Ik ben in 1993 gestart met verre reizen. Dit was niet geheel de bedoeling, maar ik had al snel het welbekende reisvirus te pakken. De eerste reis was georganiseerde groepsreis, maar al snel had ik dat wel gezien en wilde toch wat meer avontuur. In 2001 ben ik voor drie maanden naar Zuidoost Azie vertrokken, volledig ongeorganiseerd. Ze hebben hier geen koopzondag, maar zijn altijd open. Ik ben dan ook in Amsterdam, Den Haag, Den Bosch en Utrecht langsgegaan. Ter plekke bepalen wat en waar je die dag naar toeging, deze manier van reizen beviel zo goed dat ik dit in 2003 nog eens dunnetjes heb overgedaan in Nieuw Zeeland en Australie. Dit was mijn tweede keer dat ik voor 3 maanden op stap ging. Ik was eerst 6 weken in Nieuw Zeeland voordat ik naar Australie ging. Ik besloot om in Sydney te starten om vervolgens naar Perth te reizen om via de westkust naar Darwin (mijn eindpunt) zou reizen. Dit betekent dat je de toeristische en drukke kant (oostkust) van Autralie vermijdt. I started travelling in 1993. It was the first trip outside europe. It was a big wish of my to visit China. Of course we visit all the major attractions like the forbidden city, the chinese wall, the heavenly temple and more. In Xian we went to the terracota army, but is wasn't that impressive. At the end we went to Hongkong and that weas for me the most beautiful city in the world. I have visit countries like China, Indonesia, Malaysia, South Africa, Peru, Vietnam, Cambodia, Myanmar, New Zealand, Australia and India. The highlights of New Zealand were Rangitito, Turangi, Waitomo with there glowworms. another highlight was a one day hike, the Tongariro Crossing On de fox glacier I did some iceclimbing. This was very cool (and cold).And on de Franz Josef glacier I walked for a day. India was not my best trip. I didn't liked the people. The highlight was a ten days trekking in the mountains of Sikkim. We had a view on the mount Everest. Of course I visit the Taj Mahal in Agra, but also the fort. I searched in Kanha National Park for Tigers. But I haven't found them. I really liked Orchha and Mandu for the peace and rest. The highlight of Peru was without any doubt the condors in the Colca Canyon. Het was even een gepuzzel geweest hoe ik het beste vanuit Vietnam naar Cambodja kon gaan. Uiteindelijk heb ik voor de makkelijkste en dus ook de duurste oplossing gekozen. De waren eigenlijk twee opties op naar Cambodja te gaan. De eerste was met een bus, maar dan moest je in Ho Chi Minh City al vast een visum geregeld hebben. Dit kost ongeveer zo'n 5 werkdagen. Ho CHi Minh City kon me niet echt bekoren en had geen zin om daar 5 dagen 'vast' te zitten. De grensovergang kon met de bus soms erg lang duren, er gingen verhalen dat in het slechtste geval je er 12 uur meebezig was om de grens over te steken. De andere opties was vliegen, je had geen last van de slechte wegen in Cambodja en je kon je visum op de luchthaven krijgen. Dus ik met het vliegtuig naar Phnom Penh. Op de luchthaven moest je naar een lange tafel met zo'n 5 mensen eraan. De eerste nam je paspoort in en geval het door aan de tweede. Deze controleerde je pas en werd doorgegeven naar de derde persoon. Deze voerde ook weer een controle uit enzovoort. Bij de laatste persoon kon je een aantal dollars achterlaten voor het visum. Toen ik de tafel zag dacht ik, dit gaat lang duren. Maar met een minuut of tien had ik mijn paspoort weer terug met een stempeltje en kon mijn reis vervolgen. Een reis naar China stond al vele jaren op stapel. Ik had met een vriend al redelijk uitgewerkte plannen om er naar toe te gaan. Maar uiteindelijk ging dat niet door. Totdat ik vorige jaar met iemand anders wat reisgidsen aan het doorbladeren was om een reis uit te zoeken binnen Europa. Maar dit lukte niet echt totdat we maar eens buiten Europa gingen kijken en toen viel de keuze al snel op China. Dit werd de eerste reis buiten Europa en dat bracht toch wel wat spanning met zich mee. Je had geen idee wat je te wachten stond en dat bleek ook al snel.
Want de eerste indruk van China viel eigenlijk behoorlijk tegen. Ik maakte dezelfde fout die de Amerikanen maken wanneer ze naar Nederland komen. Ze verwachten dat nog veel Nederlanders in klederdracht en op klompen lopen. Zo verwachtte ik veel huizen te zien met de welbekende rode daken. Maar niets was minder waar. Toen we Beijing binnenreden leek het of je in het Oostblok was terecht gekomen. Veel grauwe betonnen hoogbouw. De steden zijn daar erg groot, een middelgrote stad huisvest ongeveer 2 miljoen mensen.
Een ander ding wat in negatieve zin erg op viel was het eten. De Chinezen hebben een bijzonder reputatie als het gaat om hun kookkunsten. Eén motto is dat als wat groeit, kunnen tot iets eetbaars maken. Maar er is in mijn ogen wel een verschil tussen eetbaar en lekker. Veelal was het eten niet echt lekker en dat terwijl je mij altijd wakker kunt maken voor menuutje 32 of 45 met sambal. In al die tijd heb ik geen babi pangang of fuy young hai gezien. Het verschil tussen de Chinese keuken in Nederland en China is erg groot. In Beijing hebben we de echte peking eend gegeten en dit was erg lekker, maar ook tevens een uitzondering. Na 4 weken China werd de reis afgesloten in Hong Hong. Wat een verademing (qua eten) was dat. Eindelijk kon je weer een lap vlees bestellen en daar lekker je mes in zetten. Dat is toch wel wat anders dan de eetstokjes. We zijn in totaal 5 dagen in Hong Kong gebleven en zijn daar behoorlijk aangekomen. Maar toen ik thuis weer op de wegschaal stond was ik na Hong Kong nog steeds ruim vijf kilo afgevallen. Snel maar even menuutje 32 halen bij de Chinees op de hoek De Chinezen waren ook nog niet gewend aan Europeanen. Overal waar je kwam werd je na gekeken en begonnen ze vaak te giechelen. Zelfs in het centrum van Beijing was dit het geval, waar je toch mag verwachten dat in de buurt van de Verboden Stad toch de nodige toeristen komen. Het was bijna onmogelijk om in contact te komen met de Chinezen,want er spraken maar bijzonder weinig Chinezen Engels. Nu mag je niet verwachten dat je op straat iedereen kan aanspreken, maar zelfs in hotels gaf dit de nodige problemen. Zo liet ik een keer mijn kleren wassen in een hotel. Je moest blijkbaar afrekenen bij het kamermeisje en niet bij de receptie. Ze moest met handgebaren duidelijk maken dat ik nu moest afrekenen geld wilde zien. Toen dat toen mij door drong trok ik de portemonnee. Maar had natuurlijk nooit gepast geld. Ik moest een paar gulden betalen, maar had niet kleiner dan honderd gulden. Ze pakte het aan en liep naar de deuropening, daar wees je op het geld en kon alleen maar just a moment zeggen en verdween. Ruim drie uur later kwam ze terug met het wisselgeld. Waarom het zolang had geduurd hoorde ik later pas. In China hadden ze fec’s (foreign exchange certificate) dit is speciaal geld voor de buitenlanders. De officiële koers tussen de fec’s en het lokale geld moet één op één zijn, maar in de praktijk ligt dat wat anders. Maar als toerist moest je het kamermeisje in fec’s betalen. Ze bracht voor de hele verdieping rond en inde het wasgeld. Hiermee moest de naar de receptie van het hotel om het voor lokaal geld om te wisselen. Vervolgens kon ze dan naar de lokale wasserette om hun te betalen. Vervolgens moest ze weer het lokale geld bij de receptie omwisselen naar fec en deze gaf ze dan weer terug aan de gasten op die verdieping. Als je het zo bekijkt is drie uur niet zo gek lang als je bedenkt wat er in de tussentijd allemaal moest doen. De reis stond ook in het teken van ziekte. Door de hoge temperaturen en te weinig vocht werden we al snel ziek. Op dat moment hadden we niet in de gaten dat we gewoon uitdroogde. Later toen we thuis waren las ik pas wat de symptomen waren van uitdroging o.a. overgeven en diarree. Dat zou je in eerste instantie niet verwachten en dat deden we toen ook niet. Maar het was een goede les voor de andere reizen die ik nog ging maken. Maar ondanks de vele ziektedagen heb ik niet veel van de reis gemist. Gelukkig was ik vaak op ‘reis’dagen ziek. En na een aantal jaren vergeet je de dagen dat je ziek was en herinner je alleen de hoogtepunten van deze reis. En dat waren er wel erg veel. Eigenlijk waren het er teveel in een te korte periode. Na anderhalve week hadden we het reisprogramma nodig om te uit te vogelen wat we allemaal al gezien hadden. Het was ook erg duidelijk dat de toeristen alleen maar het ‘goede’ van China mochten zien. En om dit te kunnen controleren kreeg onze groep gezelschap van een Chinese jongedame. Zij moest erop toezien dat we niet alles van China te zien kregen. Daarnaast kregen we ook nog in elke plaats een lokale gids toegewezen, die ons naar de mooiste plekjes van de stad moest wijzen. Helaas zag je dan nogal eens dezelfde dingen, want iedere stad heeft een mooiste tempel. En als de gids ons naar fabriekjes en winkeltjes loosde, dan kreeg hij weer commissie. Gelukkig was onze Nederlandse reisleider (die overigens ook Chinees sprak) daar niet altijd van gediend en lukte het hem regelmatig om de fabriekjes en winkeltje uit het programma te krijgen. Gelukkig vond hij het ook prima als je niet met de groep mee wilde en dat je op eigen gelegenheid de stad wilde bezoeken of iets anders wilde gaan doen.
Na China was ik inmiddels besmet met het reisvirus en zochten weer een verre bestemming. De keuze viel op Indonesie en we hadden het idee dat dit geen georganiseerde reis hoefde te zijn. We waren alleen een beetje huivering voor Sumatra, hierover hadden we gelezen dat het zelfstandig reizen hier vrij lastig was. Dit was ook bijna het enige dat we van te voren over Indonesië hadden gelezen. Maar om niet direct de moeilijkheden op te zoeken besloten we om een gids in te huren alleen voor Sumatra (wat achteraf echt wel overbodig was). De dag voor het vertrek kregen we een vervelend telefoontje van het reisbureau, met de mededeling dat onze vlucht overboekt was en dat we met de volgende vlucht (1 uur later) mee konden. Maar het vervelende was dat onze oorspronkelijke vlucht een rechtstreekse vlucht was en de latere had een tussenstop in Oostenrijk. Waardoor we pas in de loop van de avond in Singapore zouden zijn, terwijl onze oorspronkelijke vlucht in de ochtend zou aankomen. Hier verlies je dus gewoon een dag. We zijn de volgende dag wat vroeger dan nodig was naar Schiphol gegaan, want we zouden andere tickets krijgen. Maar toen we bij de Singapore Airlines balie aankwamen hadden ze een prettige mededeling voor ons. We konden nog met de oorspronkelijke vlucht mee. Want het vliegtuig was vanuit New York vertrokken terwijl het daar stormde en een aantal mensen wilden toen niet mee. Hierdoor hadden ze nu plek voor ons, maar we moesten ons wel haasten. Dus in galop naar de gate alweer de meeste mensen al lang en breed in het vliegtuig zaten. Uiteindelijk toch nog een meevaller. Ik denk met gemengde gevoelens terug aan de bevolking van Indonesië. Aan de ene kant komen ze heel vriendelijk over, maar heb je het gevoel dat je ze niet kan vertrouwen. Ze (glimmen)lachen altijd en als je een probleem hebt zeggen ze altijd dat ze het oplossen (met dezelfde glimlach). Dit komt in onze ogen niet echt betrouwbaar over, maar ondanks de probleempjes die we gehad hebben, bleek altijd alles toch geregeld of opgelost te zijn. Maar vreemd genoeg neemt dat het gevoel toch niet weg. Waarschijnlijk zegt dat meer over ons dan de Indonesiërs. De Indonesische keuken was toch een heel stukje beter dan de Chinese. Vaak begon je de dag met een lekkere bananen of ananas pannenkoek om tussen de middag gebakken rijst te nemen met saté. Hier hadden we niet zoveel problemen met het eten dan in China. Het was weer eens hoog tijd om op vakantie te gaan, maar we hadden geen flauw idee waar we naartoe wilden gaan. We zijn toen maar een reisburo binnen gestapt met de mededeling dat we op vakantie wilde gaan voor een periode van 1 maand en het mocht niet teveel kosten. Toen de dame begon over Maleisie hadden we geen idee wat we daar konden verwachten, maar het klonk allemaal wel prima. Dus voor we het wisten hadden we een vliegticket naar Maleisie geboekt. Ik had vanuit Bangkok een vlucht geboekt naar Rangoon. Ik mocht geloof ik van geluk spreken dat de vlucht niet gecanceld was, want er zaten wel geteld 16 personen in de Boeing 737. Leek me dus een duur vluchtje. Toen ik nog eens goed rondkeek, was ik ook de enige toerist. Om een of andere reden gaf me dat het gevoel dat het avontuur nu pas echt begon, ook al was ik al zo'n 6 weken aan het reizen. Op de luchthavne was het verplicht om wat dollars te wisselen over het toeristengeld. In Myanmar hebben ze zoals vroeger in China speciaal geld voor de toeristen (facs). De reden dat je verplicht werd op de luchthaven om dollars te wisselen, was een truck van de militaire regering om harde valuta in de schatkist te krijgen. Nadat ik het geld gewisseld had kon ik naar de bagageband om mijn rugzak op te halen. Hier stond al een mannetje klaar om de toeristen op te vangen om ze een rondtrip door Myanmar aan te smeren. Hier had ik geen trek in en ik wilde zo snel mogelijk naar het centrum om een hotel te vinden. Toen ik de man duidelijk had gemaakt dat ik geen interesse had in een trip begon hij over de hotels in Rangoon. Ik zag dat hij een visite kaartje in zijn hand zat van het hotel dat ik als eerste checken. Hij bood mij aan om me daar naartoe te brengen en als ik in dat hotel een kamer zou nemen, zou ik niets voor de rit naar het centrum hoeven te betalen. Dat leek me wel een aardige deal. In het ergste geval zou de trip me 2 dollar kosten. Dit aou wel een verschrikkelijke afzetprijs zijn, maar ik had het er wel voor over. Ik hoefde dan niet te zoeken naar de bus of ander vervoersmiddel. Dit was mijn tweede keer dat ik voor 3 maanden op stap ging. Eerst 6 weken in Nieuw Zeeland om daarna naar Australie te gaan. Peru is een van de meest veelzijdige land waar ik geweest ben. Je vindt er in de kuststreek een woestijngebied. De Andes is een ernorm ruig hoog gebergte en in de binnenlanden heb je regenwouden. Naast de natuur vind je ook de nodige cultuur. In Lima zie veel terug van de Spaanse overheersing. In Cusco zie je nog veel van de Inca's terug en in de buurt van Cusco bevind zich het wereldberoemde Machu Picchu. In de kleine dorpjes in de Andes zie je nog veel vrouwen in de traditionele klederdracht lopen met de bekende bolhoedjes. Bij Nasca zijn de Nascalijnen die je het beste vanuit de lucht kan bewonderen. Dit was de eerste keer dat ik alleen op reis ging. Je kon nu niet terugvallen op je vrienden. Ik wist niet of dit zou gaan bevallen. Mijn grootste zorg was dat als ik ziek zou worden er niemand is die dan kan helpen. Ik had ontslag genomen om deze drie maanden op pad te kunnen en Vietnam was het eerste land dat ik zou bezoeken. Daarnaast wilde ik Angkor What (in Cambodja) bezoeken en wilde ook Myanmar bewonderen. De overige tijd had ik nog niet gepland dus dat zou ik ter plekke wel bekijken. De eerste week van deze reis was wat onwennig. Ik miste eigenlijk wel iemand om 's avonds tegen aan te praten. Maar na een paar avonden besloot ik mijn ervaringen maar op te schrijven. Dit liep achteraf gezien nogal in de papieren. Uiteindelijk heb ik hier een reisverslag van 130 pagina's aan over gehouden. De reis door Zuid Afrika verliep niet zo als verwacht en eindigde dan ook bij de geschillencommisie voor reizen. Voordat ik het wist had ik zoveel foto's dat het fotoalbum eigenlijk ook een bijzionder groot reisverslagen zijn geworden. THE TEKST UIT DE BATABASE Dit was mijn favorieten plek in Hanoi, The Old Quarters. Een wijk waar de wegen zo smal zijn, dat er geen auto’s kunnen rijden. Denk maar niet dat het dan een rustige wijk is, want het stikt er van de brommers. Het belangrijkste onderdeel op een brommer is de toeter en het lijkt erop dat je voorrang krijgt als jouw toeter meer lawaai maakt dan die van de andere. En sommige kunnen dat goed overdrijven en hebben zelfs een autoclaxon op hun brommer gemonteerd. Op zich niet zo erg, maar ze gebruiken hun toeters vaak, heel erg vaak. Op deze foto zie je een redelijk brede weg in The Old Quarters en meeste zijn een stuk smaller, waardoor ik soms in de file stond, en te bedenken dat ik toen lopend was. Om de weg over te steken had je een speciale techniek nodig. Zeker op de wegen buiten The Old Quarters, die waren een stuk breder en daar reden ook auto’s (en waren net zo druk). Het was onmogelijk om een gaatje te vinden om over te steken. Maar de oplossing was simpel. Je begon gewoon rustig met oversteken en je liep in hetzelfde tempo de weg over. De andere weggebruikers hielden daar keurig rekening mee en passeerde je zowel aan de voor als achterkant. Doordat je hetzelfde tempo bleef lopen konden zij inschatting of ze achter je langs gingen of voor je. De eerste keer ben je toch wel een beetje angstig maar na een paar keer ga je leuk vinden. EN kom je er achter dat dit principe heel goed werkt. Het komt ook wel door het feit dat niemand hard rijdt en daardoor makkelijker op de andere weggebruikers kunnen anticiperen. The Old Quarters is opgedeeld in wijken waar allemaal dezelfde soort winkeltjes of thuisfabriekjes gevestigd zijn. Zo is er een straat met alleen maar schoenenwinkels en vreemd genoeg ze verkopen allemaal dezelfde schoenen. Zo is er ook een wijk met alleen maar leerbewerkers en zoals op de foto bamboewinkels. Een groot gedeelte van de winkelwaren worden buiten op de stoep uitgestald. Dit maakt deze wijk erg levendig en in mijn ogen ook erg leuk. Even buiten Hanoi staat de Perfume Pagode. Volgens de Lonely Planet een must om te zien, maar dat viel in mijn ogen wel tegen. De route naar de pagode was wel erg mooi. De ingang van de pagode was alleen te bereiken via een mooi riviertje. Er mochten hier geen motorboten komen, behalve dan de monniken die waren hiervan uitgezonderd. De mensen hadden een vreemde manier van varen. Het lijkt me niet de makkelijkste manier, maar er blijft wel meer ruimte over in de boot om goederen te vervoeren. Je kunt hier goed zien dat de Chinese cultuur ook een aardige invloed had op de Vietnamese. Je zou bijna niet in de gaten hebben dat het hier om een Vietnamese tempel gaat. De versieringen en beelden zijn een stuk drukker en de goudkleur is hier ook nogal overheersend. Dit was de ingang tot de Perfume Pagode. De tempel was prachtig gelegen in de bergen. Onduidelijk is voor mij waarom men juist hier een tempel hebben gebouwd. De Chinese draken zijn getransformeerd in een soort honden met een lelijke kop. Een grappige mini pagode. Een pagode werd vaak gebruikt om heilige geschriften in op te slaan. Waarschijnlijk hadden ze hier niet zoveel heilige geschriften en hadden geen grotere nodig. De Perfume Pagode lijkt op een mengelmoes van de culturen van de landen om hun heen. Onder het Chinese dak staat een gouden beeld dat ook niet zou misstaan in Thailand. Dit was het uitzicht bij de ingang van de pagode. Op het terrein van de pagode mochten geen souvenirs verkocht worden en daarom was het hier met de stalletjes erg druk. Je moet een weg bannen om bij de ingang te komen. Vietnam is niet echt een klein land, maar in Hanoi lijken ze er een volkssport van te maken om zoveel mogelijk huizen op een vierkante meter te bouwen. Zoals je kunt zien zijn ze daar redelijk in geslaagd. Doordat de huizen hier zo dicht op het spoor staan, rijdt de trein hier stapvoets doorheen. Nu rijden de treinen in Vietnam toch al niet snel, maar hier waren ze erg voorzichtig. Er liep op dit stuk een man voor de trein uit om te controleren of het veilig was. We zijn hier aangekomen in een wat luxere omgeving van Hanoi. De wegen zijn hier veel breder en rustiger. Het monument is hier geplaatst ter nagedachtenis van Ho Chi Minh. Achter het monument ligt het mausoleum van Ho. In Hanoi staat het mausoleum van Ho Chi Minh. Ho had tijdens zijn leven aangegeven dat hij niet opgebaard wilde worden. Hij wilde niet na zijn dood geëerd (blijven) worden. Maar helaas dachten zijn opvolgers daar heel anders over en bouwden een groot mausoleum voor hem. Je kunt hem hier dagelijks bezichtiging, maar ik heb daar niet zoveel mee en heb dat dus niet gedaan. Het mausoleum staat in een ruim opgezette wijk van Hanoi, waar ook een aantal ministeries zijn gebouwd. Dat is een groot verschil als je net uit het centrum komt waar bijna geen stukje grond meer is te vinden, alles is daar al volgebouwd. Vlak bij het mausoleum moest ook het huis van Ho Chi Minh staan. Hier leek me leuk omdat ook te bezichtigen. Ik had wat problemen om het te vinden en toen ik dit gebouwtje zag had ik het idee dat dit zijn huis moest zijn. Maar achteraf was dit niet zijn huis maar de One Pilar Pagode. De One Pilar Pagode staat op een uiteen stuk gehouwen rotsblok.Omdat hij zo dicht bij het mausoleum staat, komen hier ook erg veel toeristen. Ik vond het wel een leuke pagode, maar als hij niet in de buurt van het mausoleum had gestaan, zou ik hem niet bezocht hebben. Het steen van de rotsen zijn niet bijzonder hard, waardoor de zee voor behoorlijke erosie zorgt. Na verloop van tijd heeft de zee zoveel steen van deze rots weggesleten, dat de rots zal omvallen en onder water zal verdwijnen. Dit was nog redelijk in het begin van de boottocht, nadat het net droog was geworden. Het zag er hier al mooi uit, maar de rotsformaties zijn hier nog vrij groot. Hierdoor lijkt het alsof je door een bergdal vaart. Later op de tocht werd dat een stuk minder en staken er vaker enkele bergtopjes uit het water. Bij sommige bergjes heb je ook mooie strandjes, zoals tussen deze twee. Tijdens het zwemmen moet je wel goed uitkijken voor enorme kwallen. Een aantal maal kwamen we een groepje kwallen tegen en je wilde daar echt niet tussen zwemmen. De kwallen waren gemiddeld 50 centimeter in doorsnede. In de baaien van Halong zijn er vele mensen die op bootjes wonen. Er ontstaan zelfs kleine dorpjes doordat men hun bootjes aan elkaar knopen. Op dit soort drijvende dorpjes heeft men ook vaak een schooltje. De meeste van hen zijn vissers en gaan geregeld even terug naar Halong om hun vangst te verkopen en om ook de nodige inkopen te doen. Grotten komen regelmatig voor in de bergtopjes. Bij onze boottocht stond dit ook op het programma. De grot die we bezocht hebben bevond zich hoog boven in een berg, waardoor het nog redelijk zwaar was om de ingang te bereiken. Maar je dan ook gelijk een mooi overzicht over een van de baaien. De grot zelf was ook wel de moeite waard. In mijn ogen lijken de meeste grotten op elkaar, maar het blijft toch vaak een indrukwekkend iets om zo iets dergelijks te bekijken. De grot was mooi belicht was door je de stalactieten en stalagmieten goed kon zien. Door de verschillende spleten kwam er ook nog behoorlijk veel licht binnen, waardoor het redelijk licht bleef in de grot. Maar je had soms ook een bijzonder mooi uitzicht. Je had op het riviertje naar de Perfume Pagode schitterend uitzicht. Ik heb redelijk wat rijstvelden gedurende mijn reizen gezien, maar deze rond Sapa waren de mooiste. Op ons pad kwamen we ook deze zonnende slang tegen. Gezien zijn schutkleur zal hij wel niet erg gevaarlijk zijn. Hij keek ons nog even rustig aan, maar verdween erg snel toen ik de foto had gemaakt. Het geluid van de sluiter was voldoende om hem weg te jagen. In de buurt van Sapa wonen vele minorities. Ze wonen in de kleine dorpjes in de bergen. De meeste komen in keer in de week naar Sapa om daar groenten en fruit te verkopen. Bijna iedere locale loopt nog in klederdracht, dat doen ze niet zozeer voor de toeristen. Bijna alle klederdrachten zijn hoofdzakelijk zwart gekleurd met fel gekleurde versieringen. De kenner kan uit de versieringen opmaken uit welke dorp ze komen. Voor mij was het min of meer één pot nat. Zoals in vele Aziatische landen zie je ook dat de oudere kinderen voor de jongeren zorgen. Ik heb al redelijk veel rijstvelden gezien tijdens mijn reizen, maar deze in Sapa zijn verreweg mijn favorieten. Je had ze hier in verschillende soorten en maten, waardoor ik er geen genoeg van kon krijgen. Misschien helpt het ook mee dat ik er vier dagen doorheen mocht ploeteren. Een van de vele prachtige waterbuffels. Dit zijn ijzersterke beesten en zeer goed af te richten. Als de boer aan het ploegen is geeft hij de buffels commando’s door allerlei geluidjes te maken. Er komt geen zweep of ander martelwerktuig aan te pas. En wanneer de boer de buffel even niet nodig heeft, worden ze gewoon los gelaten. De buffel blijft dan rustig in de buurt grazen. Dit was voor de eerste nacht mijn hotel. Niet echt een 5 sterren hotel, maar wel veel leuker. Ik sliep bij de mensen ‘thuis’. Deze mensen hebben een soort contract met de touroperators en hebben altijd een aantal matrassen indien de touroperator met toeristen langskomen. Omdat ze hier geen telefoons kunnen de matrassen niet gereserveerd worden en komen dus onverwachts binnen vallen. Maar dat was geen probleem er werd iets meer eten klaar gemaakt. Tijdens het eten vloeide de eigen gestookte rijstewijn rijkelijk. Eén blik in de keuken van het hotel is al genoeg om te weten dat hij niet zal voldoen aan onze hygiënische eisen. Maar daarom smaakte het niet minder. Het enige wat ik niet echt lekker vond was de kip. Deze was op een speciale manier bereid, maar was daardoor niet echt mals geworden. De kip was erg donker van kleur en had de rijstewijn nodig om hem weg te krijgen. Daardoor werd het een gezellige avond. Na het eten hebben we nog een leuk kaartspel gedaan met eigenaar, maar om 9 uur was het de hoogste tijd om het bed op te zoeken. Dit was de lobby van het hotel, met in de achtergrond (achter het doek) 1 van de 2 slaapkamers voor de gasten. Na een lange dag lopen viel ik al in slaap voordat mijn hoofd het kussen raakte. En na een goede nachtrust werd ik de volgende dag wakker door de regen. We hebben nog even gewacht totdat het droog zou worden. Maar na een uur was het nog steeds niet droog en zijn toen toch maar weer op weg gegaan. Bamboe is een zeer geliefd bouwmateriaal. Het is licht en stevig en bovenal lekker goedkoop. Ik vrees dat dit soort huizen niet helemaal waterdicht zullen zijn, maar luchtig is het wel. Dat is met die temperaturen wel lekker. Zoals hier te zien is zijn niet alle huizen van bamboe gebouwd. Het (gelige) gebouw aan de linkerkant is het lokale schooltje en daarnaast staat een klein hospitaaltje. Met behulp van ontwikkelingshulp zijn deze wat steviger gebouwd en hebben hiervoor stenen gebruikt. Op de weg naar het schooltje stond ook een klein simpel winkeltje waar ze onder andere snoep verkochten. Althans iets wat daar op leek en kon het niet laten liggen. Het smaakte niet gek. En hiermee kon ik ook gelijk vriendjes maken met de kinderen van de ‘hotel’eigenaar Een blik in de keuken van het hotel. Die kat heb ik ’s avonds niet meer gezien en vraag me af wat ik gegeten heb. Vanwege het niet zo beste weer stelde de gids voor om de volgende nacht ook hier te overnachten. De eigenaar was hierover zo verrast dat er de twee avond een waarachtig feestmaal op tafel kwam. Samen met de buren en familie werd er goed gesmuld, althans door hun. Ik moest toch nog wel even wennen aan de kippenkopjes en de kippenpootjes. De kippenpootjes zijn niet de pootje die wij kennen, dit waren de (gele) teentjes. Normaal wil toch het een en ander wel uitproberen, maar dit gin me even iets te ver. Maar je hebt het niet voor het uit kiezen, want het gebruik is dat de gastheer het eten verdeeld en bepaald wat er op je bord komt. Gelukkig had hij in de gaten dat ik er niet al teveel trek in had en gaf het niet aan mij. Hier vloeide de rijstewijn zeer overvloedig. Ze waren blijkbaar onder de indruk van mijn drankconsumptie, gezien de goedkeurende knikjes. Na de nodige glaasjes had ik pas in de gaten dat ze stopten met bijschenken als het glas nog niet leeg was. Maar dat was te laat voor de gids, die lag inmiddels al stomdronken op bed. Dit was het laatste dorpje dat we bezochten en was tevens ook het minst primitieve van allemaal. In het cafeetje waar we een thee stop maakten hadden ze zelfs een karaoke apparaat. Buiten onder een afdakje stond een snookertafel waar de kinderen van het dorp (tegen betaling) toch al een behoorlijk potje speelden. Ook al hanteren ze een vreemde techniek, maar ik vrees dat ik het tegen hun wel zou moeten afleggen. De kinderen waren behoorlijk agressief in dit dorpje, er werd regelmatig een stomp uitgedeeld. We bleven hier naar mijn zin iets te lang, maar de gids heeft ook nog een tweede taak. Hij vertelde in de dorpjes de laatste nieuwtjes uit Sapa en was ook een soort ‘krantenjongen’. De bergen in Halong Bay was eigenlijk iets spectaculairder en eerlijk gezegd ook iets mooier. Dit heeft voor een groot gedeelte te maken met het feit, dat het rond de bergen iets teveel gecultiveerd is. Aan de andere kant was het wel relaxter dan in Halong Bay. Ik had hier een fiets gehuurd en kon in mijn eigen tempo de omgeving verkennen. Op deze plek heb ik het mysterie van de vreemd gevormde berg opgelost. Toen ik hier even stond te genieten van het uitzicht, werd ik opgeschrikt door een harde explosie. Kort hierop hoorde je stenen vallen. Ik keek op en zag dat ze bezig waren op een berg op te blazen. Na een kwartiertje was de volgende explosie te horen. Het was duidelijk dat ze hier wat delven, ik wat alleen niet wat. De huizen in de omgeving waren alleen per fiets of brommer te bereiken over deze smalle paden. Eén stuurfoutje en je ligt met je rug in het rijstveld. Maar als echte Hollander mocht ik er geen last van hebben. Een begraafplaats kennen ze op het platteland niet echt. Geregeld zag je in een rijstveld wat grafstenen staan. Dit was de enige kathedraal. Het was voor mij in eerste instantie onmogelijk om een foto te maken zonder die man. Foto’s zijn bijzonder belangrijk voor de Vietnamees. Bij veel bezienswaardigheden en monumenten staan lokale fotograven om hele families op de foto te zetten bij het monument. Toen deze man zag wilde hij kostte wat het kost op de foto. Maar ik kon hem niet duidelijk maken dat ik de foto’s hier niet kon laten ontwikkelen. Pas toen ik de een foto van hem had gemaakt, sprong hij niet telkens over mijn lens, maar volgende wel overal. Hij wilde nu de foto nog van mij krijgen. Toen ik weer op de fiets sprong en het dorp verliet keek hij mij nog even verontwaardigd aan. De kathedraal bestond niet uit een gebouw, maar er stonden ook de nodige bijgebouwen op het terrein. Soms leek het wel of er meerdere kerkjes stonden. Ik heb even rondgelopen, maar het kon me niet echt boeien. De weg terug naar Ninh Binh was nog wel even grappig. Omdat ik regelmatig in Nederland op de racefiets zit ligt mijn basis snelheid op de fiets iets hoger dan gemiddeld. Voor de lokale jeugd was dit een uitdaging en voor ik het wist reden er een stuk of vijf jongens achter mij aan. Dit spoorde mij ook weer aan om weer iets harder te gaan fietsen. En zo ontstond er een klein wedstrijdje die eindige in het volgende dorp. Daar hielden zij het voor gezien. Dit was een mooi uitzicht bij het nationaal park. Ik was speciaal naar Ninh Binh gekomen vanwege dit park. Maar gezien het gebrek aan foto’s was er niet zoveel te beleven. Er waren veel vlinders en er stond ook een boom van 800 jaar in het woud. Maar dat is toch niet goed op de foto te krijgen. En de vlinder heb ik alleen maar op film gezet. Het fladderen krijg je ook niet goed op de foto. Het woud was op zich niet verkeerd, maar er lag zoveel afval langs het pad dat het niet meer echt leuk was. Op het programma naar de DMZ stond ook een bezoek aan het Ho Chi Minh trail. Dit pas werd tijdens de oorlog gebruikt om allerlei zaken vanuit Noord Vietnam naar het zuiden te smokkelen. Helaas hebben ze het pad nu geasfalteerd en er was nu weinig te zien, behalve dit leuke kleine dorpje. De Amerikanen wisten van dit pad af, maar konden het vanuit de lucht niet zien en daarnaast liep het voor een groot gedeelte door Laos. De Amerikanen hebben met heel veel bommen geprobeerd dit pad te vernietigen, maar dat is niet geluk. Door deze actie is dit gedeelte van Laos echt platgegooid. In het dorpje was meer te zien dan aan de trail. Er stonden hier een stuk of vijf van dit soort huisjes. Dit was een redelijk modern huis met golfplaten. De andere huizen hadden allemaal een rieten dak. Gelukkig hebben ze hier nog niet gehoord van de bio-industrie. De beesten lopen hier allemaal vrij rond. Deze plaats was net ten noorden van de DMZ en de Amerikanen hebben hier ook ontelbare bombardementen uitgevoerd, waardoor de lokale bevolking gedwongen werd om diepe tunnels te graven. De diepste tunnels liggen op 14 meter diepte. Ze moesten wel, want de Amerikanen hadden speciale bommen ontwikkeld die zich tot een diepte van 10 meter in de grond kon boren voordat ze ontploften. Deze ingang hebben ze verstevigd, zodat de toeristen nu veilig een kijkje kunnen nemen in de tunnels. Dit is het beeld in de tunnels. Deze tunnels in de DMZ zijn een stuk ruimer dan die in het zuiden van Vietnam. De mensen hier moesten leven in de tunnels, terwijl die in het zuiden gebruikt werden om verrassingsaanvallen uit te voeren op de Amerikanen, comfort was daar niet zo belangrijk. In deze tunnels had elke familie een eigen (kleine) ruimte. Daarnaast waren er ook speciale ruimten zoals een bijeenkomstruimte, opslagruimten en er waren ook waterputten en luchtkokers. Hierdoor konden de mensen dagenlang in de tunnels blijven zonder dat ze naar buiten hoefden te gaan. De eerste tunnels die men gegraven hadden bevonden zich ‘maar’ een paar meter onder de grond. Maar doordat de Amerikanen later andere bommen hadden ontwikkeld waren deze tunnels niet veilig meer en werden er nieuwe en diepere tunnels gegraven. Het was dus nodig om dit het hoogteverschil te kunnen overbruggen, vandaar dat je regelmatig een trapje op en af moest. Zoals je hier goed kunt zien, konden de ‘kleintjes’ onder ons net is de tunnels staan. De Vietnamezen zijn over het algemeen een stukje kleiner en voor hun waren de tunnels hoog genoeg om niet overal hun hoofd te stoten.. Dit was een van waterputten Zo zag een originele tunnelingang eruit. Ze zijn niet te zien vanuit de lucht, hierdoor wierpen de Amerikanen op geluk hun bommen af. Ik heb foto’s gezien van dit gebied na de oorlog en je kunt dat een beetje vergelijken met de foto’s van Hiroshima na de atoombom. Van dat aanblik werd je niet vrolijk. We zijn ook nog op een oude landingsstrip van de Amerikanen geweest. Daar kon je goed zien wat voor rotzooi “Agent Orange” was. Dit was een ontbladeringsmiddel en er is ook geen onkruid tegen opgewassen. Want na al die jaren was de Landingsstrip nog steeds onkruidvrij. Dit was de Japanse brug, het doel was deze fietstocht. Het was een aardige brug, maar ik heb een paar uur nodig gehad om hier met de fiets te komen. Als het alleen om deze brug was gegaan, dan was het wel wat tegen gevallen, maar de tocht hier naartoe was alleen al meer dan de moeite waard en dan was dit een leuk extraatje. Men had in het midden van de brug een soort zitje gemaakt. Deze wordt regelmatig gebruikt door de dorpelingen om in de middag even lekker in de schaduw te zitten. Ik kan me ook wel begrijpen dat men hier wat verkoeling zoekt, want ik ben er achter gekomen dat het hier soms erg heet kan zijn. Een mooi overzicht van een gedeelte van het complex. Gelukkig hebben ze het niet in de originele staat teruggebracht, want dan zou het zo’n beetje een nieuwbouwproject worden. Gezien het feit dat het grotendeels verwoest werd tijdens de oorlog.. Men wist niet precies wat dit voor moest stellen. Men veronderstelde dat die een soort offer altaar was of om een soort ritueel uit te voeren. Erachter staan een steen met hoogstwaarschijnlijk heilige teksten. Tijdens de oorlog gebruikten de Vietcong deze plek als basis. De Amerikanen hebben als reactie daarop de zaak gebombardeerd. Met als gevolg dat bijna alles werd verwoest. Deze kogelgaten zijn de stille getuigen van die oorlog. Aan deze beelden is een duidelijke Indiase invloed te herkennen. Dit kwam doordat de Champa’s handelsbetrekkingen hadden met India. Deze tempels waren overduidelijk mijn favorieten. Er waren nog de nodige details te bewonderen en door de overwoekerende planten gaf het een mystieke uitstraling. Dit was een van de vele huisjes langs de rivier. Voor deze mensen was de rivier erg belangrijk. Men gebruikte het water als drinkwater (na een speciaal zuiveringsprincipe) en het was de grootste vervoersader. Op de rivier kwam je alle soorten en maten boten tegen. Over het algemeen zag je dit soort bootjes het meest, soms met een motor. Het lijkt erop dat de kinderen hier eerst leerden zwaaien en dan pas lopen. Overal waar je kwam stonden de kinderen te zwaaien en te schreeuwen. Ze liepen niet te bedelen of iets dergelijks, het was allemaal spontaan. Dat was in de grote steden wel iets anders, Daar wisten ze dat er bij de toerist wel wat te halen viel. Dit was in mijn ogen het mooiste stuk van de Mekong trip. Het was hier prachtig en niet te vergeten stil, geen brommers of motorbootjes. Je merkte dat aan iedereen, er was niemand die hier hardop praatte, iedereen fluisterde. Het water stond hier wel bijzonder laag, de kano raakte geregeld de bodem. Het was niet altijd mogelijk om gewoon te peddelen. Vaak ging het makkelijker om je gewoon voort te trekken aan de planten. Het was frappant om te zien hoe verschillend de vegetatie was tijdens dit kanotochtje, van lage (water)planten tot een regenwoud. Doordat je heel laag op het water ligt, kijk je op een andere manier naar je omgeving. Ik heb al de verschillende wouden bezocht, maar op deze wijze was voor mij toch wel speciaal. Alles lijkt en van die hoogte anders uit te zien. We waren hier op de markt in en op de Mekong. Hier werd hoofdzakelijk groenten en fruit verhandeld. De wat grotere boten waren de ‘winkels’ en bij de betere zaken was het soms dringen met hun bootjes. Maar hoe druk het ook was, het ging allemaal zeer gemoedelijk. Even geestelijk voorbereiden om naar de markt te gaan. De mierenhoop was hier compleet. De motorbootjes hebben veel ruimte nodig, omdat de schroef ver achter de boot in het water hangt. Daardoor is het manoeuvreren vrij lastig met die boten. Toch knap dat men elkaar nog weet te ontwijken. De winkelboten hadden allemaal een lange stok op hun boot, met daaraan de spullen die ze verkochten. Je kon zo makkelijk zien waar je moest zijn voor de bloemkolen of de spruiten. Men had hier verschillende manieren ontwikkeld om een bootje voort te stuwen. Maar zoals wij roeien kenden ze daar niet. Je zag daar het meest dat ze gewoon peddelden, een enkele keer zag je ook dat ze met hun voeten roeiden of zo als op deze foto. Men had hier verschillende manieren ontwikkeld om een bootje voort te stuwen. Maar zoals wij roeien kenden ze daar niet. Je zag daar het meest dat ze gewoon peddelden, een enkele keer zag je ook dat ze met hun voeten roeiden of zo als op deze foto. We hebben ook een bezoekje gebracht aan een klein dorpje, dat aan dit kleine, maar mooie riviertje lag. We kregen hier een demonstratie hoe men hier het water uit dit riviertje zuiverden om drinkwater van te maken. Maar na de zuivering mochten we het niet drinken, want wij Europeanen zouden hier nog steeds ziek van worden. De rivier was ook de vaatwasser, en wasmachine. Als je zo naar het water kijkt, geloof je nooit dat je kleren hier schoon kunnen worden. Vandaag stond er een tripje naar een museum over de Vietcong en de Amerikaanse oorlog op het programma. Maar ondertussen hadden we een stop bij een boedistische kerkdienst op het programma. De kerk was rijkelijk, maar in mijn ogen lelijk versierd. Dit was een dusdanig toeristische attractie dat het niet leuk meer was. We zouden hier blijven om een gedeelte van de dienst mee te maken. De rangen en standen waren duidelijk te zien aan de hand van hun kleding. Het was eigenlijk wel een leuk schouwspel. Bij de dienst hadden ze ook live muziek. Dit klonk lang niet gek. Als men een beetje commercieel was ingesteld hadden ze buiten cassettebandjes van deze groep kunnen verkopen. Ook aan de buitenkant was dit ook niet echt mooi. De kleuren en ornamenten vond ik niet over naar huis te schrijven. De tunnels die de Vietcong gebruikte tijdens de oorlog waren een stuk kleiner dan die bij de DMZ. Deze moesten zo snel mogelijk gegraven worden zodat ze hierdoor snel de Amerikanen konden aanvallen. Het was hier ook niet mogelijk om te staan. En dit was dan nog een van de ruime tunnels. Er waren tunnels bij waar je alleen met de tijgerkruipgang door kon kruipen. Daarnaast waren er ook de meest gemene valkuilen van de vietcong te bezichtigingen. Deze waren niet bedoeld om de Amerikaanse soldaten te doden, maar om zwaar te verwonden. Dit is het monument bij de Killing Fields ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Rode Khmer. Ik vond dit eigenlijk een smakeloos monument. Om het hele terrein van de killing fields stond een hekwerk en aan de achterkant zat er ook een poortje. Ik zag dat deze open stond en ben eens gaan kijken wat er achter te vinden was. Er bleek een klein dorpje te liggen. Hier en daar zag je wat koeien liggen. Net toen ik in het dorpje liet kwam er een kleine jongen achter me aan lopen. Bij elk huis floot of riep hij wat. Ik had in het begin niets in de gaten, maar na een 10 minuten zag ik dat er een hele kudde koeien achter de jongen liep. Hij haalde bij ieder huis de koe(ien) op en bracht ze dan naar de wei. Het leek wel een beetje op de rattenvanger van Hamelen. Het was nog rede druk in de hoofdstraat van het dorpje. Vaak waren dit soort dorpjes overdag redelijk uitgestorven, omdat men dan op de akkers werkten. Misschien had men hier net geoogst er had men nu tijd om rond het huis een aantal dingen te doen. Alle huizen waren op palen gebouwd en dat bleek toch wel handig te zijn. De meeste mensen zaten op het heetst van de dag juist onder hun huis. In de schaduw en met een klein briesje was het daar tenminste nog uit te houden. Het monument ligt vol met schedels van de slachtoffers, deze liggen gerangschikt op sexe en leeftijd. In mijn ogen hadden ze beter iets meer eerbied voor de slachtoffers kunnen tonen en ze op een ‘normale’ plaats begraven. Hiervoor had ik een bezoek gebracht aan het Tuol Sleng Museum. Dit was daarvoor de S-21 gevangenis waar onder het regime van Pol Pot meer dan 17000 mensen gevangen hebben gezeten voordat ze werden doodgemarteld. Dit was net een echt prettige dag, maar we mogen nooit vergeten wat hier gebeurd is en dan moet je dit onder ogen kunnen zien. In het stadsbeeld zie je zeer vaak de typische bouwstijl terug van de Khmer. Dit is duidelijk anders dan van de buurlanden. Het paleis van de koning was luxe en groot te noemen. Ik vind het altijd triest om te zien dat sommige mensen in dit soort arme landen in zo’n enorme rijkdom kunnen leven. In een gebouw had men geen vloerbedekking, maar tegels van zilver. Vaak zie in je de grote steden dat alles volgebouwd is, maar dit gedeelte van Phnom Penh was ruim opgezet met ook nog het nodige groen. Het was duidelijk dat dit toch wel één van de betere wijken van de stad was. De meteropnemer heeft het in Cambodja redelijk makkelijk. De elektriciteitsmeters hingen gewoon buiten aan een lantaarnpaal. Ook kunnen de buren controleren hoeveel stroom je verbruikt. Dit is de zuidpoort van Angkor Thom. Angkor Thom is een enorm groot complex, het is ongeveer 10 vierkante kilometer groot. Om het hele gebied staan een muur van 8 meter. Binnen de muren staan meerdere stempels, zoals Bayon, Baphuon en zoals bij zovele complexen The Terrace of Elephants. En omdat de olifanten destijds zo belangrijk waren, kunnen de toeristen op de rug van een olifant de tempels bekijken. Op de rechterkant van de brug staan 54 goden en aan de linkerkant staan 54 demonen, die twee hele grote slang beet houden. Zoals je hier kan zien zijn er ook genoeg lokale die zich op het complex begeven. Je hebt ook de nodige stalletjes waar je drank en souvenirs kunt kopen. Er zijn hiervoor strenge regels, vaak mogen de verkopers alleen aan de overkant van een poort of tempels staan. Het is hen verboden om op de weg te komen. Ze kunnen je dus niet letterlijk aan je arm trekken om je naar hun kraampje te slepen. Op de poort staan 4 gargantuan gezicht van de boeddhist Avalokiteshvara die alle vier de windrichtingen kijken. Je ziet er ook weer een aantal olifanten koppen terug. Bayon is de op een na populairste tempel in Angkor Wat. Zowel van in grove lijnen als in detail was dit een mooie tempel. Er waren 54 torentjes aanwezig waarop daar weer in de vier windrichtingen het lachende gezicht van Avalokiteshvara. Het aantal 54 moet iets speciaals zijn omdat dit aantal meerdere keren terugkeert op dit complex. Op veel kolommen en muren is nog te zien hoe gedetailleerd de versieringen zijn geweest. Deze dansende dames kwam je heel veel tegen. Ik heb geen idee wat de betekenis hiervan is, ik moet dan nog uitzoeken. (Als iemand dit weet hoor ik het graag) De paden tussen de torentjes waren vrij smal en dat gaf iets speciaals aan deze tempel. En met een klein beetje geduld kon je hier nog foto’s maken zonder dat je er mensen er op hebt staan. Dit was ook een van de reden om nu naar Angkor te gaan, nu er een Tombraider film is opgenomen. Ik verwacht dat het hier binnen een paar jaar erg druk gaat worden. Ook gezien het feit dat men hier in de buurt luxe hotels en een landingsbaan hebben aangelegd. Tsja wat moet ik hier nog bij zeggen. Op de muren zij hele verhalen uitgebeeld. Op één muur is een hele veldslag beschreven, terwijl op een andere muur het beeld van het dagelijkse leven laat zien. Je kan je niet voorstellen hoeveel werk hierin moet zitten om al die muren te bewerken. Dit is de Phimeanakas. Als je net van Bayon afkomt valt deze ruïne een beetje tegen. Het mooie van alle tempels en gebouwen in Angkor Wat is dat je overal op en in mag. Maar toen ik onder aan deze trap stond leek het me niet echt verstandig om naar boven te gaan. De tredes zijn erg hoog, maar heel ondiep. Je kan je voeten er niet op zetten, op zich niet zo erg al je omhoog moet, maar je moet ook weer naar beneden. Dit is de Terrace of Elephants en dit fungeerde als muur voor de Royal Enclosure. Hiervan was weinig meer over. Je kon nog iets terug zien van het zwembad en de Phimeanakas ( van de vorige) maakte er ook deel van uit. Ook dit stuk muur maakte deelt uit van de Terrace of Elephants. Ook al zijn hier geen olifanten te bekennen. Hoewel dit ‘alleen maar’ een stukje muur was, vond ik dit zeer indrukwekkend. Ook dit hoorde nog steeds bij Angkor Thom. Het is Baphuan. Je moest hier vanaf de juiste plaats je foto maken. Als je dat niet deed kreeg je ook een grote bouwkraan op de foto. Men was hier druk bezig het te restaureren. Het verhoogde pad naar het gebouw was bijzonder. Het hele pad was gebouwd op palen. Vanaf de plek is het niet zo goed te zien, maar de andere foto’s waren niet zo goed gelukt. Dit was een ietwat vreemd tempelcomplexje, het was zwaar vervallen. Behalve het boeddha beeld dat zag er goed verzorgd uit. Dit riviertje was de verbindingsweg tussen Inle Lake (plaatsje) en het meer. Het was behoorlijk druk op het water, omdat het vervoer hier in de buurt sneller over water gaat dan over land. Daarnaast was er een soort rondtrekkende markt die rouleerde tussen vijf plaatjes die direct aan het meer gelegen waren. Als toerist mocht je dat dus niet missen. Omdat vele mensen met de boot naar de markt kwam, was het een probleempje om je boot ergens aan de meren. Eigenlijk lukte dat ook niet, maar werd onze boot aan andere boten vast gelegd en we moesten via de andere wankele bootjes naar de wal. De markt was niet overdreven groot, maar wel gezellig druk. Men was al wel een klein beetje voorbereid op toeristen gezien de twee kraampjes met allerlei beeldjes. Deze verkopers hadden vandaag niet hun topdag, want ik was één van de twee toeristen die hier rond liepen. Ik had via de eigenaar van de Pancake Kingdom wat aanwijzing kregen over waar je in de omgeving kon wandelen. Hij stuurde mij de bergen in en bleek een goede keus. Al vrij snel kwam ik in de bergen een kruising tegen waarover hij niets had gezegd. Dat werd dus gokken waar ik naartoe moest, natuurlijk neem je als eerste de verkeerde weg. Ik moest een klein riviertje oversteken via een boomstam en even later zag ik een monnik in de rivier zijn hoofd scheren. Ik al snel bleek dit niet de juiste weg en kon weer terug. Even later liep ik de ‘oprijlaan’ van dit huis op. Dit leek me ook niet zo geschikt, hoewel ik het een prachtig huis vond op een even zo mooie locatie. Na wat kleine omzwervingen vond ik dan toch het pad dat ik moest hebben. Ik vond dit zo’n prachtig gezicht, een eenvoudige ossenkar voor een omgeploegde akker. Dit was het platteland in ten voeten uit. Naar een behoorlijk stuk gelopen te hebben kwam ik in dit dorpje terecht, het was hier uitgestorven. Er waren alleen een paar kinderen in de buurt, maar die waren erg bang. Toen ik vlakbij het dorp was zag ik in de verte een groepje kinderen spelen. Eén van de kinderen had mij op een gegeven moment in de gaten en begon te gillen en rende weg en verstopte zich achter een stel struiken en de andere kinderen volgden haar voorbeeld. Ze kwamen ook niet meer uit hun schuilplaatsen. Aan de andere kant van het dorpje stonden wat ouder kinderen en hier was de reactie iets minder heftig. Ze renden wel eventjes weg, maar ze waren iets nieuwsgieriger en blijven op een 100 meter staan kijken. Ik ben toen daar even gaan zitten in de hoop dat ze dan een stukje dichterbij zouden komen, maar dat deden ze niet. Dit is de typische bouwstijl rond het meer. De huizen hoog boven het water gebouwd. Dat is ook wel nodig, want ik in de ‘Pancake Kingdom’ zat, een pannenkoekenrestaurant dat je een keer moet bezoeken, liet de eigenaar zien hoe hoog het water was gekomen tijdens een aantal overstromingen. Ze hebben in de Pancake Kingdom de beste pannenkoeken in het dorp Een aantal vrouwen die net van de markt terug kwamen met goed gevulde tassen. Met de gids erbij waren de kinderen ook niet meer zo bang en liepen niet meer weg en kon je ze op de foto krijgen. De vrouwen en kinderen lopen altijd met een soort gele modder op hun gezicht. Men zegt dat het de huid mooier houdt/maakt, maar om altijd met een moddergezicht rond te lopen snap ik dan niet. Misschien krijg je dan een mooie huid, maar die verstop je dan weer onder een laagje modder. En een tweede en wat logischere reden is dat het de huid beschermt tegen de zon. De levenstandaard was hier niet echt hoog te noemen. Vooral de primitieve gereedschappen vielen hierbij op. Een paar vrouwen op weg naar de akkers. Tijdens de wandeling kwamen we geregeld van dit soort hutjes tegen. Deze waren speciaal gebouwd voor de mensen die naar en van de markt kwamen. Ze konden hier dan even in de schaduw uitrusten en in de kannen zat water. Deze hutjes stonden ook vaak bij de akkers waar de landbouwers dan even konden bijkomen. Toen we even uitrustte bij een hutje kwam er een buffel met een klein jochie erop. Het was me al eerder opgevallen dat die buffer goed afgericht konden worden. Wanneer een boer aan het ploegen gaf hij met klikgeluiden commando’s aan de buffer. Dit was de eerste keer dat ik zag dat iemand erop reed. De boeren moeten het doen met primitieve gereedschappen. Ik denk ook niet dat in deze omstandigheden onze luxe kruiwagens niet lang zouden overleven, met zoveel water en modder. In dit dorpje werden we uitgenodigd om thee te komen drinken. In het huis zaten nog een paar mensen. Deze vertrokken gelijk tijdig weer met ons, zij waren hier met de ossenkar gekomen. Het tempo van deze ossenkarren is nogal traag te noemen, lopen gaat sneller. Maar kort nadat we vertrokken waren bleek dat we verkeerd gelopen waren en moesten weer een stuk terug. We kwamen deze mannen toen weer tegen en ze boden ons een rit aan. De rit op een ossenkar is niet echt comfortabel en met die modderwegen word je er ook niet schoner van. Ook al rijd hij niet hard, de modderplakkaten vlogen je om de oren. Maar ondanks alle ‘ontberingen’ was het een geweldig rit en niet te vergeten een bijzonder vriendelijk aanbod. Men had hier een afgrijselijke stupa staan, dat ik het niet kon laten om het op de foto te zetten. Hij was volledig bedekt met spiegeltjes, waardoor het op zilver leek. Ik heb bewust gekozen om tijdens mijn reis in Myanmar zo min mogelijk gebruik te maken van overheidsdiensten. Waardoor ik zo min mogelijk geld kwijt was aan het militaire regime. Door in goedkope hotels te slapen en te reizen via kleine busmaatschappijtjes (die in handen zijn van particulieren) zorg ik ervoor dat een groot gedeelte van mijn geld bij de lokale bevolking terecht komt. De trein is in handen van de overheid en heb die een keertje gebruikt. Omdat men had gezegd dat dit een zeer speciale belevenis moet zijn. Ik ben daarom een klein stukje met de trein gegaan, van Inle Lake naar Kalaw, om dit dan ook mee te maken. Deze foto’s zijn allemaal gemaakt op een station tussen Inle en Kalaw. Ik was een beetje huiverig om mijn camera hier te gebruiken, omdat dit officieel verboden is. Het vertrek vanuit Inle verliep niet helemaal soepeltjes. Ze kennen hier geen stadsbussen en om van Inle naar het station te gaan, moet je reizen met een pickup-truck. Deze vertrekt pas wanneer deze vol is. Ik had van tevoren navraag gedaan, hoe laat ik bij de pickups moest zijn en rond die tijd zat ik ook in de truck. Alleen het duurde een beetje langer eer dat hij vol wasen dus vertrok. Helaas werd ik niet afgezet bij het station en moet ook nog een stuk met een cyclodriver. Die had gelukkig in de gaten dat ik haast moest maken om de trein te halen. Ik kwam nog op tijd op het station, maar daar had ik weer een tegenvaller.Ik moest de trein met dollars betalen, maar ik had het niet gepast. Omdat je in dollars betaalt krijgt het wisselgeld ook in dollars terug, maar dat had de lokettist niet en moest op zoek naar wisselgeld. Uiteindelijk zat ik in de trein, toen ik in de gaten had dat ik geen drinken meer had. Dus snel even de trein uit om bij het kioskje wat drinken te kopen, mijn rugzak in de trein achterlatend. Toen ik afrekende hoorde ik de trein fluiten en hij begon al langzaam te rijden. Ik sprintte terug naar de wagon, gelukkig waren de deuren nog open en kon nog net op tijd in de trein springen. De rit was erg mooi, hij moest over de bergen en was net sterk genoeg om de wagons te trekken. De snelheid lang soms erg laag, lopen was dan sneller. De vering was ook erg soepel en had soms het idee dat je in een grote schommelstoel zat. De banken waren ruim en lekker zacht. Ik moest als toerist in de eerste klasse, hoewel ik graag in de tweede klasse wilde zitten. Die zal ook wel een stuk minder luxe zijn. Onze eerste stop bij een station duurde al direct erg lang. De goederenwagon moest gelost worden om daarna weer met andere spullen geladen moest worden. Dit was allemaal handwerk en duurde gewoon eventjes. De bedrijvigheid op het station was erg groot. Er werd heel veel etenswaren verhandeld. In Kalaw ben ik weer aan de wandel gegaan en heb een trekking van 2 dagen gemaakt door de bergen rond Kalaw. In de kleine bergdorpjes waren de kinderen erg vrolijk. Net als in andere Aziatische landen zwaaiden de kinderen altijd naar toeristen. Een vrouw bij de waterpomp doet haar was. In dit bergdorpje leeft men in zogenaamde longhouses. In één huis wonen 5 a 6 gezinnen op een rijtje, met heel weinig privacy. Ieder gezin heeft maar één slaapkamertje voorde ouders. De kinderen slapen aan de linker kant op de kleine verhoging. Ze hebben geen echte keuken, maar hebben ipv daarvan een plekje waar ze een openvuurtje kunnen stoken om op te koken (links van de vrouw op de foto). Een zo’n huis vormt min of meer een commune, overdag is er altijd een vrouw in het huis aanwezig die op alle kinderen past en het schoon houdt. Terwijl dan de andere volwassen op het land of ergens anders aan het werk zijn. Het principe is mooi, maar toch zou ik hier niet kunnen wonen. De keukens in de longhouses zijn in hoogte verstelbaar. Boven de brandplaats hangt een soort rek waarop het kookgerei ligt. Als men klaar is met koken trekken de het rek omhoog, zodat je er geen last meer van hebt. Zo houd je de keuken ook netjes. Misschien een ideetje in mijn huis. Dit was waarschijnlijk een wat rijkere boer dan in de andere dorpjes. Zijn huis zag er in ieder geval een stuk steviger en luxer uit. Dit was het uitzicht vanaf het terras. Deze boer had een aantal terrasjes ingericht voor de wandelaars. Vanaf hier had je een mooi uitzicht op het dal. De gids kon hier ook gebruik maken van de keuken om een lekkere lunch te bereiden. Een maand geleden was men in Vietnam druk bezig om de rijst te oogsten. Hier was men al weer bezig om de rijstvelden in orde te maken om de rijst weer te kunnen planten. Ik heb de dollars betaald om Mandalay Hill te beklimmen (dit geld gaat dus direct in de zakken van de militaire machthebbers). Het grote voordeel was dat het op de top nog redelijk uit te houden was. Het was verschrikkelijk heet in Mandalay en op de berg stond nog een verkoelend briesje. Ik vond het uitzicht wel aardig, maar niet echt spectaculair. Op de top van de berg was een tempel gebouwd. Ik weet niet of ik dit nu een mooie tempel vond. Hij was bekleed met spiegeltjes, wat er een beetje vreemd uitziet. De vloer was wel mooi betegeld en dat maakt weer een hoop goed. De trap naar de top van de berg is een geliefde plek voor verliefde koppeltjes en soms moest je inderdaad even slalommen om langs hen te komen. Rondom Mandalay zijn er veel tempels gebouwd en zijn ook allemaal prima onderhouden. Dat kan je ook hier wel zien, de witte tempels vallen in ieder geval goed op. De bootjes op de rivier hadden de grootst mogelijke moeite om tegen de stroming in te zeilen. Het leek er bijna op dat ze gewoon stil lagen. Een erg triest aanzicht, deze slopenwijk aan de oever van de rivier. Een cyclodriver vertelde het verhaal hier achter en daar werd je als toerist niet vrolijk van. Hier vlakbij was een soort park gebouwd met wat attracties als een reuzenrad. Dit is speciaal gebouwd voor de toeristen en niet voor de lokale bevolking. Maar het vervelend was dat er op die plek mensen woonden en die kregen te horen dat ze hun huizen moesten verlaten. Zonder dat er een compensatie tegenover stond. De mensen kregen geen andere huizen of geld aangeboden. Een aantal van die mensen wonen nu in deze hutjes. Dit is de oude ruïne Mingun Paya. Je kunt het op de foto niet goed zien, maar hij is helemaal opgebouwd uit bakstenen. Dat is een aardig karweitje geweest. De scheuren in de tempel zijn ontstaan aan een zware aardbeving. Je kunt de tempel beklimmen en als je er boven op staat, zie je dat er ook een stuk is ingestort. Vanaf de tempel had je uitzicht op de achterkanten van deze olifanten en de rivier. Vlakbij Mandalay ligt het plaatsje Amarapura, dit is ook een van de Ancient Cities. In dit plaatsje staat een groot klooster dat ik graag wilde bekijken. Niet omdat het een mooi gebouw was, maar omdat de monniken voor de lunch een lange rij vormen waarin ze geduldig staan te wachten op hun rijst. Zolang de monniken in de rij staan, wordt er door hun niet gesproken. Dit is de beroemde U-Bein’s Bridge. Deze brug is gebouwd van teakhout, behalve een stukje in het midden van de brug, daar waren een paar palen vervangen door betonnen palen. De lokale bevolking gebruikte de brug ook als vissteiger. Het was een gezellige bedoeling op de brug. Aan de andere kant van de brug was nog een leuk klein dorpje. Het was daar allemaal redelijk primitief, maar er stond wel één huis met een karaoke apparaat. Het was ongelofelijk hoe vals die man kon zingen en natuurlijk stond het apparaat op standje 10. (Arme buren) Zoals je kunt zien is de brug niet de kortste. Deze brug is 1200 meter lang, daarvoor hebben ze veel bomen moeten kappen, maar dan heb je ook wat. In de hele stad reden veel van dit soort voertuigjes rond. Dit zijn taxi’s. Er rijden wel bussen in de grotere steden, maar je ziet veel mensen gebruik maken van deze taxi’s. Het voordeel van deze taxi’s is dat ze overal stoppen waar je eruit wilt en niet bij een speciale halteplaats. Soms kom je op de vreemdste plekken tempels tegen. Ook hier hadden ze niet de meest praktische plek uitgezocht. Mount Poppa was een bergtop aan de rand van een gebergte, daar door had je een schitterend uitzicht over het platteland. Van onderaan de berg leek het erop dat dit een groot gebouw was, maar toen ik op de top was bleken het eigenlijk meerdere kleine tempeltjes te zijn. De weg naar boven was niet altijd even prettig, de trap zat vol met apen en sommige waren behoorlijk agressief. Dit is een voorbeeld van een van de tempeltjes boven op mount Poppa. Op de terugweg naar Bagan hebben we een stopje gemaakt bij een klein stalletje waar ze toddy verkochten. Dit is een drankje van gemaakt van het sap van een toddy palm. Wanneer het sap net getapt is bevat het nog geen alcohol. Als het even staat vindt er een natuurlijke gisting plaats, waardoor het in de middag is veranderd in een licht alcoholisch drankje. Als men het dan nog een dag laat staan, dan krijg je melkachtig drankje met een licht zuur smaakje en kan het dan in de categorie sterke drank plaatsen. Maar het drinkt erg makkelijk weg, je hebt niet in de gaten dat er veel alcohol in zit. Bagan is in tweeën gesplitst, het oude centrum en natuurlijk het nieuwe centrum. De overheid heeft er voor gezorgd dat er maar één hotel in het oude centrum staat en is natuurlijk in handen van die overheid. De meeste toeristen willen hier niet verblijven en kiezen er dus voor om in Nyaung-U te overnachten. Omdat het New Bagan niet zo gezellig schijnt te zijn. De foto toont een van de buitenwijkjes van Nyaung-U. Gezien de reacties, die ik kreeg van de bewoners komen hier niet zoveel toeristen. Even buiten het centrum stond deze mooie Shwezigon Paya, deze heeft wel wat weg van de Shwedagon Paya in Rangoon. Boven in de top hing er een cirkelvormig hekje waaraan verschillende kleine belletjes hingen. Deze maken niet veel geluid en als je daar loopt heb je de belletjes niet in de gaten. Maar als je geconcentreerd luistert dan hoor je ze pas. Een overzicht van een aantal tempels. Waar je ook keek ,je kon niet ontsnappen aan de tempels. Het was mogelijk om een aantal tempels te klimmen waardoor je een mooi overzicht kon krijgen van het gebied. Op veel van de tempels waren van dit soort tegeltjes geplakt. Deze blijken op de zwarte markt veel geld waard te zijn en worden daarom regelmatig gestolen. Veel plekken op de tempels waar deze tegels hoorden te zitten zijn dan ook leeg. Een aantal tempels waren niet alleen maar één gebouw, maar was meer een klein tempelcomplexje. Gezien de zwarte strepen op het gebouw hebben ze hier wel wat last van luchtvervuiling Bij vele tempels stonden regelmatig van dit soort gespleten beelden. Als je er zo voor staat ziet het er een beetje vreemd uit, maar als je aan de zijkant van het gebouw staat is het bijzonder leuk. De grootte van de tempels varieerden nogal sterk, van hele kleintjes tot grote. In de meeste grote tempels kon je ook naar binnen. Veelal waren ze nagenoeg leeg, maar deze tempel Ananda was nog gewoon in gebruik. Nu was de Ananda wel bijzonder fraai. Gelukkig kun je op veel plekken een kaart krijgen waarop bijna alle tempels zijn aangegeven. Deze heb je echt hard nodig, zeker als je met de fiets erop uit trekt. Deze stond ook op de kaart, maar heb geen flauw idee meer hoe hij heet. Als iemand het weet mag die het me mailen. Hier had ik echt het idee dat ik zo in een film was binnen gefietst. Zo’n uitzicht zie je alleen in de film en dan vaak is het vaak nog nep ook om het nog mooier te maken. Het gevoel dat ik hier had is eigenlijk niet te beschrijven, zo mooi was het hier. Dit was weer een van de vele prachtige overzichten van het terrein. Je kunt hier gewoon niet om de tempels heen. Als je dan bedenkt dat er hier nog veel meer hebben gestaan. Men heeft destijds heel veel tempels gesloopt omdat men de bakstenen nodig hadden voor een verdedingsmuur, omdat er een oorlog dreigde. Dit is weer de Ananda tempel. Dit is een van de grotere tempels in dit gebied en ook erg opvallend. Er waren niet zoveel witte tempels. ’s Avonds wil het nog wel eens druk worden op een aantal tempels. Dan verzamelen de zich vele toeristen op de tempels om van de zonsondergang te genieten. Maar ook vlak voordat de zon onder gaat is het erg mooi. De lange schaduwen geven erg veel sfeer aan het gebied. Naar mate het wat koeler werd begon het water in de rivier aardig te dampen. Gelukkig kun je op veel plekken een kaart krijgen waarop bijna alle tempels zijn aangegeven. Deze heb je echt hard nodig, zeker als je met de fiets erop uit trekt. Deze stond ook op de kaart, maar heb geen flauw idee meer hoe hij heet. Als iemand het weet mag die het me mailen. Voor de tempels zijn er verschillende materialen gebruikt. Maar als men goud heeft gebruikt, dan valt dat extra op. Dit is de Htilominlo Pahto, uit de eerste helft van de 13e eeuw. Dit is de Shwedagon Paya. De mooiste van het land en hier geld, alles wat hier blink is goud. Men heeft hier echt goud gebruikt. Ik vrees als men dat in Nederland zo’n ‘gouden’ gebouw heeft, men het 24 uur per dag zou moeten beschermen. Maar hier is dat niet nodig. Vlak voor mijn hotel stond de Sule Paya. Deze was ’s nachts fraai verlicht. Overdag is dit de plaats voor het zwart wisselen van geld. Het straatbeeld van Rangoon. Je vond er veel van dit soort gebouwen. In Vietnam zag je ook van dit soort huizen, maar daar waren ze in een zeer slechte staat. Terwijl ze hier er nog goed uit zagen. Misschien werd dit wel opgelegd door het militaire regime, als een soort paradepaardje. Een typisch voorbeeld van de stadsbussen. De bussen voor de lange afstand waren veel luxer. Ik zou er niet aan moeten denken om 12 uur in zo’n bus te moeten reizen. Voor een kort stukje is het wel leuk. Twee vormen van openbaar vervoer. Op de voorgrond een van de vele kleine Mazda’tjes die achterin verrassend veel mensen konden vervoeren. En op de achtergrond een overvolle bus. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ‘de kop van de draak’ echt zo oud is. Hier is duidelijk te zien dat hij niet al te lang geleden is gerestaureerd. Maar op een of andere manier sprak dit mij totaal niet aan. Dit was niet de muur, zoals ik hem voor ogen had. Dit was ook gelijk een zeer toeristisch stukje van de muur. Ik stond net op de muur, toen hoorde ik achter me wat trommels. Ik draaide me om en zag een groep ‘oude’ soldaten die eraan kwamen rennen om even stil te staan op de muur. Een ‘wachtcommandant’ schreeuwde wat commando’s en na een minuutje keerde de soldaten weer om en renden weer weg. Dit moest waarschijnlijk de wisseling van de wacht voorstellen. Maar het was zo amateuristisch, dat het lachwekkend was. Helaas wat het nogal heiig en kon je de muur niet heel erg ver zijn. Maar hier zo je mooi hoe de muur ‘gewoon’ op de berg is gebouwd. Hij volgt keurig de glooiing van de berg. Gelukkig was het op dit punt bij de muur niet echt druk en had je soms hele stukken waar je geen mens zag. Gelukkig heb ik ook nog een stukje originele muur gezien. En zoals je kunt zien is er niet veel van over. Helaas mocht je hier niet naartoe. Dit had ik graag ook willen zien, dit is een echt stukje muur en niet zo’n super strak gerestaureerd stukje. Maar als je dit bekijkt dan geloof ik niet dat de de muur vanuit de ruimte kan zien. Dit stukje muur heeft de tand des tijd iets beter doorstaan. Maar dit was ook weer verboden terrein. Ik had hier graag even naar toe gelopen, maar dat was onmogelijk met onze Chinese toezichthoudster. Dit is geen echte foto, want het was streng verboden om foto’s te maken. De boete indien je gepakt werd was zeer hoog en daarnaast werd je fototoestel ook in beslag genomen. Die kan je wel terugkrijgen, maar daar ben je dan lang mee bezig en die tijd kan je beter gebruiken. Dit is een overzicht van een de opgravingen. Er staan hier al wel veel beelden, maar het zijn er lang geen 7000. Maar is toch zeker wel indrukwekkend. Ook dit is geen echte foto. Maar je kunt hier goed zien hoe zo’n beeld gemaakt is. Men beweert dat alle beelden verschillend zijn en dat er geen een het zelfde is. Men heeft dit bereikt door een beeld op te bouwen uit verschillende onderdelen en die te variëren. Zo werden er verschillende rompen, hoofden, benen en armen gebakken om deze later samen te voegen zodat er dan een uniek beeld ontstond. Een foto van het straatbeeld van Xian. Natuurlijk zijn hier ook erg veel fietsers, maar het meest opvallende was het verkeerslicht. Er hing een stopwatch naast om aan te geven hoelang het verkeerslicht nog op groen zou staan. Het vertrek op de luchthaven van Xian. Er was geen bus die ons van de gate naar het vliegtuig bracht. Dit was het eerste vliegveld waar je naar het vliegtuig moest lopen. Nu was dit niet een grote luchthaven en de oversteek was niet gevaarlijk. Dit was het enig vliegtuig dat stond te wachten. Het is erg grappig om te zien hoe de lokale bevolking foto’s maakt. Men gaat altijd in de houding staan. Ze maken zelden een foto van alleen een bepaald object. Er moet altijd een persoon op de foto staan. Daarnaast nemen sommige ook nog eens lang de tijd om een foto te maken. Op het Tiananmenplein wilde ik een 360 graden foto maken. Ik had mijn camera op een ministatief staan en begon mijn fotosessie. Op de eerste foto (dat is deze) zie je een man in de houding staan. Ik nam de tijd om mijn volgende foto te maken (statiefje iets verdraaien, controleren of de uitsnede goed was en eventueel weer corrigeren en dan pas de foto maken.) Ik heb op die manier 9 foto’s gemaakt en op de laatste foto stond die zelfde man, als op de eerste foto nog steeds in de houding Ik had het in eerste instantie niet in de gaten, maar hoorde over de beveiligingsituatie na de grote studentenopstand. Om de mensen in de gaten te houden op het Tiananmen plein heeft de Chinese overheid op vele plekken beveiligingscamera's opgehangen. Het plein van de Hemelse Vrede was een plek waar vele families lekker bij elkaar kwamen. Wij zouden lekker in het gras gaan zitten, maar ik vrees dat de Chinese politie daar wel iets strenger tegen op zou treden. Het mausoleum van Mao werd druk bezocht door de Chinezen. Op een andere foto kun je een gedeelte van de zeer lange rij zien. Nu had in toch al weinig interesse om naar binnen te gaan. Maar tot ik de rij zag was dat kleine beetje interesse plots helemaal verdwenen. Naar wat ik gehoord heb ligt hij er niet echt goed bij. Ieder jaar wordt hij weer opnieuw ‘gerestaureerd’ door de Russen. Maar ondanks al het werk ten spijt, schijnt Mao meer te lijken op een (glimmend) wassen pop. De lange rij mensen die geduldig staan te wachten om het mausoleum te mogen betreden. Ze staan voor een monument ter ere van de revolutie. Wat me nogal verbaasde was dat in de Chinezen in de verboden stad regelmatig een demonstratie gaven van hun ellebogen techniek. En hier staan ze in een nette rij, zonder dat daar een dranghek voor nodig was. Wat een wereldbaan hebben deze mannen. De hele tijd een beetje stokstijf staan bij een vlaggenmast. Ik heb niet geklokt hoelang deze mannen hier moesten staan, maar het zal toch veel te lang zijn. Het lijkt me een beter idee om de mensen hier neer te zetten die dit verzonnen hebben. Misschien zullen ze dan tot de conclusie komen dat dit behoorlijk zinloos is. Zie de man rechts op de foto en ook op het fotonummer. Hij heeft zijn pose nadat ik 10 foto's heb gemaakt wel aangepast. Het normale straatbeeld in Beijing. Op de achtergrond heeft men een steiger gebouwd van bamboe. Het voordeel van bamboe is dat het licht is en toch erg sterk. Daarnaast groeit bamboe weelderig in China en is dus ook goedkoop. Nog even een opmerking voor de mensen die beweren dat alle Chinezen op elkaar lijken. Ik geloof dat ik die bewering met deze foto wel weerlegd heb. De afvalbakken konden blijkbaar ook goed dienst als pisbak. Althans ik een keertje dat een klein jongetje heel nodig zijn blaas moest legen, maar er was geen toilet in de buurt. De moeder pakte je jongen op zodat hij door een van de gaten in de afvalbak kon plassen. Aan de ene kant wel netjes, maar ik heb wel medelijden met de vuilnisman. In de opera speelden alleen maar mannen mee. Het was verboden voor de vrouwen om hier aan deel te nemen. Maar de moeilijkheid was natuurlijk wel dat er regelmatig vrouwenrollen vertolkt moesten worden. Dus al snel konden de heren van de opera goed overweg met de poederdoos. De poederdoos werd ook gebruikt om de gelaatsuitdrukking te versterken. Dit werd zo opzichtig gedaan zodat de mensen achter in de zaal dit ook nog goed konden zien. De Peking Opera is een prima gelegenheid om uit te gaan. Je krijgt hier de traditionele dans en muziek voorgeschoteld. De dansen zijn soms zeer spectaculair, er werden complete gevechten ‘nagedanst’. Natuurlijk werd er in het Chinees gezongen, maar je kon toch nog redelijk begrijpen wat ze uitbeeldden. Deze foto is genomen op de weg voor de verboden stad. Dit is een 8 baansweg en in het het midden stond als afscheiding een hekje. Hier kon ik veilig mijn fotocamera opstellen om deze nachtfoto te maken, terwijl de auto's langs me zoefden. Uiteindelijk vind ik het mooiste dat oom agent onbewust goed heeft meegewerkt aan de foto. De sluitertijd was erg lang, maar hij bleef al die tijd keurig stilstaan (dit had ik niet aan hem gevraagd). Ik heb me laten vertellen dat die agenten niet echt het verkeer regelen, maar dat het eerder andersom is. Deze heeft zeker een uitdagende baan, om lekker bij een verkeerslicht te staan. Dit is de poort naar de Hemelse tempel. Er waren op dit tempelcomplex geen rode dakpannen te vinden. De daken eerste van de gebouwen op het complex waren geel. Dit was de kleur van de keizer. Een blik van de tempel naar de ingang. De poort die je ziet is nog niet de echte ingang, want daarvoor was nog een poort. Maar het geeft wel een aardig beeld hoe groot het complex is. Fraaie ornamenten. Alles was tot in de puntjes fantastisch afgewerkt. Dit komt duidelijk uit een andere tijd dan het huidige 'made in China' tijdperk. Het Keizerlijke Hemelgewelf is ook geheel van hout gebouwd. Hier werden de rest van het jaar de tabletten die tijdens de ceremonie werden gebruikt, bewaard In de ronde, 40 m hoge Qiniandian, bad de keizer voor goede oogsten. Deze tempel is gebouwd zonder dat er ook maar één spijker aan te pas is gekomen. De blauwe dakpannen op het drievoudige dak symboliseren de hemel. Een fraai stukje schilderwerk. Ook hier komt de blauwe kleur weer erg vaak terug. Dit is een leeuw op de laan der dieren. Hier stonden leeuwen, kamelen, olifanten, paarden en mythische dieren opgesteld. De laan achter de laan der dieren, met de 12 beelden van mensen aan beide zijde van de weg. De beelden bestaan uit 4 generaals, 4 civiele ambtenaren en 4 gepensioneerde ministers. Er gaat een legende over een keizer, uit de latere Qing dynastie,die de beelden wilde verplaatsen om een wacht voor zijn eigen tombe te vormen. Maar toen een minister een droom had dat de beelden eeuwig trouw waren aan de Ming-keizers, vatte de keizer dit op als een waarschuwing. Indien de beelden verstoord zouden worden, dan zou er een dodelijke wind waaien vanaf de Ming-graven naar de hoofdstad en liet toen de beelden met rust. De heilige weg. In de verte is de poort met de drie bogen(oke er is er maar eentje te zien op de foto) te zien. Door de boog kan je al iets zien van het paviljoen met de schildpad. Dit is de stenen schilpad met een grafsteen van ruim 9 meter hoog. Op de grafsteen staat een inscriptie in de vier meeste voorkomende Chinese talen/dialecten. Vreemd was het om te zien hoezeer deze van elkaar afwijken. Op elke zijde van de grafsteen was de inscriptie in een ander dialect geschreven. Het ene dialect lijkt erg op het chinees dat we kennen (met de typische Chinese karakters en van boven naar onder geschreven), terwijl een ander dialect heel veel om onze Europese schrijftaal lijkt. De karakters leken erg veel op de onze en er werd ook ‘gewoon’ van links naar rechts geschreven. Dit gebouw stond aan de andere kant van het Tiananmenplein. Dit was de oorspronkelijke ingang van de verboden stad. Maar in de loop der jaren was er toch behoorlijk wat gesloopt van de Verboden Stad. Nu staat dit gebouw een beetje plomp verloren tussen ‘moderne’ gebouwen in. Op zich wel jammer want ik vond dit gebouw mooier dan het gebouw dat nu als ingang dient. In de avond was de ingang van de verboden stad mooi verlicht. Op het Tiananmenplein heerste in de avonduren een gezellige drukte. Een groot aantal mensen kwam hier van de avondrust genieten. Hele gezinnen zaten in kleine cirkeltjes op de grond te praten of een bordspelletje (hoofdzakelijk schaken). Hoewel ik het een doodzonde vind dat men hier een foto van Mao aan de muur hebben hangen, kon ik het niet laten om er toch een foto van te maken. De borden naast Mao zouden wel één of andere propaganda tekst zijn. Als je iets van het ‘standaard’ pad afweek kon je merken dat daar iets minder onderhoud werd gepleegd. Het gras en mos groeiden weelderig tussen de tegels. De draakjes op de rechterzijde van de foto dienden niet alleen als versiering, maar ook als afwateringssysteem. Alle terrassen en pleinen waren niet waterpas gelegd. Ze liepen iets bol waardoor het water altijd naar de zijkanten van het terras of plein loopt. Bij de terrassen kon het water dan weglopen via deze drakenkopjes naar de lagere gelegen terrassen Dit was het gebouw waar de troon van de keizer stond. Het is prachtig gelegen op een aantal terrassen, met een mooi uitzicht op het plein. Dit is de achterkant van de hoofdingang. Er zijn toch nog veel mensen op het complex aanwezig, maar het was er verrassend stil. En als je rondliep viel het aantal mensen erg mee, behalve daar waar de deuren van de gebouwen openstonden en dus waar je naar binnen kon kijken. Daar was het dringen geblazen. Dit is de troon van de keizer. Hier werden de audiënties gehouden. Ik kan me voorstellen dat deze niet al te lang duurden, want het lijkt me niet al te comfortabel. Je mocht de gebouwen niet betreden, wel stonden de deuren open zodat je naar binnen kon kijken. Maar hier was het dan ook weer tijd voor het betere ellebogen werk, anders was het bijna onmogelijk om bij de deur te komen. De gebouwen waren verrassend leeg, weinig meubels of andere zaken. Daarentegen waren ze wel mooi beschilderd. De symbooltjes op de daken hadden ook iets speciaals. Het waren er altijd een oneven aantal (een even aantal schijnt ongeluk te brengen). En als je daar in die tijd rond liep, dan moest je eerst goed naar die symbooltjes kijken om te weten of je het gebouw wel mocht betreden. Het aantal symbooltjes gaf ook aan welke rang je moest hebben om dat gebouw te mogen betreden. Het hoogste aantal symbooltjes op een dak was 11 en dat betekende dat alleen de keizer het gebouw mocht betreden. Met een beetje geluk en een beetje van het geijkt pad afwijken, dan kon je af en toe nog een foto maken zonder mensen erop. Dit geeft toch wel een heel ander beeld dan met alle mede toeristen erop De foto is gemaakt in de tuinen van de verboden stad. Deze waren ook behoorlijk groot en kon je er een lange tijd doorbrengen. Op het terrein was ook een museum ingericht met allerlei voorwerpen en kledingstukken die uit de verboden stad afkomstig waren. Ik heb geen idee hoeveel van de spullen authentiek zijn. In de tweede wereldoorlog hebben de Japanners zo’n beetje alles wat maar een beetje los zat uit de stad gestolen. Wat je hier ziet is een klok, maar dan wel een bijzondere. Het is een water klok. Je hoefde hem daarom ook niet op te winden, alleen eens in de zoveel tijd wat water geven. Ik heb geen idee hoe zuinig hij liep. Tijdens de lange busrit naar Chengde kregen een lekke band. We werden verzocht om de bus te verlaten om alvast te gaan lunchen. De buschauffeurs kunnen hier niet vertrouwen op een wegenwacht en moest dus zelf zijn band verwisselen. We waren hier gestrand in een klein dorpje en waren plots de bezienswaardigheid. Het leek wel of het hele dorp was uitgelopen. Er was blijkbaar ook een ziekenhuisje in de buurt, want er stond ook een man in de groep die een infuus in zijn arm had. Hij stond daar met in zijn rechterhand het infuusflesje. De wegen rond de grotere steden zijn goed, maar zodra je daarbuiten komt werd het al snel een heel stuk minder. Dat was voor de buschauffeur geen reden om dan langzamer te rijden. Eigenlijk had je het niet eens in de gaten dat je op onverharde wegen reed. Behalve op een punt waarbij een stuk weg was weggeslagen. Daar hebben we met behulp van keien het gat in de weg opgehoogd zodat de bus er overheen kon rijden. Ik vind het altijd weer fascinerend hoe men buiten de grote steden leeft. Ik ben over het algemeen liever in dit soort dorpjes dan in de steden. Ik heb hier eerder het gevoel dat je het ‘echte’ leven tegen komt. Wat me daar opvalt, is dat de mensen ondanks de armoede toch vrolijk en gelukkig zijn. Zo komt het in ieder geval over. In de kleinere dorpjes zijn de wegen niet best en als het dan even geregend heeft, dan veranderd zo’n dorpje al snel in een modderpoel. Maar hoe dan ook de verkoop moet toch doorgaan. Dit is een typisch vissersdorpje. We hebben hier een stop gemaakt, maar omdat ik me dusdanig beroerd voelde ben ik de bus niet uit geweest en heb vanuit de bus deze foto gemaakt. Ik ken dus niet het verhaal bij dit dorpje. Twee marktkoopvrouwen die elkaar op de hoogte houden van de laatste roddels, terwijl ze wachten op klanten. Er zijn voldoende eendenfokkerijen is China. De eend is een bijzonder populair stukje vlees. Ik vrees alleen dat de eend hier niet echt blij mee is . Eén van de mensen uit het dorp nodigde ons uit om een kijkje te nemen in hun huis. Het was niet echt ruim bemeten. De woonkamer diende ook als slaapkamer. Deze foto laat het bed zien en als het matras was weggehaald, dan kon je dit namelijk ook goed gebruiken om te zitten en eten. In de gang stond een emmer met water met daarin een geplukte eend. Dit was niet zo zeer dat ze bang waren dat de eend zou uit drogen, maar zo voorkomen ze dat er vliegen erbij kunnen komen. Op de achtergrond zie je de duim staan. Dit is een ietwat vreemd rotsblokje. Het schijnt er vrij zware wandeling te zijn om hem te bereiken. Men gelooft (waarschijnlijk daardoor) dat als je de steen aanraakt je minimaal honderd jaar wordt. Nu heb ik niet de behoefte om zo oud te worden, dus heb de wandeling niet gemaakt. Die gasten uit Chengde lijken wel een beetje op Japanners. Ze hielden ervan om een aantal Chinese bouwwerken te kopiëren. Dit is niet “de” muur, maar het is een stukje nagebouwde muur. Deze is maar 10 kilometer lang en de andere afmetingen zijn ook iets kleiner. Ik vrees dat deze pagode ook een replica is. Vaak had een pagode een religieus doel. Zo werden ze gebruikt om heilige geschriften of relikwieën op te slaan. Ik heb een keer begrepen dat ze ook als begraafplaats konden dienen. Op het complex stonden erg veel bomen, deze zorgden voor veel schaduw waardoor het in het paleis een beetje koel bleef. De keizer verhuisde in de zomer naar deze plek omdat het in het zuiden nog een stuk warmer was. Hier vond hij het nog wel om uit te houden. Tuinen waren voor de Chinese keizers blijkbaar erg belangrijk, want ook net als in de Verboden Stad was hier ook een grote tuin aangelegd. Met op diversen plaatsen kleine theehuisjes. Het interieur van de gebouwen leken veel op die van de verboden stad. Op zich niet echt vreemd gezien ze ongeveer uit dezelfde tijd stamden. Alleen in het zomerverblijf stonden wel meer meubels opgesteld. Een fraai overzicht op het Kunming meer. Ik keek er wel eventjes anders tegen aan toen ik hoorde dat dit meer door mensenhanden was uitgegraven. Ook de heuvels in de omgeving bleken ook niet echt natuurlijk te zijn. De heuvels zijn ontstaan door de grond uit het meer kwam. En dat allemaal voor één man. Een bootje huren en lekker dobberen is een favoriet tijdverdrijf van de Chinezen. De Europeaanse toerist heeft meestal een strak schema en heeft hier helaas geen tijd voor. Nu was het wel warm, maar niet echt zonnig. Dan is het waarschijnlijk iets minder de moeite. In dit dorpje waren ze erg druk met de rijstoogst. Langs de weg lagen grote stapels rijstplanten en op het asfalt lagen de rijstkorrels te drogen. Maar niemand die daar echt rekening mee hield, zowel fietsers als brommers reden over de rijst heen. Veel kleine dorpjes zien er als deze uit, gewoon een groep huizen langs een weg en dan heb je het hele dorp. Geen zijwegen of iets dergelijks. Regelmatig zag je in een rijstveld wel een grafsteen, maar het leek er hier dat dit hele veld niet meer diende als rijstveld, maar als de algemene begraafplaats van dit dorp. Gezien het feit dat bij deze boten de was buiten hebben hangen, zullen deze mensen wel op deze boten wonen. Niet echt ruim, maar ze hebben nog wel een dak boven hun hoofd. In dit dorpje stonden veel van deze baksteen fabriekjes. De bakstenen stonden op veel plekken langs de weg hoog opgestapeld. Er was niet veel te doen in dit dorpje, weinig mensen op straat. Ik had wel een beetje medelijden met deze arbeiders. Het was bloedheet en zij hadden een zware taak om met de hand de vrachtwagen vol te laden. Boten vol rijst werden uit de velden gevaren. Boten vol rijst werden uit de velden gevaren. Door alle rijst en het vele water zitten hier heel veel ratten. Terwijl de ouderen in de velden de rijst aan het oogsten zijn, zijn de kinderen druk bezig om jonge ratten te vangen. De jonge ratten zijn een waren delicatesse en de regel hoe jonger de rat des te beter het is. En dat er genoeg ratten zaten werd al vrij snel duidelijk, toen ik een blik wierp in een emmertje van een kind. Daar zaten een stuk of 20 kleine ratjes in. Korte tijd later was ik een foto aan het maken toen ik iets over mijn voet voelde rennen. Toen ik even keek wat er in vredesnaam wat het was, bleek het een volwassen rat te zijn die de weg even overstak. Men is hier druk bezig de rijst te oogsten. Om bijna het gehele complex ligt nog een gracht met grasvelden. Door deze ruime opzet heb je niet in de gaten dat het complex in het centrum van Hue staat. Alleen aan de achterkant van het complex is het niet zo ruim meer, maar daar kom bijna niemand. Dit was de hoofdpoort van de Forbidden Purple City. Dit beloofde heel veel, het zag er goed gerestaureerd uit, maar achter de poort viel het een beetje tegen. Tijdens de Frans/Amerikaanse oorlog is er heel veel van de Purple City verwoest. Men had hier ook een aardig prijzensysteem. De lokale mensen hoefden maar een paar centen te betalen om binnen te mogen, terwijl de toerist vijf dollar mocht betalen. Je kunt aan de poort goed zien dat ze aardig geslaagd zijn om een Chinees gebouw na te bouwen. Net na de hoofdpoort was de het complex volledig gerestaureerd en zag er ook zeer mooi uit. De tuin was goed onderhouden en je had er direct het idee dat je in China was. Maar ik herkende hier niet echt de Verboden Stad in. Eén van de weinige gebouwen/bouwvallen die nog overeind stonden achter de poort. Aan de ene kant wekt zo’n fraai gerestaureerde poort de verwachting dat het verder complex ook gerestaureerd of herbouwd is. Maar niet is minder waar. Hoewel dit een echte bouwval is, vond ik dit een zeer fraai gebouw. Ook al moest het op verschillende plaatsen ondersteund worden. Blijkbaar hebben ze wel een achterstand met het restaureren en moeten op deze (snelle) manier de zaak overeind houden. Helemaal achter op het complex ligt nog de fundamenten van een tempel. Ik heb geen idee meer wat hier vroeger heeft gestaan. Deze foto is gemaakt aan de achterzijde van het terrein. Hier is goed te zien dat er nog maar zeer weinig overeind stond. En dan te bedenken dat het hier destijds volstond met allerlei gebouwen. Dit is de hoofdpoort vanaf het complex bezien. Ik moet zeggen dat ik de voorkant toch een stuk mooier vond. Op weg naar de graftombes van TU DUC kwamen we langs een pagode, hoewel ze er genoeg schijnen te hebben in Vietnam was dit de eerste die ik bezocht. Ik wist niet dat het op het programma stond, maar het bleek dat hier een belangrijke monnik had gewoond. Dit was een monnik die zich in de jaren 70 in de brand had gestoken als protest (mij was onduidelijk welke). Maar het was destijds wel wereldnieuws, de foto’s op het raam waren het bewijs ervan. Ook hadden ze hier ook nog zijn auto staan. Deze was bijna heilig verklaard. Dit was een wild versierde poort naar het heilige gedeelte achter de pagode. Achter de pagode was nog een aardige tuin. Hier werd ik gevraagd om als fotograaf te spelen. Een Vietnamese liep op mij af en vroeg of ik van haar en haar broer een paar foto’s wilden maken. Ik was er al achter gekomen dat foto’s voor hen erg belangrijk was en heb toen maar foto’s gemaakt. Die middag heb ik de foto’s nog laten ontwikkelen en bij haar gebracht. Er werd een interessante avond. Ze vroeg of ik mee uit eten wilde gaan. In eerste instantie leek me dit zo’n goed idee, maar toen bleek dat haar broer en nog een paar mensen mee zouden gaan. Dit leek me al beter en zijn vrij kort daarop vertrokken naar een restaurantje. Dit was een restaurant waar de lokale bevolking at en geen toeristen kwamen. Tijdens het eten was ook wel duidelijk waarom er geen toeristen kwamen, want ik heb totaal geen idee wat ik daar gegeten heb. Af en toe kon ik een garnaaltje herkennen in een soort doorzichtige pudding. En als afsluiter werd en een kopje kokend water geserveerd. Ik dacht dat ik al goed reisde, maar vanavond bleek dat het veel goedkoper kon, want met z’n zessen waren we net zoveel kwijt als ik in mijn eentje had gegeten. Het vijvertje lag voor het ‘echte’ tempel complex. Om het tempelcomplex in te komen, moest je eerst deze trap op om door de poort naar binnen te gaan. Eigenlijk was dit een complex in een complex. Dit was weer een van de vele, maar mooie poortjes op het comlex. Op het complex hadden ze ook een mooi klein vijvertje gemaakt. Dit was niet zo groot als het Kunming meer in China. Zeker het theehuis op het water was erg leuk. In het huisje waren geen meubels meer aanwezig, dat was wel jammer om een beter beeld te krijgen hoe de keizer hier geleefd heeft. Niet alles was in een goede conditie. Ik vond dit ook een zeer mooi stukje. Ik zou later nog naar een trip naar Angkor Wat (in Cambodja) maken en kon me een voorstelling maken hoe het daar eruit moet zien. Het uitzicht vanuit de poort was erg fraai. Ik heb hier nog even lekker gezeten en lekker te genieten. Maar helaas is de tijd op een georganiseerde trip altijd beperkt en kon dus niet te lang blijven zitten. En hier was het dan eigenlijk om te doen, de graftombe van Tu Duc. Ik wist in eerste instantie niet dat op dit complex een graftombe was en had deze dan ook bijna gemist. Toevallig liep ik het terrein van de graftombe op en later pas Ook dit was weer gekopieerd uit China. Bij de Ming Tombes bij Beijing hadden ze ook een paviljoen moet een schildpad erin en op zijn rug een grafsteen. Voor dit paviljoen hadden ze ook de Laan Der Dieren nagebouwd. De japanners hadden het niet beter kunnen doen. Het zag er allemaal veel belovend uit, brede stranden ( bij eb ) en leuke hutjes. Maar andere belangrijke zaken waren met minder goed regeld. Dit resort lag ver weg van de bewoonde wereld, dus je was aangewezen op de winkel in het resort. Maar die was helaas gesloten. Bij navraag bleek de beheerder er in het weekend wel te zijn, maar het was nog woensdag. En we hadden nog maar anderhalve liter drinkwater en twee pakken koeken bij ons. Hiermee zouden we het weekend dus niet halen. We belsoten dan maar om morgen weer terug te gaan naar Bintulu om dan maar weer verder te reizen. Deze rivier scheidde het resort met het woud waar je goed vogels kon spotten. Maar er was een probleem, je moest de rivier oversteken met een boot, maar die konden nergens vinden. het leek ons ook geen goed idee om de rivier zwemmend over te steken, omdat er een waarschuwingsbordje was geplaatst met de tekst "beware of the crocodile" De ligging van het resort had alles om hier een erg luxe resort van te maken, maar dan moest er nog wel wat werk verricht worden, zoals je hier goed op het strand kon zien. Daarnaast viel er ook nog wel wat te verbeteren aan het personeel. Diegene die aanwezig was was wel erg vriendelijk maar niet bepaald hulpzaam. Er was onder andere geen water en op de vraag van ons wanneer er water zou zijn kwam het antwoord, als het gaat regenen! Onze volgende vraag lag nogal voor de hand, want we wilden dan weten wanneer er regen werd voorspelt, maar bij die vraag haalde de man alleen maar zijn schoulders op. Voor de mooie plaatjes moet je soms wat moeite doen. Kapit was een klein plaatsje dat redelijk in het binnenland lag. De beste manier om deze plaats te bereiken was via het water. Met zeer snelle boten, waar de herrie van de motor werd overstemd door het zeer harde volume van een of andere vechtfilm. Op deze foto zie je een gedeelte van de 'haven'. Verrassend genoeg zag Kapit er verrassend goed uit. Zoals hier kunt zien een keurig aan gelegde watertuin. Gezien de vorm van de pieren, die trapsgewijs naar de rivier lopen zal de rivier flink hoger staan tijdens het normale regenseizoen. De lange boten onderaan op de foto zijn de supersnelle boten die een veerdienst onderhielden tussen Kapit en Sibu. Deze boten gaan met een gangetje van 60 tot 70 kilometer per uur over het water. Doordat ze zo lang zijn zijn ze niet echt wendbaar. Hierdoor willen nogal wel eens ongelukken gebeuren met deze boten. Hoewel Oost Maleisie bestaat uit de vele parken, waardoor men de boomkap probeert tegen te gaan. Maar je zag geregeld dit soort boten afgeladen met grote boomstammen. Aan de rand van de stad Kota Kinabalu vond je de sloppenwijken. Mensen leefden hier onder alleen maar een stukje zeil. Dit was de vissersvloot van Kota Kinabalu, gelukkig was deze niet al te groot. Ik ben namelijk niet echt een viseter. Niet alleen boven het water leven er vreemde wezens, maar ook in de zee rond Maleisie zwemmen er vreemde dingen rond. Deze mensen hadden het dan nog redelijk breed, want de hutten waren een stuk comfortabeler dan alleen een zeiltje zoals op de vorige foto te zien is. Maar ook hier was het geen vetpot. De Chinese invloed was hier ook te vinden. Men was hier druk bezig een tempel te bouwen of restaureren. Het interieur van de tempel had veel weg van de tempels in China. Ook hier mocht de wierrook niet ontbreken, de spiraal die hier hangt hing er niet alleen als decoratie, was ook wierrook. Een duidelijk bord om aan te geven dat dit de kippen- en de eendenmarkt was. Maar het was geen woensdag dus was er geen kip te zien. Op de vismarkt was wel enige handel. De hoeveelheid vis viel wel wat tegen, geen grote bakken met vis of kreeft, maar er was wel een aardige diversiteit. Overal op straat vond je wel kleine kraampjes waar je wat te eten kon krijgen. Kuching is de meest moderne stad van Oost Maleisie (Kalimantan). Dit was duidelijk te zien aan de gebouwen. Kuching wordt door een behoorlijk grote rivier in tweeen gesplitst. De beste manier om de rivier over te steken was door middel van deze kleine bootjes. Het was voor de roeiers een redelijk zware baan, want de stroming op de rivier was behoorlijk sterk waardoor ze flink moesten roeien. Kuching was de enige stad in Oost Maleisie waar iets van een nachtleven was. Even buiten Kuching was er een dorpje met long houses. Deze huizenrijen ontstaan doordat de kinderen hun huis aan het huis van de ouders bouwen. Het hele dorp is op palen gebouwd en tussen de huizen zijn veranda's gebouwd, waardoor je niet door de bagger hoeft te lopen. Hierdoor blijft alles een heel stuk schoner. Op het moment dat er flink aan een van de huizen vervangen of gerepareerd moet worden, dan helpt iedereen van het dorp mee. Ze krijgen hierdoor niet betaald, maar krijgen alleen de maaltijden van de eigenaar van het huis. Na een zware tocht waren we op tijd op de top van Mount Kinabalu voor de zonsopgang. Ik zat hier met lang ondergoed, verschillende t-shirts en een regenpak om maar een beetje warm te blijven. Op de top is het niet alleen eenzaam, maar ook koud en winderig. Helaas viel de zonsopgang een beetje tegen, maar dat komt omdat ik eerder op de Bromo (Indonesie) een zeer mooie zonsopgang had meegemaakt. In mijn ogen werd het pas zeer speciaal toen het licht begon te worden. Toen kreeg ik het gevoel dat ik op de dak an de wereld zat. Geen bergtop in de omgeving was hoger dan de top waar wij zaten en tevens had ik mijn hoogterecord gevestigd, 4101 meter. Nadat de zon opgekomen was werd het tijd voor de afdaling. Hoewel de temperatuur steeg was het nog steeds behoorlijk fris dus nog even de muts ophouden. Het was opvallend hoe egaal de berg was. Vanaf de het park beneden leek het erop dat de toppen erg grillig waren, maar bijna alle toppen waren gewoon lopend te bereiken. Mooier dan de zonsopgang was het moment dat de eerste bergtoppen in de omgeving de eerste zonnestralen ontvingen. Op de steilere stukken had men touwen opgehangen, zodat je deze stukken wat makkelijker kon nemen. Het zag er nu een stuk gevaarlijker uit dan vanochtend in het donker. In het donker kon je niet in de afgrond kijken en daardoor zag je het gevaar niet. Ik ging nu wel een stukje voorzichtiger naar beneden. Helaas was er veel smog waardoor het vergezicht behoorlijk belemmerd werd. Ik had het graag meegemaakt wanneer het echt helder was. Tijdens onze reis in Maleisie was het weer volledig in de war door El Nino. We waren hier in het regenseizoen, maar hebben in een maand tijd, maar twee regenbuitjes gehad. Helaas hadden we wel flink last van de smog die uit Indonesie kwam. Vooral op Sumatra waren de boeren druk bezig om het woud plat te branden voor nieuwe bouwgrond. Normaal gesproken komt die rook niet terecht in Maleisie, maar door de droogte bleef deze dan ook 'hangen' in Maleisie. Hier kon je goed een band met smog zien hangen. In het varenbos ze je dus veel varens en de bomen zijn begroeid met mossen en klimstruiken. Hoe hoger je op de berg komt, des te kleiner de bomen worden en zijn zo ook hier bedekt met varens en mossen. Dit was de lodge op 3300 meter, op de achtergrond is de top zichtbaar. Dat stuk zouden we zouden we in de ochtend (3 uur) moeten overbruggen om de zonsopgang mee te maken op de top. Vanmorgen was het dan zover. We zouden dan eindelijk deze jongen gaan beklimmen. We waren niet echt ervaren in het lopen op grote hoogte en dat zou mij behoorlijk zwaar komen te staan. We liepen veel te snel waardoor ik verschillende malen gestorven ben. Gelukkig heb ik wel de top gehaald (en op tijd voor de zonsopgang). Als ik nog een keertje deze berg mocht beklimmen, dan zou ik het een heel stuk rustiger doen en ook veel meer genieten van de omgeving, want die is erg mooi. Tijdens de wandeling veranderd het landschap behoorlijk. Je begint in het regenwoud, daarna kom je terecht in het varenbos. Dit is het gebied dat vaak in de wolken ligt en daardoor erg vochtig is. Bomen zijn begroeid met mossen en varens. Later verdwijnen de bomen en maken plaats voor kleinere struiken. Onder de top is dan bijna geen begroeiing meer, alleen nog maar rotsen. De eerste dag in het park beloofde niet veel goeds. Dikke wolken dreven over de bergtoppen. Gelukkig hebben we maar 1 korte maar hevige regenbui gehad. Maar het beeld van de wolken die over de toppen kropen was wel een fraai beeld. Dit was Mount Kinabula. Deze zouden we over twee dagen gaan beklimmen. Beklimmen is een wat groot woord, want je had er geen speciale uitrusting voor nodig, alles was te belopen. De 4100 meter hoge berg stak hoog boven de omgeving uit. We besloten om de eerste dag in en rond het park onder aan de berg door te brengen. In de omgeving waren redelijk plantages te zien met een soort kassen. Het blijft me in Azie verbazen dat men heel veel waarde hecht aan de tv (en schotel). Maar dit hutje spande de kroon. Er stond niet alleen een schotel op het dak, maar voor de deur stond ook een fraaie 4X4. De eerste nacht konden we niet in het park overnachten, omdat het vol zat. Dus moesten we uitwijken naar Rina Ria Lodge. Nu ben ik nogal gehecht aan mijn privacy, dus was ik hier niet zo blij mee. Maar achteraf viel het reuze mee, want mijn reismaat en ik waren de enige gasten en hadden een achtpersoonskamer tot onze beschikking. In het park onder aan de berg kon je prima lopen. Ik kreeg hier het Indiana Jones gevoel, Je moest je soms bijna een weg kappen door de overvloedige bomen en struiken. Het was echt de mooie waard om eerst een dag door het park te lopen, voordat we de berg op zouden gaan. De kon hier bijna de weg niet kwijt raken. Niet omdat de paden zo goed aangegeven waren, maar omdat het gewoon onmogelijk was om van het pad af te wijken. Het woud staat zo vol met struiken en bomen, dat je er niet door heen zo komen. De planten en bomen in een regenwoud zijn vaak veel groter dan in Europa. Dankzij mijn reismaat kun je inschatten hoe groot de bomen en struiken zijn. In een regenwoud (het woord zegt het al) is het bijzonder vochtig wat een goede omgeving voor varens, mossen en paddenstoelen is. Deze kwam je dan ook geregeld tegen. Vele bomen waren volledig bedekt door een laagje mos en in de boomtoppen zag je ook regelmatig varens groeien. Ik weet helaas niet de naam van deze zeer fraaie insectenetende plant. Hij heeft een zeer mooie kelk met een rode binnenkant om de insecten te lokken. Wanneer er een insect op af komt, dan betekent dat voor hem meestal het einde. Want het zal uiteindelijk in de kelk vallen en verdrinken in het vocht in de kelk. Of de plant eventeel ook de plek sluit als er een insect in de kelk is gekropen is mij onduidelijk. De mooie kelk nogeens van dichtbij. Waarbij de rood met zwarte binnenkant mooi te zien zijn. Op 3300 meter stond er een lodge waar je kon overnachten om de volgende ochtend (3 uur) naar de top te vertrekken. Aan de rechterkant op de foto zie je de waterleiding voor de lodge. In het woud stonden de meest fantastische bomen en struiken. Deze boom (vergeef me omdat ik de naam niet ken) had wel enorme luchtwortels. Op de volgende foto ben ik er even bij gaan staan om een idee te geven hoe groot ze waren. Ik kan aardig photoshoppen, maar dit is echt geen trucage. Dit was in mijn ogen iets te gecultiveerd. Nog even en ze zouden hier nog asfaltweg aanleggen. De grotten waren vaak behoorlijk groot met een grote opening, waardoor er voldoende licht binnen kwam om de stalactieten te kunnen bewonderen. Dit was de hoofdgrot. Hier hadden dus de miljoenen vleermuizen moeten zitten. Maar de mensen die de vogelnesten oogsten hebben waarschijnlijk de vleermuizen weggejaagd. En enige wat overbleef waren de enorme hoeveelheid muggen en de muziek uit een ghettoblaster van een van de vogelnestjes plukker. Geen wonder dat de vleermuizen vertrokken waren, ik vond de muziek ook niet echt om over naar huis te schrijven. Tijdens de wandeling in het woud (over een mooi aangelegde houten pad) stonden we plotseling voor dit enorme hek. We dachten direct dat dit het toegangshek moest zijn voor Jurrasic Park. Alleen stonden de Niah Caves niet bekend om hun dino's, maar om hun vleermuizen. Men had bijzonder veel werk gemaakt van het pad naar de grotten. Aan een kant vond ik dit wel jammer, ik ploeter toch liever door de modder dan dat ik via zo'n pad moet lopen. Dit ontneemt toch wel een beetje het gevoel van avontuur. Er lag nog wel voldoende bewijs dat hier heel veel vleermuizen hebben moeten zitten. De rotsen waren bedekt door een hele dikke laag vleermuizenmest. Het was al behoorlijk uitgehard, maar toch veerkrachtig. Maar het stonk er nog wel enorm. Doormiddel van deze trap kon je naar de andere kant van de grot. Maar doordat er geen verlichting was kon je hier erg weinig zien. Aan de andere kant van de grot had men een leuk hutje gebouwd. De wandeling zou nog een stuk doorlopen dus konden we hier even uitrusten. We wilden nog naar een aantal oude grottekeningen. Maar dat was de wandeling niet waard, want ik kon uit de vlekken op de rotswand geen tekeningen herkennen. Maar ik heb dan ook geen getraind oog hier voor. De grotten waren niet alleen beroemd door de vele vleermuizen (die inmiddels gevlogen waren), maar ook de de vogelnestjes aan het plafond van de grot. Deze brachten veel geld op. Hierdoor woonden sommige mensen in de grotten om zo dicht mogelijk bij hun 'oogstgebied' te zijn. Voor de oplettende kijker zie je tussen de bomen het wasgoed hangen en daaronder een ladder. Toen we een boeddhistische tempel inliepen kwam deze monnik op ons af. Hij gaf ons een rondleiding door de tempel en gaf uitleg over jin - jang. Als tegenprestatie wilde hij graag op de foto gezet worden. Tegen de avond verandert het straatbeeld. Op de stoepen en marktplaatsjes worden kleine eetkraampjes opgebouwd. De kraampjes liggen vol met fel gekleurde lekkernijen. Dit was het veerbootstation. Hiervandaan kon je naar verschillende plaatsen vertrekken. Dit was meestal een stuk sneller dan met de busen ook een stuk comfortabeler. Het was wel meegenomen als je van zeer luide vechtsfilms houdt. Een mooi stuk van Bako was het mangrove bos. Dit varken kwam 's morgens en 's nacht uit het woud naar het kamp om naar eten te zoeken. Want gemiddelde toerist is niet altijd even netjes en gooit regelmatig etensresten weg. Ook al werd verzocht om dit niet te doen. Op zich had je niet veel last van dit varken, maar hij stonk verschrikkelijk. Je was dus wel weer blij als hij weer wegging. Een veel groter probleem waren de agressieve apen. Deze moest je steeds wegjagen met stokken. Ook de ramen en deuren van het huisje moesten ook altijd gesloten zijn, anders kwamen de apen binnen. Wanneer het eb was kon je gewoon lopen door het mangrove bos lopen, maar om ook bij vloed in het mangrove bos te komen waren er een aantal steigers gemaakt. Deze rots is het symbool voor het Bako National Park. Deze rots (vol met kleine schelpdiertje) lag tijdens vloed onder water. Je moest uitkijken tijdens het zwemmen, dat je niet in de buurt van deze rots kwam. Want de schelpjes die op de rots zaten waren vlijm scherp. samen met het zoute water was het bijzonder pijnlijk als je je hier aan opensneed. (helaas kan ik het weten). Om in het Bako National Park te komen moet je vanuit Kuching de boot nemen. Op de oevers van de rivier staan de meest mooie struiken. Het strand van Bako bestaat niet alleen uit zand, maar ook uit velen uitgesleten rotsen. Hier vond je ook de vogelsnestjes die in de Niah Caves 'geplukt' worden en voor veel geld verkocht. De vogels hebben hier meer geluk met hun nestjes, want hier mogen ze niet 'geplukt' worden. Elke avond was het raak, gezellig buiten zitten bij het kampvuurtje. Gelukkig had je hier niet veel last van muggen. De oplettende kijker zal op deze foto een aap zien zitten. Dit is The Dutch Monkey en heeft een vreselijk grote neus. Deze apen zijn zeer zeldzaam en Bako is een van de weinige plekken op aarde waar deze apen leven. Om ze te zien moest je erg vroeg je bed uit. Want rond de klok van zes uur verlieten ze hun slaapgebied, vlak bijhet strand en dan trokken ze de jungle in. Dit was het tijdstip waarop je ze kon zien. Op sommige plekken in het park had je spier witte plekken. Ik heb geen idee waar dit van komt, maar zag er wel vreemd uit. In Maleisie had ik al meer van dit soort kelkplanten gezien. Maar ze blijven mij toch steeds weer intrigeren. Ook hier moet je even goed kijken om de spin te zien zitten. Dit vond ik het mooiste plekje van het hele park. Je moest hier wel lang voor lopen om dit te vinden. Het was gelukkig toch al rustig in het park en gelukkig liepen er bijna geen mensen in het woud. Ik kon dagen lopen zonder je iemand tegen kwam. Hier was gelukkig ook niemand te vinden en kon er dus rustig van genieten. Ik vind dit zo ontzettend mooi. Dit soort planten hebben wij in de huiskamer staan en zijn dan blij wanneer ze een metertje hoog zijn. Hier staan ze in het wild en zijn zo enorm groot. Ik was hier alleen en kon er dus niemand bij zetten, maar deze is minstens 4 meter hoog. Bij eb was het strand heel erg breed. Ook in Sibu zag je Chinese tempels en pagoda's. Deze werden veelal beter onderhouden dan de huizen. Het Putuoklooster is een verkleinde kopie van het Potalapaleis in Lhasa. Je kunt wel merken dat ze in China geen ruimte gebrek hebben. Dit klooster neemt een gebied van 239000 vierkante meter in beslag. Het klooster is nog steeds in gebruik. Ook al moet je goed zoeken om er een monnik te zien tussen de vele toeristen. Een gedeelte van het klooster is afgesloten voor de toeristen en daar kunnen ze in alle rust mediteren en bidden. Het aardige van deze gebouwen is dat men twee bouwstijlen hebben gecombineerd. Zo herken je duidelijk de Chinese stijl, maar ook de Tibetaanse. Een van de vele vogeltjesmarkten in China. Omdat de Chinezen over het algemeen niet ruim behuisd zijn, kunnen ze alleen maar kleine huisdieren houden. Het populairste huisdier is dan ook de kanarie. Af en toe zie je iemand die zelfs zijn kanarie ‘uitlaat’. Op de vogeltjesmarkt worden niet alleen maar vogeltjes en kooien verkocht. Veelal is het begonnen als vogeltjesmarkt, maar tegenwoordig wordt er val alles verkocht. De vogeltjes nemen nog wel een belangrijke plaats in op de markt. Ik was wat verbaasd toen ik dit bord zag. Maar in China rijden nog veel stoomtreinen en zeker in Chengde. Hier staat de laatste stoomlocomotievenfabriek van China. Je vindt hier nog iets van de oude Chinese bouwstijl terug, maar op de achtergrond zie je de moderne gebouwen al oprukken. De kleding van de Chinezen waren niet echt kleurrijk. De uitzondering bevestigt de regel. Net toen ik een foto wilde maken van een slagerijtje met een groot stuk vlees op de toonbank liep er een lieftallige dame voorbij. Ze liep in een opvallend kleurrijk pakje, waardoor ze bijna alle aandacht op de foto trekt. Maar het ging echt om het slagerijtje! Zoals in vele Aziatische landen eet men veel op straat. Hier was een hele straat gevuld met straatrestaurant. Je kon er niet meer normaal doorheen lopen, zo vol stond het. Men houdt van vers eten en probeert daarom de dieren die ze eten zolang mogelijk te laten leven. En om dat te bewijzen stond voor dit restaurant een kooi buiten met levende slangen. Het is maar goed dat ze lekker brede trottoirs hebben, want dan heb je goed de ruimte in dit snookercentrum. Dit is een van de Ferrari's waarin Michael Schumacher wereldkampioen is geworden. Het geluid van deze auto was fantastisch om te horen. Gelukkig is het geen spitsuur, anders had deze man toch wel wat probleempjes gehad. Het lijkt mij niet de meest ideale manier om een boomstam te vervoeren, maar wie ben ik. Ik zou waarschijnlijk gewoon DHL bellen. Eerst moest de gids en ik een entreekaartje kopen om in het gebied rond Sapa te mogen lopen. Dit geld gaat naar alle dorpjes in de buurt, zo verdienen zij ook wat aan de toeristen. Na een paar uur lopen kwamen we al bij de eerste rijstvelden. Ik vond het een prachtig gezicht hoe de boeren met hun buffels de velden aan het ploegen waren. Het lijkt erop dat het hier altijd vlaggetjesdag is. Er hingen rond de tempeltjes zoveel playerflags dat je de lucht bijna niet meer kon zien. Maar het was wel een vrolijk gezicht. DIt zijn de typische groenten marktkraampjes. De groenten liggen aantrekkelijk uitgestald wat een kleurrijk plaatje opleverd. Dit was een grappig spel. De bedoeling is om zo snel mogelijk jouw stenen zo snel mogelijk in de gaten (in de hoeken) te schieten. Je doet dit door een 'cue' schijf te gebruiken. Dit is de enige steen die je mag aanraken. Deze steen moet je tegen jouw stenen aan schieten en dusdanig dat een of meerdere stenen in de gaten verdwijnen. Dit zijn de 'wereld' beroemde theevelden van Darjeeling. Helaas was het theeseizoen al voorbij en er was dus niemand in de velden aan het werk. Dit zijn de erkende keurslagers van India. Ik was toch al niet van plan om tijdens mijn reis door India vlees te eten, maar door dit beeld wist ik weer waarom. Dit was het mooiste klooster in Darjeeling. In dit klooster lagen zeer oude en originele heilige boeken opgeslagen. Dit klooster stond eerst op The Observarty Hill. Hier stonden ook andere tempels. Maar de monniken moesten hun klooster hier afbreken vanwege het geluidsoverlast dat ze veroorzaakten. Omdat ze elke dag bij zonsopgang op grote blaastinstrumenten bliezen om de gelovige op te roepen voorhet gebed. Om bij de marmerrotsen te komen moest je wel eerst een stukje varen over een mooi stukje rivier. Je kon hier verschillende kleuren marmer vinden. Voor een kleurenblinde als ik was niet elke kleur goed te herkennen, maar dit zwarte marmer was in ieder geval goed te zien. Je krijgt hier vrij snel een visioen van een mooie marmeren badkamer. Als snel werd de rivier smaller en staken de marmeren rotsen vertikaal uit het water. Dit was erg impossant, zeker ook omdat je hier in een klein roeibootje zat. Naarmate je dichterbij het smalste gedeelte kwam, des te zwaarder het werd voor de roeiers. De stroming was hier bijzonder sterk en was op een gegeven ogenblik te sterk om verder te varen. Dit was namelijk de reden waarom de stroming zo sterk was in de kloof. Ook al was het hoogte verschil niet bijzonder groot, toch was het een zeer wilde waterval. Dit kon je ook wel zien aan het witte schuim na de waterval. Khajuraho is door Unesco op de wereldkaart geplaatst, omdat deze organisatie deze tempels in Khajuraho als wereldmonument heeft aangemerkt. Voor Khajuraho betekent dat er extra veel toeristen hier op afkomen, maar ze moeten het ook goed onderhouden. De toegangsprijs is mede daardoor erg hoog, maar het ziet er allemaal wel erg goed uit. De koeien mogen dan heilig zijn, maar het zijn de enige dieren die een status aparte hebben. Ook de olifant kan niet aan de heilige status ontkomen. De god van geluk is namelijk een olifant. De tempels zijn ook zeer beroemd vanwege de erotische beeldjes op de tempels. De Indiers hebben de beelden goed bestudeerd gezien het grote aantal Indiers. De beelden hebben de bijnaam Karma Sumtra in stone. Maar dat vond ik wel een beetje overdreven. Het was meer een uittreksel. Dit standje was nogal gedurft, gezien het feit dat een van de vrouwen de handen voor haar ogen heeft geslagen. Een fraai overzicht van het prima onderhouden terrein waar de tempel lagen. Men heeft destijds erg veel tijd besteedt aan de versieringen van de tempels. Maar zo als me al vaker was opgevallen, de buitenkant was was (en is) veel belangrijker dan de binnenkant. Het interieur van de tempels waskarige te noemen als je het vergelijkt met de nuitenkant. De koeien zijn dan heilig, maar toch zie je maar zelden beelden van koeien. Dat terwijl je soms struikelt over de beelden van de olifanten. Toen ik hiet rondliep was het niet erg druk te noemen. Het was hier zelfs lekker rustig, want de vele toeristen hebben er ook voor gezorgd dat er teveel souvenirverkopers zijn. Dit betekent dat je buiten het park voortdurend aan je kop gezeurd werd door die verkopers. Gelukkig had je in het park rust, want hier mochten de verkopers niet komen. De koeienvlaaien lagen hier te drogen, zodat ze deze later kunnen gebruiken op het fornuismee op te stoken. Het oude dorp van Kharujaho leek in eerste instantie een stuk leuker met zijn smalle straatjes en witte huizen. Dit was ook de eerste plaats waar het niet smerig was, de straten waren schoon en zag er verzorgd uit. Maar ook hier was men gewend aan de toeristen. Op vele plaatsen probeerden ze je naar binnen te lokken en als je dat niet deed werden de mensen behoorlijk grof. Door dit soort praktijken verpesten ze zelf de toeristenindustrie, wat toch voor behoorlijke inkomsten zorgen. Overal zag je vrouwen bij waterputten of pompen om in metalen kruiken vers water te halen. Om een of andere reden worden de kleine kinderen vaak in meisjes kleren gestoken. Ik heb wel begrepen dat een familie graag een meisje wil hebben,