerde trip altijd beperkt en kon dus niet te lang blijven
zitten. En hier was het dan eigenlijk om te doen, de graftombe van Tu
Duc. Ik wist in eerste instantie niet dat op dit complex een graftombe was en
had deze dan ook bijna gemist. Toevallig liep ik het terrein van de graftombe
op en later pas Ook dit was weer gekopieerd uit China. Bij de Ming
Tombes bij Beijing hadden ze ook een paviljoen moet een schildpad erin en op
zijn rug een grafsteen. Voor dit paviljoen hadden ze ook de Laan Der Dieren
nagebouwd. De japanners hadden het niet beter kunnen doen. Het zag er
allemaal veel belovend uit, brede stranden ( bij eb ) en leuke hutjes. Maar
andere belangrijke zaken waren met minder goed regeld. Dit resort lag ver weg
van de bewoonde wereld, dus je was aangewezen op de winkel in het resort. Maar
die was helaas gesloten. Bij navraag bleek de beheerder er in het weekend wel
te zijn, maar het was nog woensdag. En we hadden nog maar anderhalve liter
drinkwater en twee pakken koeken bij ons. Hiermee zouden we het weekend dus
niet halen. We belsoten dan maar om morgen weer terug te gaan naar Bintulu om
dan maar weer verder te reizen. Deze rivier scheidde het resort met het
woud waar je goed vogels kon spotten. Maar er was een probleem, je moest de
rivier oversteken met een boot, maar die konden nergens vinden. het leek ons
ook geen goed idee om de rivier zwemmend over te steken, omdat er een
waarschuwingsbordje was geplaatst met de tekst "beware of the crocodile"
De ligging van het resort had alles om hier een erg luxe resort van te maken,
maar dan moest er nog wel wat werk verricht worden, zoals je hier goed op het
strand kon zien. Daarnaast viel er ook nog wel wat te verbeteren aan het
personeel. Diegene die aanwezig was was wel erg vriendelijk maar niet bepaald
hulpzaam. Er was onder andere geen water en op de vraag van ons wanneer er
water zou zijn kwam het antwoord, als het gaat regenen! Onze volgende vraag lag
nogal voor de hand, want we wilden dan weten wanneer er regen werd voorspelt,
maar bij die vraag haalde de man alleen maar zijn schoulders op. Voor de
mooie plaatjes moet je soms wat moeite doen. Kapit was een klein
plaatsje dat redelijk in het binnenland lag. De beste manier om deze plaats te
bereiken was via het water. Met zeer snelle boten, waar de herrie van de motor
werd overstemd door het zeer harde volume van een of andere vechtfilm. Op deze
foto zie je een gedeelte van de 'haven'. Verrassend genoeg zag Kapit er
verrassend goed uit. Zoals hier kunt zien een keurig aan gelegde watertuin.
Gezien de vorm van de pieren, die trapsgewijs naar de rivier lopen zal de rivier
flink hoger staan tijdens het normale regenseizoen. De lange boten
onderaan op de foto zijn de supersnelle boten die een veerdienst onderhielden
tussen Kapit en Sibu. Deze boten gaan met een gangetje van 60 tot 70 kilometer
per uur over het water. Doordat ze zo lang zijn zijn ze niet echt wendbaar.
Hierdoor willen nogal wel eens ongelukken gebeuren met deze boten. Hoewel
Oost Maleisie bestaat uit de vele parken, waardoor men de boomkap probeert
tegen te gaan. Maar je zag geregeld dit soort boten afgeladen met grote
boomstammen. Aan de rand van de stad Kota Kinabalu vond je de
sloppenwijken. Mensen leefden hier onder alleen maar een stukje zeil. Dit
was de vissersvloot van Kota Kinabalu, gelukkig was deze niet al te groot. Ik
ben namelijk niet echt een viseter. Niet alleen boven het water leven er
vreemde wezens, maar ook in de zee rond Maleisie zwemmen er vreemde dingen
rond. Deze mensen hadden het dan nog redelijk breed, want de hutten
waren een stuk comfortabeler dan alleen een zeiltje zoals op de vorige foto te
zien is. Maar ook hier was het geen vetpot. De Chinese invloed was hier
ook te vinden. Men was hier druk bezig een tempel te bouwen of restaureren.
Het interieur van de tempel had veel weg van de tempels in China. Ook hier mocht
de wierrook niet ontbreken, de spiraal die hier hangt hing er niet alleen als
decoratie, was ook wierrook. Een duidelijk bord om aan te geven dat dit
de kippen- en de eendenmarkt was. Maar het was geen woensdag dus was er geen
kip te zien. Op de vismarkt was wel enige handel. De hoeveelheid vis
viel wel wat tegen, geen grote bakken met vis of kreeft, maar er was wel een
aardige diversiteit. Overal op straat vond je wel kleine kraampjes waar
je wat te eten kon krijgen. Kuching is de meest moderne stad van Oost
Maleisie (Kalimantan). Dit was duidelijk te zien aan de gebouwen. Kuching
wordt door een behoorlijk grote rivier in tweeen gesplitst. De beste
manier om de rivier over te steken was door middel van deze kleine bootjes. Het
was voor de roeiers een redelijk zware baan, want de stroming op de rivier was
behoorlijk sterk waardoor ze flink moesten roeien. Kuching was de enige
stad in Oost Maleisie waar iets van een nachtleven was. Even buiten
Kuching was er een dorpje met long houses. Deze huizenrijen ontstaan doordat de
kinderen hun huis aan het huis van de ouders bouwen. Het hele dorp is op palen
gebouwd en tussen de huizen zijn veranda's gebouwd, waardoor je niet door de
bagger hoeft te lopen. Hierdoor blijft alles een heel stuk schoner. Op
het moment dat er flink aan een van de huizen vervangen of gerepareerd moet
worden, dan helpt iedereen van het dorp mee. Ze krijgen hierdoor niet betaald,
maar krijgen alleen de maaltijden van de eigenaar van het huis. Na een
zware tocht waren we op tijd op de top van Mount Kinabalu voor de zonsopgang.
Ik zat hier met lang ondergoed, verschillende t-shirts en een regenpak om maar
een beetje warm te blijven. Op de top is het niet alleen eenzaam, maar ook koud
en winderig. Helaas viel de zonsopgang een beetje tegen, maar dat komt
omdat ik eerder op de Bromo (Indonesie) een zeer mooie zonsopgang had
meegemaakt. In mijn ogen werd het pas zeer speciaal toen het licht begon te
worden. Toen kreeg ik het gevoel dat ik op de dak an de wereld zat. Geen
bergtop in de omgeving was hoger dan de top waar wij zaten en tevens had ik
mijn hoogterecord gevestigd, 4101 meter. Nadat de zon opgekomen was werd
het tijd voor de afdaling. Hoewel de temperatuur steeg was het nog steeds
behoorlijk fris dus nog even de muts ophouden. Het was opvallend hoe
egaal de berg was. Vanaf de het park beneden leek het erop dat de toppen erg
grillig waren, maar bijna alle toppen waren gewoon lopend te bereiken. Mooier
dan de zonsopgang was het moment dat de eerste bergtoppen in de omgeving de
eerste zonnestralen ontvingen. Op de steilere stukken had men touwen
opgehangen, zodat je deze stukken wat makkelijker kon nemen. Het zag er nu een
stuk gevaarlijker uit dan vanochtend in het donker. In het donker kon je niet
in de afgrond kijken en daardoor zag je het gevaar niet. Ik ging nu wel een
stukje voorzichtiger naar beneden. Helaas was er veel smog waardoor het
vergezicht behoorlijk belemmerd werd. Ik had het graag meegemaakt wanneer het
echt helder was. Tijdens onze reis in Maleisie was het weer volledig in
de war door El Nino. We waren hier in het regenseizoen, maar hebben in een
maand tijd, maar twee regenbuitjes gehad. Helaas hadden we wel flink last van
de smog die uit Indonesie kwam. Vooral op Sumatra waren de boeren druk bezig om
het woud plat te branden voor nieuwe bouwgrond. Normaal gesproken komt die rook
niet terecht in Maleisie, maar door de droogte bleef deze dan ook 'hangen' in
Maleisie. Hier kon je goed een band met smog zien hangen. In het
varenbos ze je dus veel varens en de bomen zijn begroeid met mossen en
klimstruiken. Hoe hoger je op de berg komt, des te kleiner de bomen
worden en zijn zo ook hier bedekt met varens en mossen. Dit was de lodge
op 3300 meter, op de achtergrond is de top zichtbaar. Dat stuk zouden we zouden
we in de ochtend (3 uur) moeten overbruggen om de zonsopgang mee te maken op de
top. Vanmorgen was het dan zover. We zouden dan eindelijk deze jongen
gaan beklimmen. We waren niet echt ervaren in het lopen op grote hoogte en dat
zou mij behoorlijk zwaar komen te staan. We liepen veel te snel waardoor ik
verschillende malen gestorven ben. Gelukkig heb ik wel de top gehaald (en op
tijd voor de zonsopgang). Als ik nog een keertje deze berg mocht beklimmen, dan
zou ik het een heel stuk rustiger doen en ook veel meer genieten van de
omgeving, want die is erg mooi. Tijdens de wandeling veranderd het landschap
behoorlijk. Je begint in het regenwoud, daarna kom je terecht in het varenbos.
Dit is het gebied dat vaak in de wolken ligt en daardoor erg vochtig is. Bomen
zijn begroeid met mossen en varens. Later verdwijnen de bomen en maken plaats
voor kleinere struiken. Onder de top is dan bijna geen begroeiing meer, alleen
nog maar rotsen. De eerste dag in het park beloofde niet veel goeds.
Dikke wolken dreven over de bergtoppen. Gelukkig hebben we maar 1 korte maar
hevige regenbui gehad. Maar het beeld van de wolken die over de toppen kropen
was wel een fraai beeld. Dit was Mount Kinabula. Deze zouden we over
twee dagen gaan beklimmen. Beklimmen is een wat groot woord, want je had er
geen speciale uitrusting voor nodig, alles was te belopen. De 4100 meter hoge
berg stak hoog boven de omgeving uit. We besloten om de eerste dag in en
rond het park onder aan de berg door te brengen. In de omgeving waren redelijk
plantages te zien met een soort kassen. Het blijft me in Azie verbazen
dat men heel veel waarde hecht aan de tv (en schotel). Maar dit hutje spande de
kroon. Er stond niet alleen een schotel op het dak, maar voor de deur stond ook
een fraaie 4X4. De eerste nacht konden we niet in het park overnachten,
omdat het vol zat. Dus moesten we uitwijken naar Rina Ria Lodge. Nu ben ik
nogal gehecht aan mijn privacy, dus was ik hier niet zo blij mee. Maar achteraf
viel het reuze mee, want mijn reismaat en ik waren de enige gasten en hadden
een achtpersoonskamer tot onze beschikking. In het park onder aan de
berg kon je prima lopen. Ik kreeg hier het Indiana Jones gevoel, Je moest je
soms bijna een weg kappen door de overvloedige bomen en struiken. Het was echt
de mooie waard om eerst een dag door het park te lopen, voordat we de berg op
zouden gaan. De kon hier bijna de weg niet kwijt raken. Niet omdat de
paden zo goed aangegeven waren, maar omdat het gewoon onmogelijk was om van het
pad af te wijken. Het woud staat zo vol met struiken en bomen, dat je er niet
door heen zo komen. De planten en bomen in een regenwoud zijn vaak veel
groter dan in Europa. Dankzij mijn reismaat kun je inschatten hoe groot de
bomen en struiken zijn. In een regenwoud (het woord zegt het al) is het
bijzonder vochtig wat een goede omgeving voor varens, mossen en paddenstoelen
is. Deze kwam je dan ook geregeld tegen. Vele bomen waren volledig
bedekt door een laagje mos en in de boomtoppen zag je ook regelmatig varens
groeien. Ik weet helaas niet de naam van deze zeer fraaie insectenetende
plant. Hij heeft een zeer mooie kelk met een rode binnenkant om de insecten te
lokken. Wanneer er een insect op af komt, dan betekent dat voor hem meestal het
einde. Want het zal uiteindelijk in de kelk vallen en verdrinken in het vocht
in de kelk. Of de plant eventeel ook de plek sluit als er een insect in de kelk
is gekropen is mij onduidelijk. De mooie kelk nogeens van dichtbij.
Waarbij de rood met zwarte binnenkant mooi te zien zijn. Op 3300 meter
stond er een lodge waar je kon overnachten om de volgende ochtend (3 uur) naar
de top te vertrekken. Aan de rechterkant op de foto zie je de waterleiding voor
de lodge. In het woud stonden de meest fantastische bomen en struiken.
Deze boom (vergeef me omdat ik de naam niet ken) had wel enorme luchtwortels.
Op de volgende foto ben ik er even bij gaan staan om een idee te geven hoe
groot ze waren. Ik kan aardig photoshoppen, maar dit is echt geen
trucage. Dit was in mijn ogen iets te gecultiveerd. Nog even en ze
zouden hier nog asfaltweg aanleggen. De grotten waren vaak behoorlijk
groot met een grote opening, waardoor er voldoende licht binnen kwam om de
stalactieten te kunnen bewonderen. Dit was de hoofdgrot. Hier hadden dus
de miljoenen vleermuizen moeten zitten. Maar de mensen die de vogelnesten
oogsten hebben waarschijnlijk de vleermuizen weggejaagd. En enige wat overbleef
waren de enorme hoeveelheid muggen en de muziek uit een ghettoblaster van een
van de vogelnestjes plukker. Geen wonder dat de vleermuizen vertrokken waren,
ik vond de muziek ook niet echt om over naar huis te schrijven. Tijdens
de wandeling in het woud (over een mooi aangelegde houten pad) stonden we
plotseling voor dit enorme hek. We dachten direct dat dit het toegangshek moest
zijn voor Jurrasic Park. Alleen stonden de Niah Caves niet bekend om hun
dino's, maar om hun vleermuizen. Men had bijzonder veel werk gemaakt van
het pad naar de grotten. Aan een kant vond ik dit wel jammer, ik ploeter toch
liever door de modder dan dat ik via zo'n pad moet lopen. Dit ontneemt toch wel
een beetje het gevoel van avontuur. Er lag nog wel voldoende bewijs dat
hier heel veel vleermuizen hebben moeten zitten. De rotsen waren bedekt door
een hele dikke laag vleermuizenmest. Het was al behoorlijk uitgehard, maar toch
veerkrachtig. Maar het stonk er nog wel enorm. Doormiddel van deze trap kon je
naar de andere kant van de grot. Maar doordat er geen verlichting was kon je
hier erg weinig zien. Aan de andere kant van de grot had men een leuk
hutje gebouwd. De wandeling zou nog een stuk doorlopen dus konden we hier even
uitrusten. We wilden nog naar een aantal oude grottekeningen. Maar dat was de
wandeling niet waard, want ik kon uit de vlekken op de rotswand geen tekeningen
herkennen. Maar ik heb dan ook geen getraind oog hier voor. De grotten
waren niet alleen beroemd door de vele vleermuizen (die inmiddels gevlogen
waren), maar ook de de vogelnestjes aan het plafond van de grot. Deze brachten
veel geld op. Hierdoor woonden sommige mensen in de grotten om zo dicht
mogelijk bij hun 'oogstgebied' te zijn. Voor de oplettende kijker zie je tussen
de bomen het wasgoed hangen en daaronder een ladder. Toen we een
boeddhistische tempel inliepen kwam deze monnik op ons af. Hij gaf ons een
rondleiding door de tempel en gaf uitleg over jin - jang. Als tegenprestatie
wilde hij graag op de foto gezet worden. Tegen de avond verandert het
straatbeeld. Op de stoepen en marktplaatsjes worden kleine eetkraampjes
opgebouwd. De kraampjes liggen vol met fel gekleurde lekkernijen. Dit
was het veerbootstation. Hiervandaan kon je naar verschillende plaatsen
vertrekken. Dit was meestal een stuk sneller dan met de busen ook een stuk
comfortabeler. Het was wel meegenomen als je van zeer luide vechtsfilms houdt.
Een mooi stuk van Bako was het mangrove bos. Dit varken kwam 's morgens
en 's nacht uit het woud naar het kamp om naar eten te zoeken. Want gemiddelde
toerist is niet altijd even netjes en gooit regelmatig etensresten weg. Ook al
werd verzocht om dit niet te doen. Op zich had je niet veel last van dit
varken, maar hij stonk verschrikkelijk. Je was dus wel weer blij als hij weer
wegging. Een veel groter probleem waren de agressieve apen. Deze moest je
steeds wegjagen met stokken. Ook de ramen en deuren van het huisje moesten ook
altijd gesloten zijn, anders kwamen de apen binnen. Wanneer het eb was
kon je gewoon lopen door het mangrove bos lopen, maar om ook bij vloed in het
mangrove bos te komen waren er een aantal steigers gemaakt. Deze rots is
het symbool voor het Bako National Park. Deze rots (vol met kleine
schelpdiertje) lag tijdens vloed onder water. Je moest uitkijken tijdens het
zwemmen, dat je niet in de buurt van deze rots kwam. Want de schelpjes die op
de rots zaten waren vlijm scherp. samen met het zoute water was het bijzonder
pijnlijk als je je hier aan opensneed. (helaas kan ik het weten). Om in
het Bako National Park te komen moet je vanuit Kuching de boot nemen. Op de
oevers van de rivier staan de meest mooie struiken. Het strand van Bako
bestaat niet alleen uit zand, maar ook uit velen uitgesleten rotsen. Hier
vond je ook de vogelsnestjes die in de Niah Caves 'geplukt' worden en voor veel
geld verkocht. De vogels hebben hier meer geluk met hun nestjes, want hier
mogen ze niet 'geplukt' worden. Elke avond was het raak, gezellig buiten
zitten bij het kampvuurtje. Gelukkig had je hier niet veel last van muggen.
De oplettende kijker zal op deze foto een aap zien zitten. Dit is The Dutch
Monkey en heeft een vreselijk grote neus. Deze apen zijn zeer zeldzaam en Bako
is een van de weinige plekken op aarde waar deze apen leven. Om ze te zien
moest je erg vroeg je bed uit. Want rond de klok van zes uur verlieten ze hun
slaapgebied, vlak bijhet strand en dan trokken ze de jungle in. Dit was het
tijdstip waarop je ze kon zien. Op sommige plekken in het park had je
spier witte plekken. Ik heb geen idee waar dit van komt, maar zag er wel vreemd
uit. In Maleisie had ik al meer van dit soort kelkplanten gezien. Maar
ze blijven mij toch steeds weer intrigeren. Ook hier moet je even goed
kijken om de spin te zien zitten. Dit vond ik het mooiste plekje van het
hele park. Je moest hier wel lang voor lopen om dit te vinden. Het was gelukkig
toch al rustig in het park en gelukkig liepen er bijna geen mensen in het woud.
Ik kon dagen lopen zonder je iemand tegen kwam. Hier was gelukkig ook niemand
te vinden en kon er dus rustig van genieten. Ik vind dit zo ontzettend
mooi. Dit soort planten hebben wij in de huiskamer staan en zijn dan blij
wanneer ze een metertje hoog zijn. Hier staan ze in het wild en zijn zo enorm
groot. Ik was hier alleen en kon er dus niemand bij zetten, maar deze is
minstens 4 meter hoog. Bij eb was het strand heel erg breed. Ook
in Sibu zag je Chinese tempels en pagoda's. Deze werden veelal beter
onderhouden dan de huizen. Het Putuoklooster is een verkleinde kopie van
het Potalapaleis in Lhasa. Je kunt wel merken dat ze in China geen ruimte
gebrek hebben. Dit klooster neemt een gebied van 239000 vierkante meter in
beslag. Het klooster is nog steeds in gebruik. Ook al moet je goed
zoeken om er een monnik te zien tussen de vele toeristen. Een gedeelte van het
klooster is afgesloten voor de toeristen en daar kunnen ze in alle rust
mediteren en bidden. Het aardige van deze gebouwen is dat men twee
bouwstijlen hebben gecombineerd. Zo herken je duidelijk de Chinese stijl, maar
ook de Tibetaanse. Een van de vele vogeltjesmarkten in China. Omdat de
Chinezen over het algemeen niet ruim behuisd zijn, kunnen ze alleen maar kleine
huisdieren houden. Het populairste huisdier is dan ook de kanarie. Af en toe
zie je iemand die zelfs zijn kanarie ‘uitlaat’. Op de vogeltjesmarkt
worden niet alleen maar vogeltjes en kooien verkocht. Veelal is het begonnen
als vogeltjesmarkt, maar tegenwoordig wordt er val alles verkocht. De vogeltjes
nemen nog wel een belangrijke plaats in op de markt. Ik was wat verbaasd
toen ik dit bord zag. Maar in China rijden nog veel stoomtreinen en zeker in
Chengde. Hier staat de laatste stoomlocomotievenfabriek van China. Je
vindt hier nog iets van de oude Chinese bouwstijl terug, maar op de achtergrond
zie je de moderne gebouwen al oprukken. De kleding van de Chinezen waren
niet echt kleurrijk. De uitzondering bevestigt de regel. Net toen ik een foto
wilde maken van een slagerijtje met een groot stuk vlees op de toonbank liep er
een lieftallige dame voorbij. Ze liep in een opvallend kleurrijk pakje,
waardoor ze bijna alle aandacht op de foto trekt. Maar het ging echt om het
slagerijtje! Zoals in vele Aziatische landen eet men veel op straat.
Hier was een hele straat gevuld met straatrestaurant. Je kon er niet meer
normaal doorheen lopen, zo vol stond het. Men houdt van vers eten en
probeert daarom de dieren die ze eten zolang mogelijk te laten leven. En om dat
te bewijzen stond voor dit restaurant een kooi buiten met levende slangen.
Het is maar goed dat ze lekker brede trottoirs hebben, want dan heb je goed de
ruimte in dit snookercentrum. Dit is een van de Ferrari's waarin Michael
Schumacher wereldkampioen is geworden. Het geluid van deze auto was fantastisch
om te horen. Gelukkig is het geen spitsuur, anders had deze man toch wel
wat probleempjes gehad. Het lijkt mij niet de meest ideale manier om een
boomstam te vervoeren, maar wie ben ik. Ik zou waarschijnlijk gewoon DHL
bellen. Eerst moest de gids en ik een entreekaartje kopen om in het
gebied rond Sapa te mogen lopen. Dit geld gaat naar alle dorpjes in de buurt,
zo verdienen zij ook wat aan de toeristen. Na een paar uur lopen kwamen we al
bij de eerste rijstvelden. Ik vond het een prachtig gezicht hoe de boeren met
hun buffels de velden aan het ploegen waren. Het lijkt erop dat het hier
altijd vlaggetjesdag is. Er hingen rond de tempeltjes zoveel playerflags dat je
de lucht bijna niet meer kon zien. Maar het was wel een vrolijk gezicht.
DIt zijn de typische groenten marktkraampjes. De groenten liggen aantrekkelijk
uitgestald wat een kleurrijk plaatje opleverd. Dit was een grappig spel.
De bedoeling is om zo snel mogelijk jouw stenen zo snel mogelijk in de gaten
(in de hoeken) te schieten. Je doet dit door een 'cue' schijf te gebruiken. Dit
is de enige steen die je mag aanraken. Deze steen moet je tegen jouw stenen aan
schieten en dusdanig dat een of meerdere stenen in de gaten verdwijnen. Dit
zijn de 'wereld' beroemde theevelden van Darjeeling. Helaas was het theeseizoen
al voorbij en er was dus niemand in de velden aan het werk. Dit zijn de
erkende keurslagers van India. Ik was toch al niet van plan om tijdens mijn
reis door India vlees te eten, maar door dit beeld wist ik weer waarom. Dit
was het mooiste klooster in Darjeeling. In dit klooster lagen zeer oude en
originele heilige boeken opgeslagen. Dit klooster stond eerst op The Observarty
Hill. Hier stonden ook andere tempels. Maar de monniken moesten hun klooster
hier afbreken vanwege het geluidsoverlast dat ze veroorzaakten. Omdat ze elke
dag bij zonsopgang op grote blaastinstrumenten bliezen om de gelovige op te
roepen voorhet gebed. Om bij de marmerrotsen te komen moest je wel eerst
een stukje varen over een mooi stukje rivier. Je kon hier verschillende
kleuren marmer vinden. Voor een kleurenblinde als ik was niet elke kleur goed
te herkennen, maar dit zwarte marmer was in ieder geval goed te zien. Je
krijgt hier vrij snel een visioen van een mooie marmeren badkamer. Als
snel werd de rivier smaller en staken de marmeren rotsen vertikaal uit het
water. Dit was erg impossant, zeker ook omdat je hier in een klein roeibootje
zat. Naarmate je dichterbij het smalste gedeelte kwam, des te zwaarder
het werd voor de roeiers. De stroming was hier bijzonder sterk en was op een
gegeven ogenblik te sterk om verder te varen. Dit was namelijk de reden
waarom de stroming zo sterk was in de kloof. Ook al was het hoogte
verschil niet bijzonder groot, toch was het een zeer wilde waterval. Dit kon je
ook wel zien aan het witte schuim na de waterval. Khajuraho is door
Unesco op de wereldkaart geplaatst, omdat deze organisatie deze tempels in
Khajuraho als wereldmonument heeft aangemerkt. Voor Khajuraho betekent dat er
extra veel toeristen hier op afkomen, maar ze moeten het ook goed onderhouden.
De toegangsprijs is mede daardoor erg hoog, maar het ziet er allemaal wel erg
goed uit. De koeien mogen dan heilig zijn, maar het zijn de enige dieren
die een status aparte hebben. Ook de olifant kan niet aan de heilige status
ontkomen. De god van geluk is namelijk een olifant. De tempels zijn ook
zeer beroemd vanwege de erotische beeldjes op de tempels. De Indiers hebben de
beelden goed bestudeerd gezien het grote aantal Indiers. De beelden hebben de
bijnaam Karma Sumtra in stone. Maar dat vond ik wel een beetje overdreven. Het
was meer een uittreksel. Dit standje was nogal gedurft, gezien het feit
dat een van de vrouwen de handen voor haar ogen heeft geslagen. Een
fraai overzicht van het prima onderhouden terrein waar de tempel lagen. Men
heeft destijds erg veel tijd besteedt aan de versieringen van de tempels. Maar
zo als me al vaker was opgevallen, de buitenkant was was (en is) veel
belangrijker dan de binnenkant. Het interieur van de tempels waskarige te
noemen als je het vergelijkt met de nuitenkant. De koeien zijn dan
heilig, maar toch zie je maar zelden beelden van koeien. Dat terwijl je soms
struikelt over de beelden van de olifanten. Toen ik hiet rondliep was
het niet erg druk te noemen. Het was hier zelfs lekker rustig, want de vele
toeristen hebben er ook voor gezorgd dat er teveel souvenirverkopers zijn. Dit
betekent dat je buiten het park voortdurend aan je kop gezeurd werd door die
verkopers. Gelukkig had je in het park rust, want hier mochten de verkopers
niet komen. De koeienvlaaien lagen hier te drogen, zodat ze deze later
kunnen gebruiken op het fornuismee op te stoken. Het oude dorp van
Kharujaho leek in eerste instantie een stuk leuker met zijn smalle straatjes en
witte huizen. Dit was ook de eerste plaats waar het niet smerig was, de straten
waren schoon en zag er verzorgd uit. Maar ook hier was men gewend aan de
toeristen. Op vele plaatsen probeerden ze je naar binnen te lokken en als je
dat niet deed werden de mensen behoorlijk grof. Door dit soort praktijken
verpesten ze zelf de toeristenindustrie, wat toch voor behoorlijke inkomsten
zorgen. Overal zag je vrouwen bij waterputten of pompen om in metalen
kruiken vers water te halen. Om een of andere reden worden de kleine
kinderen vaak in meisjes kleren gestoken. Ik heb wel begrepen dat een familie
graag een meisje wil hebben, |